BREAKING: Drie bisschoppen lanceren ‘geestelijke kruistocht’ en dringen bij de Paus aan om Communie voor overspeligen te verwerpen

Foto: LifeSiteNews

Drie Oost-Europese bisschoppen roepen de trouwe katholieken overal ter wereld op om zich aan te sluiten in een “spirituele” kruistocht voor Paus Franciscus. De bisschoppen roepen de gelovigen op elke dag te bidden voor de Paus tot hij zich op “ondubbelzinnige wijze” tegen bepaalde Pastorale richtlijnen, gemaakt door dwalende bisschoppen uitspreekt, die het toestaan aan katholieken die leven  in de doodzonde van overspel om de heilige Communie te ontvangen.

“Als opvolgers van de Apostelen, worden we ook aangespoord door de verplichting om onze stemmen te laten horen als de meest heilige dingen van de Kerk en de eeuwige redding van zielen op het spel staan”, schrijven de drie bisschoppen in hun “oproep tot gebed”, dat op 18 januari uitgebracht werd.

De drie bisschoppen, allemaal uit Kazachstan, zijn Tomash Peta, Metropolitaan aartsbisschop van het Aartsbisdom van de H. Maria in Astana, Jan Pawel Lenga, aartsbisschopbisschop-emeritus van Karaganda en Athanasius Schneider, hulpbisschop van het aartsbisdom van de H. Maria in Astana.

In hun brief, die 3000 woorden telt, zetten de bisschoppen de misstanden uiteen die in verschillende bisdommen overal in de wereld zijn ontstaan na de publicatie in april vorig jaar van de controversiële exhortatie van de Paus over het huwelijk en het gezin, ‘Amoris Laetitia’.

De exhortatie wordt bekritiseerd door kardinalen, bisschoppen, lekentheologen en katholieke gelovigen voor de onduidelijkheid over de onontbindbaarheid van het huwelijk, over de juiste instelling die nodig is om de Communie te kunnen ontvangen en over de rol van het geweten bij het maken van correcte morele beslissingen. Deze onduidelijkheden hebben genoeg ruimte verstrekt aan liberale herders om katholieken die burgerlijk gescheiden en hertrouwd zijn de Communie te laten ontvangen, zoals in de gevallen van de bisschop van San Diego, Robert McElroy en de bisschoppen van Malta .

Maar de drie bisschoppen van Kazachstan maken in hun brief duidelijk dat het zesde gebod, door God gegeven, dat overspel verbiedt, onder geen enkele omstandigheid kan worden opgeheven. Herders die een overspelige verbintenis goedkeuren en zulk een koppel toestaan om de Communie te ontvangen zijn medeplichtig aan een “voortdurende overtreding tegen de sacramentele band van het huwelijk, de huwelijksband tussen Christus en de Kerk en de huwelijksband tussen Christus en de individuele ziel die Zijn Eucharistische Lichaam ontvangt”, schrijven ze.

“De eerder genoemde pastorale richtlijnen zijn in strijd met de universele traditie van de katholieke Kerk, dat door middel van een ononderbroken ministerie van de soevereine Pausen, de navolgers van Petrus, altijd trouw in stand is gehouden, zonder enige schaduw van twijfel of onduidelijkheid, noch in de doctrine noch in de praxis, in hetgeen betrekking heeft op de onontbindbaarheid van het huwelijk”, zeggen ze.

Er is geen enkel geval waar de bevelen van God met betrekking tot het huwelijk achterwege kunnen worden gelaten, schrijven ze, en ze voegen eraan toe dat elke katholiek eraan gebonden is de wil van God te volgen, zoals verwoord in Zijn geboden, inclusief het gebod tegen overspel, die de onontbindbaarheid van het huwelijk beschermt.

Het niet volgen van de wil van God zoals ze uitgedrukt is in Zijn geboden brengt de straf van de hel met zich mee, schrijven de bisschoppen.

“Het is eerder het geval van een verplichting die God zich ondubbelzinnig heeft opgedragen [ten aanzien van de trouw binnen het huwelijk, zelfs een beschadigd huwelijk], waarvan het niet naleven, volgens Zijn woord, de straf der eeuwige verdoemenis voortbrengt. Het tegenovergestelde zeggen aan de gelovigen lijkt te betekenen dat we hen zouden misleiden of hen ertoe zouden bemoedigen om de wil van God niet te gehoorzamen, en zo hun eigen eeuwige zaligheid in het gevaar te brengen.”

Om het idee te bestrijden van liberale herders dat overspel op een of andere manier over het hoofd kan worden gezien door de blik van “barmhartigheid” of via een proces van “pastorale begeleiding”, stellen de bisschoppen duidelijk dat de “seksuele handeling buiten een geldig huwelijk, en in het bijzonder overspel, altijd objectief ernstig zondