Nieuwe open brief aan de bisschoppen van de Katholieke Kerk beschuldigt paus Franciscus van het canonieke misdrijf van ketterij

Goede Week 2019 

Uwe eminentie, uwe zaligheid, uwe excellentie,

Wij richten deze brief aan u om twee redenen: allereerst om paus Franciscus te beschuldigen van het canoniek misdrijf van ketterij, en ten tweede om u te verzoeken de noodzakelijke stappen te ondernemen om de ernstige situatie van een ketterse paus aan te pakken.

Wij nemen deze maatregel  in laatste instantie om te reageren op de steeds toenemende schade die de woorden en daden van paus Franciscus gedurende verschillende jaren hebben veroorzaakt en die zijn geresulteerd in een van de ergste crises in de geschiedenis van de katholieke Kerk.

  Wij beschuldigen paus Franciscus van het canonieke misdrijf van ketterij. Voor het bedrijven van het canonieke misdrijf van ketterij moeten twee dingen gebeuren: de persoon in kwestie moet door publieke woorden en/of daden bepaalde geopenbaarde waarheden van het katholieke geloof betwijfelen of ontkennen die met instemming van goddelijk en katholiek geloof moeten worden geloofd; en deze twijfel of ontkenning moet hardnekkig zijn, dat wil zeggen, het moet gebeuren met de wetenschap dat de waarheid die betwijfeld of ontkend wordt door katholieke Kerk geleerd is als een van Godswege geopenbaarde waarheid die met de instemming van geloof moet worden geloofd en de twijfel of de ontkenning moeten hardnekkig zijn.

Omdat de paus beschuldigen van ketterij uiteraard een buitengewone stap is, die op deugdelijk bewijs moet steunen, zijn deze beide voorwaarden aantoonbaar door paus Franciscus vervuld. Wij beschuldigen hem er niet van  het misdrijf van ketterij te hebben gepleegd bij iedere gelegenheid dat hij publiekelijk tegen een waarheid van het geloof leek in te gaan. Bij beperken ons ertoe hem van ketterij te beschuldigen bij de gelegenheden dat hij publiekelijk waarheden van het geloof heeft ontkend en dan stelselmatig handelde op een wijze waardoor hij toonde dat hij deze waarheden die hij publiekelijk had ontkend, niet geloofde. Wij beweren niet dat hij waarheden van het geloof heeft ontkend in uitspraken die voldoen aan de voorwaarden voor een onfeilbare pauselijk leer. Wij bevestigen dat dit onmogelijk zou zijn aangezien dit onverenigbaar zou zijn met de leiding die door de Heilige Geest aan de Kerk gegeven wordt. Wij ontkennen dat dit ook maar voor ieder weldenkend persoon het geval zou kunnen lijken, aangezien paus Franciscus nooit een uitspraak gedaan heeft die aan de voorwaarden voor onfeilbaarheid voldoet.

Wij beschuldigen paus Franciscus ervan dat hij in woorden en handelingen, publiek en hardnekkig, zijn geloof heeft getoond in de volgende stellingen die ingaan tegen de van Godswege geopenbaarde waarheid (voor iedere stelling geven wij een selectie van leerstellingen uit de Schrift en van het Leergezag die deze veroordelen als tegengesteld aan de goddelijke openbaring; deze verwijzingen zijn doorslaggevend maar zijn niet als exhaustief bedoeld.)

I. Een gerechtvaardigd persoon heeft niet de kracht om met Gods genade te voldoen aan de objectieve eisen van de goddelijke wet, alsof sommige van Gods geboden voor de gerechtvaardigde mens onmogelijk zijn; of zo opgevat dat wanneer Gods genade in een individu rechtvaardiging bewerkt, deze genade niet zonder uitzondering en uiteraard bekering van alle ernstige zonden bewerkt, ofwel dat zij niet voldoende is voor de bekering van alle ernstige zonden.

[Concilie van Trente, sessio 6, canon 18: “Als iemand zegt dat de geboden van God onmogelijk te onderhouden zijn zelfs voor iemand die gerechtvaardigd is en zich in staat van genade bevindt, hij zij anathema” (DH 1568). Zie eveneens: Gen. 4, 7; Deut. 30, 11-19; Eccl. 15, 11-22; Mc. 8, 38; Lc. 9, 26; Hebr. 10, 26-29; 1 Joh. 5, 17; Zoimus, 15de (of 16de) Synode van Carthago, canon 3 over de genade, DH 225; Felix III, 2de Synode van Orange, DH 397; Concilie van Trente, sessio 5, canon 5; sessio 6, canones 18-20, 22, 27 en 29; Pius V, Bulle Ex omnibus afflictionibus, over de dwalingen van Michael du Bay, 54, DH 1954; Innocentius X, Constitutie Cum occasione, over de dwalingen van Cornelius Jansen, 1, DH 2001; Clemens XI, Constitutie Unigenitus, over de dwalingen van Pasquier Quesnel, 71, DH 2471; Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Reconciliatio et paenitentia 17: AAS 77 (1985): 222; Veritatis Splendor 65-70: AAS 85 (1993): 1185-1189, DH 4964-67.]

II. Een christengelovige kan volledige kennis hebben van de goddelijke wet en vrijwillig ervoor kiezen deze in een ernstige zaak te overtreden maar toch niet in staat van doodzonde zijn als gevolg van deze handeling.

[Concilie van Trente, sessio 6: “Als iemand zegt dat een gerechtvaardigde mens, hoe volmaakt hij ook is, niet gehouden is de geboden van God en van de Kerk na te leven, maar alleen gehouden is te geloven als ware het evangelie alleen een absolute belofte van eeuwig leven zonder de voorwaarde dat de geboden moeten worden onderhouden, hij zij anathema.” (DH 1570).

Zie eveneens: Mc. 8, 38; Lc. 9, 26; Hebr. 10, 26-29; 1 Joh. 5, 17; Concilie of Trente, sessio 6, canones 19 en 27; Clemens XI, Constitutio Unigenitus, ver de dwalingen van Pasquier Quesnel, 71, DH 2471; Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Reconciliatio et paenitentia 17: AAS 77 (1985): 222; Veritatis splendor, 65-70: AAS 85 (1993): 1185-89, DH 4964-67.]

III. Iemand is in staat, terwijl hij gehoorzaamt aan een goddelijk verbond, tegen God te zondigen door de daad van gehoorzaamheid zelf.

[Ps. 18, 8: “De wet van de Heer is volkomen, zij sterkt de onzekere geest.”

Zie eveneens: Ecclesiasticus 15, 21; Concilie van Trente, sessio 6, canon 20; Clemens XI, Constitutie Unigenitus, Over de dwalingen van Pasquier Quesnel, 71, DH 2471; Leo XIII, Libertas praestantissimum, ASS 20 (1887-88): 598 (DH 3248); Johannes Paulus II, Veritatis splendor, 40: AAS 85 (1993): 1165 (DH 4953).]

IV. Het geweten kan echt en correct oordelen dat seksuele handelingen tussen personen die een burgerlijk huwelijk met elkaar hebben gesloten, hoewel een van beiden sacramenteel gehuwd was met een andere persoon, soms moreel juist zijn, of door God gevraagd of geboden zijn.

[Concilie van Trente, sessio 6, canon 21: “Als iemand zegt, dat Jezus Christus aan de mensen is gegeven als een Verlosser op wie zij hun vertrouwen moeten stellen, en niet ook als een wetgever die zij moeten gehoorzamen, hij zij anathema”, DH 1571.

Concilie van Trente, sessio 24, canon 2: “Als iemand zegt dat het voor christenen wettig is meerdere vrouwen tegelijkertijd te hebben en dat dit niet bij goddelijke wet verboden is, hij zij anathema”, DH 1802.

Concilie van Trente, sessio 24, canon 5: “Als iemand zegt dat de huwelijksband kan worden ontbonden vanwege ketterij of moeilijkheden in het samenleven of vanwege de opzettelijke afwezigheid van een van de echtgenoten, hij zij anathema”, DH 1805.

Concilie van Trente, sessio 24, canon 7: “Als iemand zegt dat de Kerk dwaalt omdat zij heeft geleerd en nog leert dat overeenkomstig de evangelische en apostolische leer de huwelijksband niet vanwege overspel van de kant van een van de echtgenoten ontbonden kan worden en dat geen van twee, zelfs niet de onschuldige partij die geen reden tot ontrouw gegeven heeft, een ander huwelijk kan aangaan tijdens het leven van de ander, en dat de man die zijn overspelige vrouw wegstuurt en opnieuw trouwt en de vrouw die een overspelige man wegstuurt en opnieuw trouwt, dat dan beiden schuldig zijn aan overspel, hij zij anathema”, DH 1807.

Zie eveneens: Ps. 5, 5; Ps. 18, 8-9; Ecclesiasticus 15, 21; Hebr. 10, 26-29; Jac. 1,13; 1 Joh. 3, 7; Innocentius XI, Veroordeelde stellingen van de ‘Laxisten’, 62-63, DH 2162-63; Clemens XI, Constitutie Unigenitus, Oer de dwalingen Pasquier Quesnel, 71, DH 2471; Leo XIII, encycliek  Libertas praestantissimum, ASS 20 (1887-88): 598, DH 3248; Pius XII, Decreet van het heilig Officie over de situatie-ethiek, DH 3918; 2de Vaticaans Concilie, Pastorale Constitutie Gaudium et spes, 16; Johannes Paulus II, Veritatis splendor, 54: AAS 85 (1993): 1177; Catechismus van de Katholieke Kerk, 1786-87.]

V. Het is niet waar dat alleen seksuele handelingen goed in hun soort en moreel geoorloofd zijn, de handelingen tussen man en vrouw in het huwelijk zijn.

[1 Kor. 6, 9-10: “Weet gij niet dat zij die onrecht plegen het koninkrijk Gods niet zullen erven? Maakt uzelf niets wijs! Hoerenlopers, afgodendienaars, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, 10dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars, oplichters, zij zullen het koninkrijk Gods niet erven.”

Judas 1,7: ” Denk ook aan Sodom en Gomorra en de naburige steden: evenals die engelen bedreven zij ontucht en gaven zich over aan onnatuurlijke lusten; nu liggen zij daar voor aller oog als een afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een eeuwig vuur”. Zie eveneens: Rom. 1, 26-32; Ef. 5, 3-5; Gal. 5, 19-21; Pius IX, Casti connubii, 10, 19-21, 73; Paulus VI, Humanae vitae, 11-14; Johannes Paulus II, Evangelium vitae, 13-14.]

VI  Morele principes en morele waarheden, die vervat liggen in de goddelijke openbaring, bevatten geen negatieve verboden die bepaald soort handelingen absoluut verbieden zodat deze altijd ernstig ongeoorloofd zijn vanwege hun object.

[Johannes Paulus II, Veritatis splendor 115: “Ieder van ons weet hoe belangrijk de leer is, die het centrale thema van deze encycliek vormt en die nu opnieuw bevestigd wordt met het gezag van de opvolger van Petrus. Ieder van ons kan de ernst zien van wat op het spel staat, niet alleen voor individuen maar ook voor het geheel van de samenleving, met het opnieuw bevestigen van de universaliteit en de onveranderlijkheid van de morele geboden, met name van die geboden die altijd en zonder uitzondering in zich slechte handelingen verbieden”, DH 4971.

Zie eveneens: Rom. 3, 8; 1 Kor. 6, 9-10; Gal. 5, 19-21; Apok. 22, 15; 4de Lateraans Concilie, hoofdstuk 22, DH 815; Concilie van Konstanz, Bull Inter cunctas, 14, DH 1254; Paulus VI, Humanae vitae, 14: AAS 60 (1968) 490-91; Johannes Paulus II, Veritatis splendor, 83: AAS 85 (1993): 1199, DH 4970.]

VII  God staat niet alleen toe maar wil positief de veelheid en de diversiteit van de godsdiensten, christelijke zowel als niet christelijke.

[Joh. 14, 6; “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.”

Hand. 4, 11-12; “Dit is de steen die door de bouwers verworpen was en die tot hoeksteen geworden is. In niemand ander is er heil. Want er is geen andere naam onder de hemel aan de mensen gegeven waarin wij gered moeten worden.”

Zie eveneens: Ex. 22, 20; Ex. 23, 24; 2 Kron. 34, 25; Ps. 95, 5; Jer. 10, 11; 1 Kor. 8, 5-6; Gregorius XVI, Mirari vos, 13-14; Pius XI, Qui pluribus, 15; Singulari quidem, 3-5; Eerste Vaticaans Concilie, Geloofsbelijdenis; Leo XIII, Immortale Dei, 31; Satis cognitum, 3-9; Pius XI, Mortalium Animos, 1-2, 6].

Deze ketterijen zijn onderling met elkaar verbonden. De basis van de katholieke moraal bestaat in de stelling dat de seksuele activiteit bestaat ten behoeve van de voortplanting binnen het huwelijk en dat zij moreel verkeerd is als zij bewust bedreven wordt buiten dit kader. De stelling die hierboven (IV) staat dat personen die burgerlijk van hun echtgeno(o)t(e) gescheiden zijn, zich geoorloofd kunnen bezig houden met seksuele activiteit met iemand die niet hun echtgeno(o)t(e) is, verwerpt deze basis. Bijgevolg is het bevestigen van (IV) ook het legitimeren van allerlei soort seksuele activiteit buiten het huwelijk, niet alleen seksueel verkeer tussen burgerlijk gehuwden. Paus Franciscus heeft homoseksueel actieve clerici, en clerici die homoseksuele activiteit verdedigen, beschermd en bevorderd. Dit geeft aan dat hij gelooft dat homoseksuele activiteit niet zwaar zondig is. Deze geloofsopvattingen vallen onder de ruimere stelling van (V) die erop neer komt dat niet alle seksuele handelingen tussen personen die niet gehuwd zijn, moreel slecht zijn. De stelling dat een christengelovige volledige kennis kan hebben van een goddelijke wet en vrijwillig ervoor kiest deze wet in een ernstige zaak te overtreden en dan niet als resultaat daarvan in staat van doodzonde verkeert, hangt samen met de instemming van paus Franciscus met de bewering van Luther dat rechtvaardiging niet het naleven van de goddelijke wet vereist. Bij elkaar genomen lopen deze standpunten uit op een complete afwijzing van de katholieke leer over huwelijk en seksualiteit, de katholieke leer over de natuur en de morele wet, en de katholieke leer over de genade en de rechtvaardiging.

Bewijs voor het feit dat paus Franciscus schuldig is aan het misdrijf van ketterij

Dit bewijs is tweevoudig: de publieke verklaringen van paus Franciscus en zijn publieke handelingen (de verklaringen, die hieronder uit Amoris Laetitia worden geciteerd moeten niet als geïsoleerde uitingen worden gelezen maar in hun ware betekenis in de context van heel hoofdstuk VII van dat document). Deze twee vormen van bewijs zijn onderling verbonden. Zijn publieke handelingen dienen om vast te stellen dat de publieke verklaringen zoals hieronder weergegeven, door hem bedoeld waren om begrepen te worden in een ketterse zin.1

(A) De publieke verklaringen van paus Franciscus die ingaan tegen de waarheden van het geloof

1.  Amoris Laetitia 295:  ‘De heilige Johannes Paulus II stelde de zogenaamde “wet van geleidelijkheid” voor, in de wetenschap dat de mens “het zedelijke goede in verschillende groeifases kent, bemint en volbrengt”. Dit is geen ‘geleidelijkheid van de wet’ maar een geleidelijkheid in de prudente uitoefening van vrije daden van personen die zich niet in een situatie bevinden waarin zijn de objectieve eisen van de Wet niet kunnen begrijpen, appreciëren, of ten volle kunnen uitoefenen.’ (I, II, IV)

2.  Amoris Laetitia 298: ‘De gescheidenen die een nieuw huwelijk hebben gesloten, bijvoorbeeld, kunnen zichzelf in allerlei situaties bevinden, situaties die niet in hokjes moeten worden geduwd, of ingepast in zeer rigide classificaties, waarbij dan geen ruimte wordt gelaten voor de juiste persoonlijke en pastorale onderscheiding. Een tweede huwelijk wordt na verloop van tijd bestendigd, door nieuwe kinderen, bewezen trouw, edelmoedige zelfgave, christelijke toewijding, het bewustzijn van het niet beantwoorden aan de norm en van de grote moeilijkheid van het niet kunnen terugkeren zonder in geweten het gevoel te hebben nieuwe zonden te begaan. De Kerk erkent situaties “waarin een man en een vrouw om serieuze redenen – zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen – niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan. { voetnoot 329: In dergelijke situaties zeggen veel mensen, al kennen en accepteren ze de mogelijkheid die de Kerk biedt om “als broer en zus” te leven, dat, als bepaalde uitingen van intimiteit ontbreken, “het vaak gebeurt dat de trouw in gevaar komt en het welzijn van de kinderen eronder lijdt”.] Er zijn ook de situaties waarbij personen  alles hebben gedaan om hun eerste huwelijk te redden en die onterecht werden verlaten, of van “degenen die een nieuwe verbintenis zijn aangegaan met het oog op de opvoeding van de kinderen en die soms in geweten ervan overtuigd zijn dat hun onherstelbaar verbroken huwelijk nooit geldig is geweest.”

Iets anders is daarentegen een nieuwe verbintenis die kort na een recente scheiding komt, met alle gevolgen van leed en verwarring die de kinderen en hele gezinnen treffen, of de situatie van iemand die voortdurend is tekortgeschoten in zijn verplichtingen jegens het gezin. Het moet duidelijk zijn dat dit niet het ideaal is dat het Evangelie voor huwelijk en gezin voorhoudt. De synodevaders hebben gezegd dat de onderscheiding van de herders altijd “met voldoende onderscheiding” |moet geschieden, in een benadering die “zorgvuldig de situaties onderscheidt”. Wij weten dat er geen  “eenvoudige recepten” bestaan.’(III, IV)

3.  Amoris Laetitia 299: Ik ben het eens met wat vele Synodevaders opgemerkt hebben dat “de gedoopten die zijn gescheiden en opnieuw burgerlijk getrouwd zijn, meer volledig en op diverse manieren die mogelijk zijn in de christelijke gemeenschappen (moeten) worden geïntegreerd, waarbij iedere gelegenheid tot aanstoot wordt vermeden. De logica van de integratie is de sleutel tot hun pastorale zorg, een zorg die hen niet alleen laat beseffen dat zij behoren tot het Lichaam van Christus, dat de Kerk is, maar dat zij ook weten dat zij in de Kerk een vreugdevolle en vruchtbare ervaring kunnen hebben. Zij zijn gedoopt; zij zijn broers en zusters, de Heilige Geest stort in hen gaven en talenten tot welzijn van allen….. Zij moeten zich niet alleen niet geëxcommuniceerde leden van de Kerk voelen, maar als levende ledematen, in staat zijn te leven en te groeien in de Kerk en in staat zijn haar te ervaren als een moeder die hen altijd verwelkomt, die met genegenheid voor hen zorgt en hen bemoedigt op de weg van het leven en het evangelie.’” (II, IV)

4.  Amoris Laetitia 301: ‘Niet langer kan simpelweg worden gezegd dat allen die in een of andere “onregelmatige” situatie leven, leven in staat van doodzonde en beroofd zijn van de heiligmakende genade. Hier is meer in het spel dan het niet kennen van de regel. Iemand kan heel wel de regel kennen, maar toch grote moeilijkheden hebben in het begrijpen van “de intrinsieke waarden van die regel of hij kan in een concrete situatie zijn die hem of haar niet toestaat anders te handelen of anders te besluiten zonder opnieuw te zondigen.”’ (II, III, IV)

5,  Amoris Laetitia 303: ‘Het geweten kan meer doen dan erkennen dat een gegeven situatie objectief niet overeenkomt met de totale eisen van het evangelie. Het kan oprecht en eerlijk erkennen wat op dit moment het meest edelmoedige antwoord is dat aan God gegeven kan worden en het kan met een morele zekerheid tot het inzicht komen dat dat het is wat God vraagt te midden van complexiteit van iemands grenzen, al is het nog niet ten volle het objectieve ideaal.’ (II, IV, V)

6.  Amoris Laetitia 304: ‘Oprecht vraag ik dat we ons altijd herinneren wat St.-Thomas ons leert en dat leren in te bouwen in onze pastorale onderscheiding: “Al zijn algemene principes nodig, hoe meer we afdalen in detailzaken, des te vaker komen we tekortkomingen tegen… Wat betreft het handelen is de waarheid of de praktische rechtschapenheid niet voor allen hetzelfde, tenminste als het over details gaat, wel wat betreft de algemene principes; en waar er eenzelfde rechtschapenheid is in detailzaken, is dat niet aan iedereen gelijkelijk bekend… We zullen dus zien dat het principe tekort schiet als we verder in detail afdalen”. Het is waar dat algemene regels een goed vastleggen dat nooit genegeerd of verwaarloosd mag worden, maar in hun formulering kunnen zijn nooit een absolute voorziening treffen voor afzonderlijke situaties.’ (VI)

7. Op 5 september 2016 publiceerden de bisschoppen van regio Buenos Aires een verklaring over de toepassing van Amoris Laetitia, waarin zij stelden:

6) En otras circunstancias más complejas, y cuando no se pudo obtener una declaración de nulidad, la opción mencionada puede no ser de hecho factible. No obstante, igualmente es posible un camino de discernimiento. Si se llega a reconocer que, en un caso concreto, hay limitaciones que atenúan la responsabilidad y la culpabilidad (cf. 301-302), particularmente cuando una persona considere que caería en una ulterior falta dañando a los hijos de la nueva unión, Amoris laetítía abre la posibilidad del acceso a los sacramentos de la Reconciliación y la Eucaristía (cf. notas 336 y 351). Estos a su vez disponen a la persona a seguir madurando y creciendo con la fuerza de la gracia. …

9) Puede ser conveniente que un eventual acceso a los sacramentos se realice de manera reservada, sobre todo cuando se prevean situaciones conflictivas. Pero al mismo tiempo no hay que dejar de acompañar a la comunidad para que crezca en un espíritu de comprensión y de acogida, sin que ello implique crear confusiones en la enseñanza de la Iglesia acerca del matrimonio indisoluble. La comunidad es instrumento de la misericordia que es «inmerecida, incondicional y gratuita» (297).

10)  El discernimiento no se cierra, porque «es dinámico y debe permanecer siempre abierto a nuevas etapas de crecimiento y a nuevas decisiones que permitan realizar el ideal de manera más plena» (303), según la «ley de gradualidad» (295) y confiando en la ayuda de la gracia.

6.  In andere meer complexe gevallen en als een nietigheidsverklaring niet kan worden verkregen, kan de boven vermelde optie   in feite niet haalbaar zijn. Niettemin is een weg van onderscheiding toch mogelijk. Als die komt tot de erkenning in een specifiek geval dat er beperkingen zijn die de verantwoordelijkheid en de schuld verminderen (vgl. 301-302), met name als iemand gelooft dat er een nieuw kwaad ontstaat zoals gevaar voor de kinderen en of gevaar voor de nieuwe verbintenis, dan biedt Amoris Laetitia de mogelijkheid te naderen tot de sacramenten van verzoening en eucharistie (vgl. voetnoten 336 en 351). Deze sacramenten op hun beurt stellen de persoon in staat verder te rijpen en te groeien met de kracht van de genade…

9) Het kan bij een eventuele toelating tot de sacramenten goed zijn dat dit privé gebeurt, met name daar waar conflicten kunnen ontstaan. Maar tegelijkertijd moeten wij onze gemeenschappen begeleiden in hun groeiend begrip en hartelijke ontvangst zonder dat dit verwarring met zich mee brengt over de leer van de Kerk omtrent het onontbindbare huwelijk. De gemeenschap is een werktuig van de barmhartigheid, die “onverdiend, onvoorwaardelijk en belangeloos is”(297).

10) Onderscheiding is niet gesloten want zij is “dynamisch; zij moet altijd open blijven voor nieuwe stadia van groei en voor nieuwe beslissingen die ervoor kunnen zorgen dat het ideaal vollediger wordt verwerkelijkt” (303), volgens de “wet van de geleidelijkheid” (295) en met vertrouwen in de hulp van de genade.

Dit bevestigt dat volgens Amoris Laetitia, al wordt de onontbindbaarheid van het huwelijk niet ontkend, de hertrouwd gescheidenen de sacramenten kunnen ontvangen en dat volharden in deze staat verenigbaar is met het ontvangen van de hulp van de genade. Paus Franciscus schreef een officiële brief, gedateerd op dezelfde dag, aan bisschop Sergio Alfredo Fenoy van San Miguel, een gedelegeerde van de Argentijnse bisschopsregio van Buenos Aires en stelde daarin dat de bisschoppen van de regio Buenos Aires de enig mogelijke interpretatie van Amoris Laetitia hadden gegeven:

Querido hermano:

Recibí el escrito de la Región Pastoral Buenos Aires «Criterios básicos para la aplicación del capítulo VIII de Amoris laetítia». Muchas gracias por habérmelo enviado; y los felicito por el trabajo que se han tomado: un verdadero ejemplo de acompañamiento a los sacerdotes… y todos sabemos cuánto es necesaria esta cercanía del obíspo con su clero y del clero con el obispo . El prójimo «más prójimo» del obispo es el sacerdote, y el mandamiento de amar al prójimo como a sí mismo comienza para nosotros obispos precisamente con nuestros curas.

El escrito es muy bueno y explícita cabalmente el sentido del capitulo VIII de Amoris Laetitia. No hay otras interpretaciones.

[Geliefde broeder,

Ik ontving het document van de pastorale regio Buenos Aires, “Basiscriteria voor de toepassing van hoofdstuk acht van Amoris Laetitia.” Dank u zeer hartelijk dat u het mij hebt toegezonden. Ik dank u voor het werk dat u hier hebt gedaan: een echt voorbeeld van begeleiding voor de priesters… en we weten allemaal hoe noodzakelijk die nabijheid van de bisschop tot zijn clerus is en van de clerus tot zijn bisschop. De “naaste” die het dichtst bij de bisschop staat is de priester, en het gebod je naaste te beminnen als jezelf begint voor ons bisschoppen, nu juist met onze priesters, Het document is erg goed en legt volledig de bedoeling uit van hoofdstuk acht van Amoris Laetitia. Er zijn geen andere interpretaties.]

Deze brief aan de bisschoppen van Buenos Aires werd daarna gepubliceerd in de Acta Apostolicae Sedis van oktober 2016 met een aantekening  dat de paus de publicatie had opgedragen als een act van het authentieke leergezag. Deze notitie bevestigt niet dat de stellingen van Amoris Laetitia en van de bisschoppen van Buenos Aires zelf een deel vormen van het authentiek leergezag; het stelt met magisterieel gezag vast dat hoe de bisschoppen van Buenos Aires verstaan wat paus Franciscus in Amoris Laetitia bedoelde te zeggen, correct is.

We moeten hierbij opmerken dat het weigeren van de communie aan gescheiden en ongeldig getrouwde of samenwonende koppels in zichzelf een leer is die gebaseerd is op de Heilige Schrift en gefundeerd op de goddelijke wet.2 Beweren dat het mogelijk is de communie te geven aan gescheiden en ongeldig gehuwde stellen impliceert, als een noodzakelijke conclusie, het geloof in de ketterijen II, IV en V of andere een ontkenning van het dogma van de onontbindbaarheid van het huwelijk.3

8.  Op 16 juni 2016 stelde paus Franciscus op een pastoraalcongres voor het bisdom Rome dat veel “samenwonende” paren de genade van het huwelijk bezitten. (II, IV, V)

9.  Op een persconferentie 26 juni 2016 zei paus Franciscus:

Ik denk dat de bedoelingen van Martin Luther niet verkeerd waren. Hij was een hervormer. Soms waren zijn methodes niet juist….. En vandaag zijn wij, lutheranen en katholieken, protestanten, het allemaal eens over de leer van de rechtvaardiging. Op dit punt, dat erg belangrijk is, dwaalde hij niet. (I)

10. In een homilie in de lutherse kathedraal in Lund, Zweden, zei paus Franciscus op 31 oktober 2016:

De geestelijke ervaring van Martin Luther daagt ons uit eraan te denken dat wij los van God niets kunnen. “Hoe kan ik een genadige God vinden?” Dat is de vraag die Luther achtervolgde. In feite is de vraag van een juiste relatie met God de beslissende vraag voor ons leven. Zoals we weten ontmoette Luther die genadige God in de Blijde Boodschap van Jezus, mens geworden, gestorven en verrezen. Met zijn idee “door de genade alleen”, herinnert hij er ons aan dat God altijd het initiatief neemt. Dit gaat vooraf aan ieder menselijk antwoord, zelfs als hij probeert dit antwoord te wekken. De leer van de rechtvaardiging is zo een uitdrukking van het wezen van het menselijk bestaan vóór God. (I)

11. Op 31 oktober tekende paus Franciscus de Gemeenschappelijke Verklaring bij gelegenheid van de Gemeenschappelijke Katholiek-Lutherse herdenking van de Reformatie waarin de uitspraak stond: “Wij zijn intens dankbaar voor de spirituele en theologische giften die wij door de Reformatie hebben ontvangen.” (I)

12. Op 4 februari 2019 tekenden en publiceerden paus Franciscus en Ahmad Al-Tayyep, de groot-imam van de Al-Azhar moskee een verklaring met de titel ‘Document over de menselijke broederschap’. Daarin stellen zij het volgende:

Vrijheid is een recht van iedereen: ieder individu geniet de vrijheid van geloof, denken, meningsuiting en handelen. De veelheid en de verscheidenheid van godsdiensten, huidskleur, sekse, ras en taal zijn door God in zijn wijsheid gewild waarmee Hij de mensen geschapen heeft. Deze goddelijke wijsheid is de bron waaruit het recht op vrijheid van geloof en de vrijheid om anders te zijn voortkomt.4 (VII)

(B) De publieke handelingen van paus Franciscus die een afwijzing van geloofswaarheden aangeven

Begrepen in hun meest voor hand liggende betekenis zijn de verklaringen hierboven ketters. Dit is ten aanzien van vele ervan aangegeven in de Correctio Filialis  die naar paus Franciscus werd gestuurd en in de theologische aanmerkingen op Amoris Laetitia die door 45 katholieke geleerden werden gestuurd naar het College van Kardinalen. Zij zijn door een groot gedeelte van de Kerk in een ketterse zin  begrepen en als zodanig aangenomen om het geloof en de daden te legitimeren die hen uitkwamen. Paus Franciscus heeft niemand gecorrigeerd die deze verklaringen publiekelijk in een ketterse zin heeft geïnterpreteerd, zelfs als degenen die deze ketterse opvattingen houden bisschoppen of kardinalen waren.

Deze verklaringen zijn echter niet het enige bewijs voor het publiek onderschrijven van ketterij door paus Franciscus. Het is mogelijk geloof in een stelling te tonen zowel door daden als door woorden. Het kerkelijk recht heeft altijd non-verbale acties toegelaten als bewijs voor ketterij; bijvoorbeeld weigeren te knielen voor het Allerheiligste heeft men beschouwd als bewijs voor het niet geloven in de werkelijke tegenwoordigheid. Non-verbale handelingen op zichzelf kunnen geloof in een ketterij aangeven, of ze kunnen dat doen in samenhang met gesproken en geschreven verklaringen. In dit laatste geval geven zij een context die duidelijk maakt dat de gesproken en geschreven verklaringen in kwestie in een ketterse zin begrepen moeten worden. Een groot aantal van de publieke daden van paus Franciscus hebben zijn geloof in de ketterijen die we hier boven hebben opgesomd, duidelijk gemaakt, op de ene of de andere van de twee manieren. Wij geven hieronder een samenvattende lijst van dergelijke acties. Deze lijst is niet als exhaustief bedoeld. Zij hoeft ook niet exhaustief te zijn; als ze in samenhang gezien worden met de verklaringen van paus Franciscus zoals hierboven zijn weergegeven, zijn het aantal en de ernst van de handelingen, die hieronder aangegeven staan, voldoende om zonder enige redelijke twijfel vast te stellen dat paus Franciscus publiekelijk zijn geloof in de ketterijen heeft getoond, waarvan wij hem beschuldigen.

De daden van paus Franciscus tonen zijn geloof in de ketterijen die we hierboven op verschillende manieren hebben opgesomd. Onder deze handelingen vallen ook het beschermen, het promoveren en het prijzen van clerici en leken die hun geloof in deze ketterijen hebben laten zien of die voortdurend op manieren hebben gehandeld waardoor men ingaat tegen de waarheden die tegenover deze ketterijen staan. Het kerkelijk recht heeft traditioneel de opvatting dat het beschermen, promoveren en helpen van ketters zelf een bewijs kan zijn van ketterij. Door clerici en leken te prijzen die deze ketterijen bevorderen of door hen op invloedrijke posten te benoemen of door clerici van dit soort te beschermen tegen straf of degradatie, als zij ernstig immorele en criminele daden hebben gesteld, helpt hij hen hun ketters geloof te verspreiden. Door het kiezen van ketterse prelaten voor de belangrijkste posten in de Romeinse Curie toont hij de intentie deze ketterijen aan heel de Kerk op te leggen. Door het beschermen van clerici die schuldig zijn aan immorele en criminele seksuele daden, helemaal als deze bescherming een grof schandaal voor de Kerk veroorzaakt en dreigt te leiden tot rampzalig handelen door de burgerlijke overheid, toont hij dat hij niet gelooft in de katholieke leer over de seksuele moraal en laat hij zien dat steun aan ketterse en criminele clerici voor hem belangrijker is dan het welzijn van de Kerk. Door het publiek prijzen van personen die hun carrières hebben gewijd aan verzet tegen de leer van de Kerk en tegen het katholieke geloof en aan het bevorderen en het bedrijven van misdaden, die veroordeeld zijn door de goddelijke openbaring en de natuurwet, communiceert hij de boodschap dat dit geloof en de handelingen van deze personen wettig en prijzenswaardig zijn.

Het is opmerkelijk dat deze publieke goedkeuring en steun niet willekeurig zijn. Hij strekt zijn lofprijzing niet vaak uit tot katholieken die bekend staan als volledig trouw aan de geloofsleer noch houdt het gedrag van individuele katholieken van dit type voor als voorbeelden om na te volgen. En het moet ook worden opgemerkt hoe hij mensen van een gelovige en orthodoxe signatuur heeft gedegradeerd en aan kant heeft geschoven.

Hier volgt een lijst van daden die het geloof in bovenstaande ketterijen aangeven.

Kardinaal Domenico Calcagno

Kardinaal Calcagno stond erom bekend dat hij een priester de hand boven het hoofd had gehouden, die een minderjarige van hetzelfde geslacht had misbruikt, Nello Giraudo,  nog vóór de verkiezing van paus Franciscus. Paus Franciscus handhaafde hem in het ambt van voorzitter van de Administratie van het Patrimonium van de Heilige Stoel tot aan zijn emeritaat in 2017.  (II, V)

Kardinaal Francesco Coccopalmerio

Kardinaal Coccopalmerio verklaarde in 2014 publiekelijk dat katholieke leiders de positieve elementen in homoseksuele relaties moesten benadrukken, en dat het in bepaalde omstandigheden verkeerd is de communie te weigeren aan mensen die in overspelige relaties leven of hen te vragen hun relatie te verbreken. Hij heeft ook andere aanwijzingen gegeven voor het feit dat hij homoseksuele activiteit goedkeurt. Paus Franciscus heeft hem op een aantal belangrijke posten benoemd, onder andere een werkgroep met de opdracht het proces voor het vaststellen van de nietigheid van een huwelijk te versnellen, en in een herzieningscommissie binnen de Congregatie voor de Geloofsleer, die het beroep behandelt van clerici die schuldig bevonden zijn aan seksueel misbruik van minderjarigen (II, IV, V)

Kardinaal Blase Cupich

Op de gezinssynode van 2015 steunde kardinaal Cupich de voorstellen dat personen die leven in overspelige relaties en seksueel actieve homoseksuelen met een goed geweten onder bepaalde omstandigheden de communie konden ontvangen. Paus Franciscus benoemde hem tot aartsbisschop van Chicago in 2014 en benoemde hem in 2016 tot kardinaal. Hij benoemde hem tot lid van de Congregatie voor de Bisschoppen en de Congregatie voor de katholieke Opvoeding. (II, IV, V)

Kardinaal Godfried Danneels

Kardinaal Danneels werd in 1997 en 1998 verzocht actie te ondernemen tegen de catechesemethode Roeach, die in de katholieke scholen van België gebruikt werd onder zijn verantwoordelijkheid. Deze methode beschadigde minderjarigen door een seksuele opvoeding die strijdig was met de katholieke beginselen en die hen leerde elke seksuele begeerte die ze leuk vonden, na te streven: in je eentje, heteroseksueel of homoseksueel. De methode gaf standaard propaganda argumenten die gebruikt werden om het seksueel misbruik van prepuberale kinderen te rechtvaardigen. Hij verdedigde de methode en weigerde ervoor te zorgen dat zij werd veranderd of verwijderd, zelfs toen Belgische ouders bezwaar maakten dat er pedofilie werd aangemoedigd. Deze acties waren publiek bekend in 2010. Kardinaal Danneels nam stappen om de pedofiele bisschop Roger Vangheluwe te beschermen nadat bekend werd dat Vangheluwe zijn eigen neef had misbruikt vanaf het moment dat deze vijf jaar oud was. Toen de neef, op dat moment volwassen, kardinaal Danneels vroeg actie te ondernemen tegen Vangheluwe, weigerde Danneels, en zei de neef te zwijgen over het misbruik, en hij zei de neef dat deze zijn eigen schuld moest erkennen. Deze acties waren publiek bekend in 2010. Kardinaal Danneels stond naast paus Franciscus op het balkon van de St-Pieter toen de paus voor het eerst in het openbaar verscheen na zijn verkiezing. Paus Franciscus benoemde hem als speciaal afgevaardigde naar de gezinssynode van 2015. Bij zijn dood in 2019 prees paus Franciscus hem als een “ijverig herder”, die “de Kerk met toewijding had gediend”. (II, IV, V)

Kardinaal John Dew

Kardinaal Dew pleitte op de synode over de eucharistie in 2005 voor de toelating van overspelige koppels tot de eucharistie. Paus Franciscus benoemde hem in 2015 tot kardinaal en benoemde hem tot speciale afgevaardigde in de gezinssynode van 2015. (II, IV, V)

Kardinaal Kevin Farrel

Kardinaal Farrel heeft zijn steun geuit voor het voorstel dat hertrouwd gescheidenen de communie konden ontvangen. Paus Franciscus benoemde hem tot prefect van het nieuwe dicasterie voor de Leken, Gezin en leven, bevorderde hem tot de rang van kardinaal en maakte hem kardinaal-camerlengo.

Kardinaal Oswald Gracias

Kardinaal Gracias heeft publiek de mening geuit dat homoseksualiteit een geaardheid is die door God aan mensen gegeven is. Paus Franciscus benoemde hem als een van de organisatoren van de Vaticaanse top over het seksueel misbruik in februari 2019. (II, IV, V)

Kardinaal Jozef de Kesel

In 2014 benoemde de toenmalige bisschop van Brugge, Jozef de Kesel, Tom Flamez als pastor nadat deze veroordeeld was vanwege seksueel misbruik. Hij verwijderde Antoon Stragier pas uit zijn dienstwerk in 2015, hoewel de misdrijven van Stragier al in 2004 aan het bisdom bekend waren. Paus Franciscus koos bisschop de Kesel in november 2015 als aartsbisschop van Mechelen-Brussel en benoemde hem tot kardinaal in november 2016. (II, IV, V0

Kardinaal Rodriguez Maradiaga

In een toespraak tot de Universiteit van Dallas in 2013 beweerde kardinaal Maradiaga dat het Tweede Vaticaanse Concilie “een einde wilde maken aan de vijandelijkheden tussen de Kerk en het modernisme, dat op het Eerste Vaticaans Concilie was veroordeeld”, en hij beweerde tevens dat “het modernisme meestal een reactie was tegen de onrechtvaardigheden en de misbruiken, die de waardigheid en de rechten van de persoon hadden gekleineerd”. Hij zei dat “er binnen het volk geen sprake is van een tweedeling tussen christenen – leken en clerus, die wezenlijk van elkaar verschillen” en dat “correct gezegd we niet moeten spreken van clerus en leken maar in plaats daarvan van gemeenschap en dienstwerk”. Hij beweerde: “Christus zelf verkondigde of preekte niet zichzelf, maar het Koninkrijk. De Kerk, als zijn leerling en zijn dienstmaagd, moet hetzelfde doen.”

Kardinaal Maradiaga handelde niet op beschuldigingen van seksueel misbruik van seminaristen en verduistering door Jose Juan Pineda Fasquelle, hulpbisschop van Tegucigalpa. Deze beschuldigingen werden voorwerp van een apostolische visitatie door bisschop Alcides Jorge Pedro Casaretto, die in mei 2017 een rapport presenteerde aan paus Francsicus. Bisschop Fasquelle legde zijn ambt neer in juli 2018 op 57-jarige leeftijd. Maradiaga weigerde de klachten te onderzoeken die door 48 van de 180 seminaristen waren ingediend over seksueel wangedrag in het seminarie van Honduras, en hij viel de aanklagers aan. Paus Franciscus benoemde Mariadiaga tot lid en coördinator van de raad van negen kardinalen die in 2013 had opgericht om hem te adviseren in het bestuur van de universele Kerk. (II, IV, V)

Voormalig kardinaal Theodore McCarrick

Volgens talloze geloofwaardige aanklagers dwong voormalig kardinaal McCarrick hen homoseksuele betrekkingen met hem aan te gaan. Deze beschuldigingen waren bij de Heilige Stoel al in 2002 bekend. Tussen 2005 en 2007 betaalden het bisdom Metuchen en het aartsbisdom Newark financiële regelingen aan twee priesters die McCarrick van misbruik hadden beschuldigd, Paus Franciscus was persoonlijk op de hoogte gebracht van dit gedrag in 2013 en men had hem gezegd dat paus Benedictus hem beperkingen had opgelegd. Paus Franciscus haalde McCarrick uit zijn teruggetrokken leven en gebruikte hem voor veel belangrijke taken waaronder reizen als vertegenwoordiger van de Heilige Stoel naar Israël, Armenië, China, Iran en Cuba. Hij begeleidde paus Franciscus op diens reizen naar Israël en Cuba. Toen aartsbisschop Carlo Maria Viganò in augustus 2018 beweerde dat McCarrick een serie-misbruiker was, weigerde de paus op deze bewering te antwoorden. In februari 2019 werd de voormalige kardinaal tot de lekenstand teruggebracht. Ondanks het voorbeeld van het gedrag van de voormalige kardinaal werd het onderwerp van homoseksueel misbruik van volwassenen, en met name van seminaristen, geweerd op de top over seksueel misbruik die dezelfde maand in Rome plaats vond. (II, IV, V)

Kardinaal Donald Wuerl

Kardinaal Wuerl liet George Ziwas doorgaan in het pastoraat nadat hij gehoord had, dat hij misdrijven van seksueel misbruik had gepleegd. Wuerl nam ontslag als aartsbisschop van Washington nadat zijn optreden in deze en andere gevallen van seksueel misbruik was bekritiseerd in een Grand Jury Rapport van Pennsylvania. Toen Wuerl terugtrad als gevolg van deze missers, prees paus Franciscus hem om zijn edelmoedigheid, behield hem als apostolisch administrator van het aartsbisdom Washington en als lid van de Congregatie voor de bisschoppen. (II, IV, V)

Aartsbisschop Mario Barros Madrid

Barros dekte de ernstige seksuele misdrijven van Fernando Karadima toe, die veroordeeld was vanwege seksueel misbruik door een kerkelijke rechtbank in 2011. Paus Franciscus benoemde Barros in 2015 tot bisschop van Osorno ondanks hevige protesten van de gelovigen en hij noemde de critici lasteraars. Bisschop Barros nam zijn verantwoordelijkheid en trad in 2018 terug nadat paus Franciscus toegaf dat hij “ernstige fouten” had gemaakt bij de behandeling van deze zaak. (II, IV, V)

Bisschop Juan Carlos Maccarone

Maccarone was bisschop van Santiago de Estero in Argentinië en deken van de faculteit van theologie van de Pauselijke Universiteit van Buenos Aires. In 2005 werd een video van Maccarone die door een taxichauffeur werd gesodomiseerd, bekend gemaakt. Hij trok zich daarna als bisschop terug. Na dit incident tekende aartsbisschop Bergoglio een verklaring van solidariteit met Maccaore, gepubliceerd door de Bisschoppenconferentie van Argentinië, waarvan hij het hoofd was. (II, IV, V0

Bisschop José Tolentino Mendonça.

In 2013 prees Mendonça de theologie van zr. Teresa Forcades, die de moraliteit verdedigt van homoseksuele daden en beweert dat abortus een recht is, en die stelde dat “Jezus van Nazareth geen wetten had gegeven noch regels had opgesteld”. Paus Franciscus maakte hem in 2018 aartsbisschop en hoofd van de Vaticaanse geheime archieven. Hij nodigde hem eveneens uit de vastenretraite voor de paus en de hoge curiebeambten in 2018 te preken. (II, IV, V, VI)

Bisschop Gustavo Óscar Zanchetta

Zanchetta was door paus benoemd tot aartsbisschop van Oran in Argentinië in 2013. Zanchetta hield zich bezig met homoseksueel wangedrag waaronder het seksueel lastigvallen van seminaristen. Fotografisch bewijs hiervan werd 2015 naar de Heilige Stoel gestuurd. In december 2017 benoemde paus Franciscus Zanchetta als assessor van de Administratie van het Patrimonium van de Apostolische Stoel. (II, IV, V)

Mgr. Battista Mario Salvatore Ricca

Battista Ricca was betrokken bij ernstig homoseksueel wangedrag toen hij werkte in de pauselijke nuntiatuur in Uruguay. Daaronder was dat hij in een lift vast zat met een mannelijke prostitué en door brandweer gered moest worden. Nadat deze schandalen publiek waren geworden, gaf paus Franciscus hem de leiding over zijn residentie, het Casa Santa Marta, en benoemde hem als prelaat van het Instituto delle Opere di Religione. (II, IV, V)

Julio Grassi

Grassi werd in 2009 veroordeel vanwege seksueel misbruik van een tienerjongen. De Argentijnse Bisschoppenconferentie onder voorzitterschap van kardinaal Bergoglio stelden alles in het werk om de veroordeling van Grassi te voorkomen. De bisschoppenconferentie gaf tot dit doel  opdracht voor een vierdelig werk dat de slachtoffers van Grassi zwart maakte. Grassi zei dat aartsbisschop Bergoglio tijdens heel het juridisch proces “zijn hand had vastgehouden”. (II, IV, V)

Mauro Inzoli

In 2012 werd Inzoli tot de lekenstand teruggebracht door de Congregatie voor de Geloofsleer vanwege seksueel misbruik van minderjarigen. In juni 2014 herstelde paus Franciscus hem in het priesterschap. (II, IV, V)

Pater James Martin S.J.

Martin is een bekend voorvechter van het legitimeren van homoseksuele relaties en homoseksuele activiteiten. In 2017 benoemde paus Franciscus hem als consultor bij het Secretariaat voor de Communicatie van de Heilige Stoel. (II, IV, V)

Pater Timothy Radcliffe O.P.

In 2013 zei Radcliffe dat homoseksuele activiteit een uitdrukking kan zijn van de zelfgave van Christus. Paus Franciscus benoemde hem in mei 2015 als consultor bij de Pauselijke Raad voor Gerechtigheid en Vrede. (II, IV, V)

Emma Bonino

Emma Bonino is de belangrijkste politieke activiste voor abortus en euthanasie in Italië, en was er trots op persoonlijk veel abortussen uit te voeren. In 2015 ontving paus Franciscus haar in het Vaticaan en in 2016 prees hij haar als een van de “vergeten groten” van Italië. (II, IV, V, VI)

Pauselijke Academie voor het Leven

In 2016 ontsloeg paus Franciscus alle 132 leden van de Pauselijke Academie voor het leven, hij schrapte het vereiste dat de leden van de Academie moesten zweren dat ze de katholieke leer over het menselijk leven zouden verdedigen en dat ze geen destructief onderzoek op embryo’s of foetussen zouden uitvoeren, noch selectieve abortus of euthanasie. Onder de 45 nieuwe leden van de Academie, die hij heeft benoemd, zijn diverse personen de katholieke moraal verwerpen. Maurizio Chiodi heeft  gepleit voor euthanasie door het niet geven van voedsel en water, en hij heeft de katholieke leer over de moraliteit van contraceptie verworpen. Alain Thomasset heeft het idee van intrinsiek slechte daden afgewezen en heeft beweerd dat sommige homoseksuele relaties wegen tot heiligheid kunnen zijn. Humberto Miguel Yanez houdt dat kunstmatige geboorteregeling in bepaalde omstandigheden toelaatbaar kan zijn. Professor Marie-Jo Thiel verwerpt de leer van de Kerk dat homoseksuele daden intrinsiek slecht zijn en ook haar leer dat contraceptie moreel verkeerd is. Prof. Nigel Biggar houdt dat abortus tot 18 weken zwangerschap geoorloofd kan zijn, en aanvaardt dat euthanasie in sommige gevallen gerechtvaardigd kan zijn. (II, IV, V, VI)

Het bevorderen van het ontvangen van de Eucharistie door hertrouwd gescheiden personen

Paus Franciscus heeft voortdurend het ontvangen van de eucharistie onder bepaalde omstandigheden bevorderd door personen die burgerlijk gescheiden zijn en leven in een seksuele relatie met iemand anders. Zij brief aan de bisschoppen van Buenos Aires, hierboven geciteerd, keurt deze praktijk expliciet goed. Hij kwam tussenbeide bij de samenstelling van de Relatio post disceptationem in de gezinssynode van 2014. Zijn aanvulling op de Relatio stelde voor de communie gescheiden- en-hertrouwde-katholieken op een van-geval-tot-geval-basis toe te staan en hij zei dat de pastores de “positieve aspecten” moesten benadrukken van manieren van leven die de Kerk als zwaar zondig beschouwt, zoals een burgerlijk huwelijk na echtscheiding en voorechtelijk samenwonen. Deze voorstellen werden op zijn persoonlijk aandringen in de Relatio ingevoegd, ondanks het feit dat ze niet de tweederde meerderheid haalden die volgens de regels van de Synode nodig was voor opname in de Relatio. Hij publiceerde richtlijnen voor het bisdom Rome die de ontvangst van de eucharistie onder bepaalde omstandigheden toestonden aan burgerlijk gescheiden en hertrouwde katholieken, die “more uxorio” met hun burgerlijke partner leven. Deze leer en deze handelingen zijn zelf een delict tegen het geloof, omdat de leer dat katholieken met een nog levende echtgenoot, die publiek samenwonen met iemand anders, de communie niet mogen ontvangen, tenminste een waarheid die behoort tot het secundaire object van onfeilbaarheid van de Kerk. Het is minstens een waarheid waarvan de aanvaarding noodzakelijk is om de geloofsschat effectief te kunnen verdedigen of met voldoende gezag te kunnen voorhouden. Wij ontkennen niet dat het een deel is van de van Godswege geopenbaarde heilige Traditie. De ontkenning ervan is niet opgesomd als een ketterij die door paus Franciscus omhelsd wordt omdat sommige achtenswaardige katholieke theologen hebben  beweerd dat het geen onderdeel is van het van Godswege geopenbaarde depositum fidei. Het ontkennen van deze waarheid verleent steun aan ketterijen (IV) en (V) die hierboven opgesomd zijn.

Andere aanwijzingen.

Op 9 juni 2014 ontving paus Franciscus de leiders van de militant pro-homoseksuele organisatie Tupac Amaru uit Argentinië in het Vaticaan en zegende hun cocabladeren voor gebruik in hun heidense religieuze rituelen, die de erkenning inhouden van de cocaplant als heilig. (II, IV, V, VII)

Paus Franciscus heeft geen enkel woord gesproken ter ondersteuning van campagnes van het volk om katholieke landen te behoeden voor abortus en homoseksualiteit, bijv. vóór het referendum tot invoering van abortus in Ierland in mei 2018. (II, IV, V. VI)

Bij de openingsmis van de synode voor de jeugd in 2018 droeg paus Franciscus een staf in de vorm van een “stang”, een voorwerp dat gebruikt wordt bij satanische rituelen. (VI, VII)

Gedurende de jeugdsynode droeg paus Franciscus een vervormd kruis in regenboogkleuren, terwijl de regenboog een algemeen gebruikt symbool is van de homobeweging. (II, IV, V)

Paus Franciscus heeft een overeenkomst met China gesloten die de Chinese regering toestaat katholieke bisschoppen in dat land uit te kiezen en heeft de opdracht gegeven aan een aantal getrouwe katholieke bisschoppen hun bisdommen over te dragen aan bisschoppen die door de staat zijn benoemd. China is een atheïstische staat die christenen vervolgt en een immorele bevolkingspolitiek oplegt die bevordering van anticonceptie en gedwongen abortus met zich mee brengt. De bevolkingspolitiek heeft voor de Chinese regering een hoge prioriteit en heeft niet te overziene schade veroorzaakt. Controle over de Kerk door de Chinese regering zal ervoor zorgen dat de Kerk in China geen weerstand kan bieden aan deze politiek. (II, VI)

Paus Franciscus heeft geweigerd te ontkennen dat Amoris Laetitia ketterijen leert (IV), (V) en (VI) die hierboven opgesomd zijn, toen hem gevraagd werd dat te doen door de kardinalen Brandmüller, Burke, Caffarra en Meisner in september 2016. De dubia vermeldden met name de ernstige verwarring en ontreddering bij veel gelovigen betreffende geloof en zeden als gevolg van Amoris Laetitia. Het voorleggen van dubia door bisschoppen en het geven van een antwoord aan hen is een heel traditionele en normale procedure. Daarom is de weigering te antwoorden op deze dubia een weloverwogen keuze van de kant van paus Franciscus.

(C) De hardnekkigheid waarmee paus Franciscus vasthoudt aan ketterse stellingen

Paus Franciscus voltooide de noodzakelijke studies voor zijn wijding, behaalde een licentiaat in de filosofie en een licentiaat in de theologie en werd universiteitsprofessor in de theologie aan de Facultades de Filosofia y Teologia de San Miguel, een jezuïetenuniversiteit en seminarie in Argentinië. Vervolgens werd hij rector van deze faculteiten. De apostolische exhortatie Familiaris Consortio en de encycliek Veritatis Splendor, waarin veel van bovengenoemde ketterijen veroordeeld worden, werd gepubliceerd toen hij respectievelijk priester en bisschop was. Hij heeft Familiaris Consortio in zijn geschriften geciteerd en hij nam deel aan een theologische conferentie over Veritatis Splendor in 2004 waarin hij een bijdrage aan de conferentie leverde waarin hij de leer bevestigde die ontkend wordt in ketterij (VI) hierboven. De hierboven vermelde dubia die in september 2016 privé waren gestuurd naar paus Franciscus en publiek gemaakt in november van hetzelfde jaar, herinneren aan de passages in Veritatis Splendor en Familiaris Consortio. Men mag daarom aannemen dat hij goed genoeg geïnfomeerd was over de katholieke leer om te weten dat de ketterijen die hij beleed in tegenstelling zijn met de katholieke leer. Hun ketterse natuur is ook aangetoond en benadrukt in een correctio filialis die door een aantal katholieke wetenschappers in augustus 2017 aan hem werd gericht en publiek werd gemaakt in september van hetzelfde jaar.5

Het verzoek dat wij aan u als bisschoppen richten

Wij verzoeken daarom uwe excellenties dringend maatregelen te nemen ten aanzien van het gegeven dat paus Franciscus publiek ketterij aanhangt. Wij erkennen met dankbaarheid dat sommigen onder u de waarheden die ingaan tegen deze ketterijen die wij hebben opgesomd, opnieuw hebben bevestigd, of anders hebben gewaarschuwd voor de ernstige gevaren die Kerk onder dit pontificaat bedreigen. Wij herinneren ons bijvoorbeeld dat zijne eminentie kardinaal Burke al in oktober 2014 zei dat de Kerk lijkt op een stuurloos schip en dat hij samen met zijne eminentie kardinaal Pujats, wijlen kardinaal Caffarra en diverse andere bisschoppen in september 2016 een Verklaring van Trouw tekende aan de onveranderlijke leer van de Kerk over het huwelijk. Wij herinneren ons ook de verklaring van zijne eminentie kardinaal Eijk in mei vorig jaar dat het huidige tekort aan getrouw overdragen van de leer van de kant van de bisschoppen in eenheid met de opvolger van Petrus de grote misleiding teweeg brengt die voor de laatste dagen voorzegd is; en enigszins gelijksoortige opmerkingen nog onlangs gemaakt door zijne eminentie kardinaal Gerhard Müller in his Manifesto of faith. Voor deze en andere soortgelijke interventies door kardinalen en bisschoppen die een manier hebben gevonden om de gelovigen gerust te stellen, danken wij God.

Toch geloven wij dat het in een zo ernstige en nooit eerder voorgekomen noodtoestand niet langer voldoende is om de waarheid als het ware abstract te leren of zelfs “de verwarring” in de Kerk in tamelijk algemene termen af te keuren. Immers katholieken zullen nauwelijks geloven dat de paus het geloof aanvalt tenzij dit uitdrukkelijk wordt gezegd; en daarom lopen louter abstracte veroordelingen het risico dat ze paus Franciscus een dekmantel geven zijn doel dichterbij te brengen en te verwezenlijken.

Ondanks het bewijs dat wij in deze brief naar voren hebben gebracht, erkennen wij dat het niet aan ons is de paus schuldig te verklaren aan het misdrijf van ketterij op een manier dat dat canonieke gevolgen zou hebben voor de katholieken. Wij doen daarom een beroep op u als onze geestelijke vaders, plaatsvervangers van Christus in uw eigen rechtsgebied en geen plaatsvervangers van de paus van Rome, publiekelijk paus Franciscus te vermanen de ketterijen die hij beleden heeft af te zweren. Zelfs afgezien van de vraag of hij deze ketterse opvattingen persoonlijk aanhangt, rechtvaardigt het gedrag van de paus ten aanzien van zeven stellingen die tegen de van Godswege geopenbaarde waarheid ingaan en die aan het begin van deze brief staan, de aanklacht van het misdrijf van ketterij. Het is boven iedere twijfel verheven dat hij ketterse visies ten aanzien van deze punten bevordert en verspreidt. Bevorderen en verspreiden van ketterij is op zichzelf voldoende grond  voor een aanklacht van het misdrijf van ketterij. Er is daarom meer dan genoeg reden voor de bisschoppen om de beschuldiging van ketterij serieus te nemen en te proberen de situatie recht te zetten.

Omdat paus Franciscus  zowel door zijn handelingen als door zijn woorden blijk gegeven heeft van ketterij, moet een afzwering ook een verwerping en een ombuiging van deze handelingen inhouden, inclusief het terugdraaien van de benoeming door hem van bisschoppen en kardinalen die deze ketterijen hebben gesteund door hun woorden of hun daden. Een dergelijke vermaning is een plicht van broederlijke liefde jegens de paus maar ook een plicht tegenover de Kerk. Als – wat God verhoede – paus Franciscus geen vruchten van echte bekering voortbrengt als antwoord op deze vermaningen, verzoeken wij u uw ambtsplicht te vervullen en te verklaren dat hij het canonieke misdrijf van ketterij heeft bedreven en dat hij de canonieke gevolgen van dit misdrijf moet ondergaan.

De acties hoeven niet door alle bisschoppen van de katholieke Kerk te worden ondernomen, zelfs niet door een meerderheid van hen. Een substantieel en representatief deel van de gelovige bisschoppen van de Kerk zou de macht hebben deze acties te ondernemen. Gegeven de toegankelijke, omvangrijke en rampzalige aard van de ketterij van paus Franciscus, lijkt de bereidheid om paus Franciscus vanwege deze ketterij publiek te vermanen een noodzakelijke voorwaarde om een trouw bisschop van de katholieke Kerk te zijn.

Deze gang van zaken wordt gesteund en vereist door het canonieke recht en de traditie van de Kerk. Wij geven hieronder een kort overzicht van de canonieke en theologische basis ervan.

Wij vragen de heilige Drie-eenheid paus Franciscus te verlichten om elke ketterij die ingaat tegen gezonde leer te verwerpen en wij bidden dat de allerheiligste Maagd Maria, de moeder van de Kerk, voor uwe excellenties het licht en de kracht mag verkrijgen om het geloof van Christus te verdedigen. Sta ons toe in alle vrijmoedigheid te zeggen: dat als u zo handelt, u niet met het verwijt van de Heer zult worden geconfronteerd: “Ge zijt niet op de bres gaan staan en hebt geen muur opgetrokken rond het volk van Israël opdat het stand zou kunnen houden in de strijd op de dag van de Heer.” (Ez. 13, 5)

Wij vragen nederig om uw zegen en wij verzekeren u van onze gebeden voor uw dienstwerk en voor de Kerk.

Hoogachtend in Christus

Gerard J.M. van den Aardweg PhD, Nederland

Matteo d’Amico, Professor in de geschiedenis van de Filosofie, Senior High School van Ancona

Pater Thomas Crean OP

Diaken Nick Donnelly MA

Richard P. Fitzgibbons MD, Directeur van het Instituut voor Herstel van Huwelijksproblemen; voormalig consultot van de Congregatie voor de clerus; lidvan de Academie voor menselijk Leven en Gezin; voorheen docent aan het instituut voor Studies over Huwelijk en Gezin aan de Katholieke Universiteit van Amerika.

Maria Guarini STB, Pauselijke Serafijnse Universteit, Rome; eidnredacteur van de website Chiesa e postconcilio

E.H. John Hunwick, voorheen senior research fellow, Pusey Houde, Oxford

Peter Kwasniewski PhD

John Lamont DPhil (Oxon.)

Brian M. McCall, Orpha en Maurice Merril professor in recht; hoofdredacteur van Catholic Family News

Stephane Mercier PhD, voorheen lector aan de Katholieke Universiteit van Leuven

Pater Aidan Nochols OP

Professor Paolo Pasqualucci, Professor in de filosofie (emer.), Universiteit van Perugia

Dr. Caludio Pierantoni, professor Middeleeuwse Filosofie, Universiteit van Chili; voorheen professor kerkgeschiedenis en patrologie aan de pauselijke katholieke Universiteit van Chili.

Professor John Rist

Dr. Anna Silvas, Adjunct Senior Research Fellow, Faculteit van de Menswetenschappen, Artes, Sociale Wetenschappen en Opvoeding, Universiteit van New England

Prof. dr. W.J. Witteman, natuurkundige, em. professor, Universiteit van Twente

Het kerkelijk recht en de katholieke theologie betreffende de situatie van een ketterse paus

De situatie van een paus die tot ketterij is vervallen is al lang een onderwerp van discussie bij katholieke theologen. De situatie werd onder de aandacht gebracht nadat het derde oecumenische concilie van Constantinopel de monotheletistische ketterij in 681 had veroordeeld en postuum de banvloek had uitgesproken over paus Honorius vanwege zijn steun voor deze ketterij; deze veroordeling van Honorius als ketter werd herhaald door de heilige paus Leo II toen hij de akten van dat Concilie bekrachtigde. Sinds die tijd hebben katholieke theologen en canonisten een consensus bereikt op diverse essentiële punten betreffende de gevolgen voor een paus die tot ketterij vervallen is. Wij willen deze punten hier kort presenteren.

Men is het over eens dat geen paus een ketterij kan verdedigen als hij onderricht op een wijze die voldoet aan de voorwaarden voor een onfeilbare leerstellige verklaring. Deze beperking betekent niet dat een paus niet schuldig kan zijn aan ketterij, aangezien pausen veel openbare verklaringen kunnen afleggen en dat ook doen die niet onfeilbaar zijn; veel pausen hebben nooit een onfeilbare definitie gegeven.

Men is het er over eens dat de Kerk geen jurisdictie heeft over de paus en dat daarom de Kerk niet de macht heeft een paus uit zijn ambt te zetten, zelfs niet vanwege het misdrijf van ketterij.

Men is het er over eens dat het kwaad van een ketterse paus zo groot is dat het niet getolereerd mag worden vanwege zogenaamde groter goed. Suarez drukt deze consensus als volgt uit: “Het zou uiterst gevaarlijk zijn voor de Kerk, als zij een dergelijke herder heeft en niet in staat is zichzelf tegen een dergelijk groot gevaar te verdedigen; voorts zou het tegen de waardigheid van de Kerk zijn haar te verplichten onderworpen te blijven aan een ketterse paus zonder in staat te zijn hem uit haar midden te verwijderen; want zoals de vorst en de priester zijn, zo zijn gewoonlijk de mensen.” De heilige Robertus Bellarminus zegt: “Ellendig zou de situatie van de Kerk zijn, als zij gedwongen was iemand als herder te nemen die zich duidelijk als een wolf gedraagt” (Disputationes de controversiis, 3de controverse, Bk. 2, cap. 30).

Men is het er over eens dat kerkelijke gezagsdragers een verantwoordelijkheid hebben te handelen om het kwaad van een ketterse paus te herstellen. De meeste theologen houden dat de bisschoppen van de Kerk de gezagsdragers zijn die een absolute plicht hebben in overleg dit kwaad te herstellen.

Men is het er over eens dat een paus die schuldig is aan ketterij en die hardnekkig blijft volharden in zijn ketterse opvattingen niet langer paus kan zijn.6 Theologen en canonisten bespreken deze kwestie als onderdeel van het onderwerp van het verlies van het pauselijk ambt. De oorzaken van het verlies van het pauselijk ambt die zij opsommen bevatten altijd:  de dood, terugtreden en ketterij. De consensus beantwoordt aan het standpunt van het ongeschoolde gezonde verstand, dat zegt dat je om paus te kunnen zijn, katholiek moet zijn. Dit standpunt is gebaseerd op de patristische traditie en op fundamentele theologische principes betreffende het kerkelijk ambt, ketterij en lidmaatschap van de Kerk.7 De Kerkvaders ontkenden dat een ketter kerkelijke jurisdictie van welke soort ook kon bezitten. Latere kerkleraren begrepen deze leer als een verwijzing naar publieke ketterij die voorwerp is van kerkelijke sancties, en zij hielden dat dit eerder gebaseerd was op goddelijke wet dan op positieve kerkelijk wet. Zij stelden dat een ketter van dit soort geen jurisdictie kon uitoefenen omdat hun ketterij hen buiten de Kerk plaatste en niemand die uit de Kerk verbannen is, gezag in haar kan uitoefenen.8

Het kerkelijk recht ondersteunt deze theologische consensus. De eerste canon die expliciet gaat over de mogelijkheid van pauselijke ketterij vinden we in het Decretum van Gratianus. Distinctio XL, canon 6 van het Decretum zegt dat de paus door niemand geoordeeld kan worden tenzij hij duidelijk van het geloof is afgeweken:

Cunctos ipse iudicaturus a nemine est iudicandus, nisi deprehendatur a fide devius (‘he, the one who is to judge all, is to be judged by none, unless he be found straying from the faith.’)

De formulering van deze stelling lijkt te zijn beïnvloed door De sancta Romana ecclesia van kardinaal Humbert (1053), dat stelde dat de paus immuun is voor veroordeling door iemand tenzij in kwesties van geloof: “a nemine est iudicandus nisi forte deprehendatur a fide devius”. De aanspraak in deze canon is een ontwikkeling van de bewering van paus Gregorius de Grote dat slechte prelaten door hun onderdanen verdragen moeten worden als dat kan terwijl men het geloof bewaart (Moralia XXV c. 16: “Subditi praelatos etsiam malos tolerant, si salva fide possint….”).

De canonieke stelling dat de paus geoordeeld kan worden vanwege ketterij kwam tot stand als een uitwerking van het canonieke principe dat de paus door niemand geoordeeld wordt. De stelling in deze canon is de verkondiging van een privilege;  de bedoeling ervan is te zeggen dat de paus de ruimst mogelijke exemptie heeft van het oordeel van anderen.

Deze canon is ingevoegd, samen de rest van het Decretum Gratiani, in het Corpus Iuris Canonici dat de basis vormt van het kerkelijk recht in de Latijnse Kerk tot 1917. Zijn gezag wordt gesteund door het pauselijk gezag zelf aangezien het kerkelijk recht door het pauselijk gezag wordt gehandhaafd. Het werd geleerd door paus Innocentius III, die in zijn preek bij de consecratie van de paus zei, dat “God zijn enige rechter was voor andere zonden en dat hij slechts door de Kerk kon worden geoordeeld voor zonden tegen het geloof”(“In tantum enim fides mihi necessaria est, ut cum de caeteris peccatis solum Deum iudicem habeam, propter solum peccatum quod in fide committitur possem ab Ecclesia judicari.”) Het afwijzen van de canon in het Decretum zou de canonieke fundering voor het pauselijk primaat ondermijnen aangezien deze canon deel uitmaakt van de wettelijke basis voor het principe dat de paus door niemand wordt geoordeeld.

De canon werd algemeen aanvaard door de Kerk na de compilatie en de publicatie van het Decretum. De ketterij waarnaar in deze canon wordt verwezen, wordt door vrijwel alle auteurs begrepen als ketterij die naar buiten toe duidelijk gemanifesteerd wordt (de stelling dat een paus zijn ambt verliest vanwege louter innerlijke ketterij werd voorgestaan door Juan de Torquemada O.P. maar werd overtuigend afgewezen en verworpen door alle canonisten en theologen daarna). Noch de Codex  van kerkelijk recht 1917 noch de Codex van 1983 schaffen het principe af dat een ketterse paus zijn pauselijk ambt verliest. Hierover zijn alle commentatoren van deze codices het eens en zij zeggen dat dit principe juist is.9

De vroege canonieke traditie vereist in het algemeen dat in een specifiek geval van pauselijke ketterij, de paus diverse keren moet worden vermaand voordat hij als ketter behandeld wordt. De Summa van de H. Rufinus, de Summa antiquitate et tempore (na 1170) en de Summa van Johannes Faventius (na 1171) stellen allebei dat de paus een tweede en een derde keer gewaarschuwd moet worden voordat hij als en ketter veroordeeld kan worden. De Summa van Huguccio stelt dat voordat de paus als ketter kan worden veroordeeld, hij moet worden aangemaand de ketterij te verlaten en dat hij serieus zijn dwaling moet bekritiseren als antwoord op een dergelijke vermaning.

Sedevacantistische auteurs hebben beweerd dat een paus automatisch het pauselijk ambt verliest als gevolg van openbaren ketterij zonder dat er een interventie door de Kerk vereist of toegestaan is. Deze opinie is niet verenigbaar met de katholieke traditie en theologie, en moet worden afgewezen. De aanvaarding ervan zou de Kerk in een chaos storten in geval van een ketterse paus zoals vele theologen hebben betoogd. Het zou iedere individuele katholiek laten besluiten of en wanneer de paus als ketter beschouwd zou worden en zijn ambt zou hebben verloren. In plaats daarvan moet worden aanvaard dat de paus zijn ambt niet verliest zonder actie van de bisschoppen van de Kerk. Een dergelijke actie moet inhouden dat men de paus meer dan eens moet bezweren alle ketterijen te verwerpen die hij verdedigd heeft, en dat men aan de gelovigen moet verklaren dat hij schuldig is geworden aan ketterij als hij weigert deze ketterijen te verwerpen. Het niet samengaan van ketterij en het lidmaatschap van de Kerk is het wat leidt tot het verlies van het pauselijk ambt door een ketterse paus. De bepaling van de Kerk dat de paus een ketter is en de aankondiging van zijn ketterij door de bisschoppen van de Kerk, is het wat de ketterij van de paus tot een juridisch feit maakt, een feit waaruit zijn verlies van het ambt voortvloeit.

Er zijn enkele kleinere meningsverschillen tussen katholieke theologen betreffende de maatregelen die de Kerk moet nemen als ze te maken heeft met de ketterse paus. De school van Cajetanus en Johannes van St. Thomas stellen dat opdat iemand het pauselijk ambt kan verliezen, de Kerk de gelovigen moet opdragen hem vanwege zijn ketterij uit de weg te gaan. De school van de H. Robertus Bellarminus verwerpt niet de stap om de gelovigen de opdracht te geven de paus als een ketter uit de weg te gaan, maar hij beschouwt het niet als een noodzakelijke voorwaarde voor het ambtsverlies van de paus vanwege ketterij. Deze beide scholen hebben tot nu toe aanhangers. Wij nemen ten aanzien van deze betwiste punten geen standpunt in. De oplossing daarvan is een zaak voor de bisschoppen van de Kerk.

Voetnoten

1.      Wij geven de ketterij of de ketterijen die ondersteund worden door iedere verklaring of handeling aan door het Romeinse cijfer tussen haakjes van de ketterij uit de lijst hierboven.

2.      Vgl. Familiaris Consortio 84. Zie eveneens: Dichiarazione del Pontificio Consiglio per i Testi Legislativi: Circa l’ammissibilità alla Santa Communione dei divorziati risposati (L’Osservatore Romano, 7 juli 200, p. 1; Communicationes, 32 [2000].

3.      Vgl. Kard. G. Müller in: Riccardo Cascioli, “Vogliono far tacere Benedetto perché dice la verità”, La Nuova Bussola quotidiana: http://www.lanuovabq.it/it/vogliono-far-tacere-benedetto-xvi-perche-dice-la-verita: “Moet een emeritus-bisschop, als hij de mis ceebreert, in de homilie niet de waarheid zeggen? Moet hij zijn mond houden over de onontbindbaarheid van het huwelijk omdat andere nog actieve bisschoppen nieuwe regels hebben ingevoerd die niet in harmonie zijn met de goddelijk wet? Inderdaad, de actieve bisschoppen hebben niet de macht de goddelijke wet in de Kerk te veranderen. Zij hebben het recht niet een priester te vertellen dat hij de communie moet geven aan iemand die niet in volle gemeenschap met de katholieke Kerk is. Niemand kan deze goddelijke wet veranderen; als iemand dat doet, is hij een ketter, een scheurmaker.” Vgl. http://magister.blogautore.espresso.repubblica.it/2019/04/17/between-the-two-popes-there-is-%E2%80%9Cfracture-%E2%80%9D-the-silence-of-francis-against-benedict/

4.      Paus Franciscus enkele uitleggingen van deze verklaring gegeven maar geen van deze uitleggingen geeft een ondubbelzinnige uitleg die overeenkomt met het katholieke geloof. Een dergelijke interpretatie zou duidelijk moeten preciseren dat God positief alleen het bestaan wil van het christelijk geloof. Aangezien de verklaring een gezamenlijke verklaring is met de groot-imam, kan zij niet geïnterpreteerd worden ineen zin die de groot-imam zou afwijzen. Aangezien de groot-imam het standpunt afwijst dat God alleen positief de het bestaan van de christelijke godsdienst wil, is het onmogelijk een orthodoxe interpretatie aan de verklaring te geven. Wij verstaan daarom deze verklaring in zijn natuurlijke betekenis als een ontkenning van een waarheid van het katholieke geloof.

5.      Zie: http://www.correctiofilialis.org

6.      Zie bijv. Thomas de Vio Cajetan, De Comparatione auctoritatis papae et concilii cum Apologia eiusdem tractatus (Rome : Angelicum, 1936) ; Melchior Cano, De Locis theologicis, boek 6, cap. 8 ; Baňez, In IIaIIaeq. 1 a. 10 ; Johannes van St. Thomas, Cursus Theologici II-II, De auctoritate Summi Pontificis, d. 8, ad. 3, De depositione papae ; Suarez, De fide, disp. 10 ; H. Robertus Bellarminus, De Romano Pontifice, boek 2 ; Billuart, Cursus Theologiae, Pars II-II ; H. Alfonsus Liguri, Vindiciae pro suprema Pontificis potestate adversus Iustinum Febronium ; Kardinaal Charles Journet , L’Église du Verbe Incarné, vol. I : l’hiérarchie apostolique (Éditions Saint-Augustin, 1998), pp. 980-983.

7.      Zie bijv. H. Augustinus, Sermo 181 ; Paus Pius IX, Bulle ‘Ineffabilis’ die de leer van de Onbevelekte Ontvangenis definieert.

8.      Dit principe wordt door de H. Robertus Bellarminus toegepast op het verlies van het pauselijk ambt door ketterij, De Romano Pontifice, boek 2, hoofdst. 30. Latere auteurs hebben deze stelling gekwalificeerd door te aanvaarden dat ketterse clerici jurisdictie kunnen uitoefenen in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden, omdat de Kerk die dan suppleert. Geen van deze auteurs heeft echter aanvaard dat een paus wiens ketterij publiek is en vastgesteld, pauselijke jurisdictie kan bezitten en uitoefenen. De Kerk kan geen pauselijke jurisdictie verlenen, en een ketterse paus kan zichzelf geen jurisdictie verlenen.

9.      Zie bijv. Jus Canonicum ad Codicis Normam Exactum, Franciscus Wernz en Petrus Vidal (Gregorianum, 1924-1949), II (1928), n. 453; Introductio in Codecem, 3de ed., Udalricus Beste, (Collegeville: St. John’s Abbey Press, 1946), canon 221; New Commentary on the Code of Canon Law, John P. Beal, James A. Coriden, en Thomas J. Green red. (New York: Paulist, 2000), p. 1618.

 

Bron: Fortes in Fide

Wie zijn naam aan de lijst van ondertekenaars wil toevoegen kan mailen naar: openlettertobishops@gmail.com  (indien geestelijke of theoloog)

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page
identicon

Author: Jozef Ivo

Een katholiek die bezorgd is over wat er in de Kerk gebeurt.

5 thoughts on “Nieuwe open brief aan de bisschoppen van de Katholieke Kerk beschuldigt paus Franciscus van het canonieke misdrijf van ketterij

  1. Dank aan de redacteurs voor de brief en het initiatief. Terecht.
    Mogen wij weten aan welke bischoppen deze brief werd geschreven?

    Want ‘kardinaal ‘ de Kesel en co zijn in staat deze brief gewoon naast zich neer te leggen.

    1. Andre,

      Brieven helpen inderdaad niet in de kerk. Iedere brief die door de Heilige Geest is ingegeven wordt verscheurd en in de brandhaard gegooid. Bekeringsverhalen daar gruwelen onze bisdommen van! Zeker als het van protestanten, homoseksuelen, verslaafde, e.a. gekwetste mensen zijn die door de vele genade ondergedompeld zijn in de waarheid van God en bevrijd zijn van hun ketenen van de slavernij van doodzonde.

      Bekeerlingen worden letterlijk de deur uitgewezen, zoals bij de apostel Paulus (die ook bekeerling was). Deze apostel was ook in geen enkel huis van God welkom. Kloosters en kerken lopen leeg omdat mensen die de waarheid kennen niet welkom zijn. Ze willen hun huizen van plezier, vele feesten en gepraat graag koesteren. Daar horen uiteraard geen roepingen van God bij.

      De kerk krioelt van clericus die liefst hun hoog loon per maand gemakkelijk willen verdienen. Vanaf het moment dat ze Christus zullen navolgen is hun luxeleven voorbij, want dan zullen ze de mensen met het KRUIS de weg moeten wijzen naar de waarheid van God, die iedere mens kan bevrijden van hun ketenen van slavernij. En dat KRUIS hoort uiteraard niet in de moderne kerk thuis. Al wat er nu gebeurt is meerdere malen in de geschiedenis gebeurt, het begint zelfs al bij de 1ste apostelen. Overal heb je judassen, en in onze tijd zijn er vele Judassen! Zo’n apostelen als Paulus die de taal van de LIEFDE begreep en verkondigde bestaat in onze tijd maar weinig en als ze bestaan dan krijgen ze zeker geen kans om te preken of hun verhaal te vertellen. Ze worden letterlijk in de kast gestoken door de kerk, maatschappij en media.

      Ik denk dat we moeten stoppen om de Paus en de clericus zo belangrijk te maken. De kerk is ons gegeven om via de sacramenten ondergedompeld te worden in het geloof. Als je Jezus kent, dan besef je dat clericus niet zoveel macht hebben dat ze willen laten uitschijnen. Het zijn ook maar gewoon simpele instrumenten van God.

      God is alleen Almachtig en het is alleen Godswil en onze ‘JA’ dat we op de smalle weg ‘dat ieder mens opnieuw laat openbloeien en het volle Leven geeft’ zal komen. Wat clericus fout doen, of welk zondig leven ze ook leiden of vals verkondigen heeft eigenlijk geen belang, het is onze ‘JA’ en het volharden in de Gods waarheid, gebed en sacramenten van de Heilige Eucharistie en Biecht dat ons zal bevrijden. God laat het licht schijnen op de waarheid en als dat licht in je hart mag komen zie je ook snel wat van het goede komt en van het kwade.

      Als bisschoppen, priesters en leken en wie dan ook niet willen luisteren naar de waarheid, dan zal God het ooit wel overnemen op de tijd dat hun oren terug willen luisteren naar de waarheid en hopelijk is dat nog voor hun dood.

      Amen.

  2. In de tijd van de Heilige Hildegard von Bingen ( Benedictines 1098-1179) ) was het ook al erg gesteld met de clericus van de kerk.
    Eén van haar teksten aan de priesters.

    Maar het woord is de kerk als de bruid van Christus.
    Priesters hebben mijn gezicht met stof vervuilt en mijn kleed doen scheuren en mijn mantel smerig en mijn schoeisel vuil gemaakt.
    De priesters bezoedelen het lichaam en het bloed van mijn geliefde in de Eucharistie.
    Met grote onreinheid van hun losbandige zeden en met grote besmeuring van ontucht en overspel en met verderfelijke vervolg en hebzucht in verkoop en koop, in verhandelen en ontvangen van goederen en ambten.
    Ze willen de eerbiedwaardigheid van het priesterschap genieten, maar zonder daar maar iets voor te doen.
    De vorsten en het volk die U priesters hebben verwaarloosd zullen u op de vlucht jagen en u rijkdommen afnemen en zij zullen zeggen:
    Wij willen deze overspelplegers en dieven niet. En ze zullen daarom u uit de kerk verdrijven omdat de kerk door u is bezoedeld. Mensen morren over u, schenk hun geen aandacht meer.
    U hebt het priesterschap ontwijdt en u wijding onwaardig gemaakt.
    Amen.

    Het is van alle tijden dat er clericus waren die de waarheid van God niet konden aanvaarden en begrepen en daarom mensen gingen gebruiken als voorwerpen om hun lusten op bot te vieren of om er van te profiteren voor meer rijkdom te vergaren. Maar, Hoe vuil sommige clericus hun ziel ook is, de kerk zal altijd blijven bestaan en crisissen zullen steeds overwonnen worden. Want, er zullen steeds Heiligen uit het niets verschijnen die zullen strijden voor de waarheid en alles ‘zelf met de dood’ de kerk terug zullen herstellen.

    Er is steeds HOOP! Alleluja.

  3. Mijn laatste bericht was niet voor hier bestemd.
    Was een antwoord op het bericht van Paus Benedictus. 🙂

  4. De bovenstaande brief ( ge moet maar durven ! ) volgens ….:

    Nieuw volgens het katholieke internetportaal is de kritiek op de gemeenschappelijke verklaring van de paus met Ahmad al-Tajeb, de grootimam van al-Azhar in Caïro (Egypte), die tijdens het pauselijk bezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten ondertekend werd. De ondertekenaars van de petitie bestempelen de stelling uit dat document, dat elkeen recht heeft op vrijheid van geloof, mening, uitdrukking en handelen, als ketterij. Er is ook kritiek op het kruis in regenboogkleuren tijdens de Wereldjongerendagen, dat als een steun voor de homobeweging wordt bestempeld, terwijl die regenboogvlag in zuiderse landen als Italië, maar ook elders in de wereld, juist symbool staat voor vrede.
    De bekendste ondertekenaar van de petitie is de Engelse dominicaan en theoloog Aidan Nichols.

Comments are closed.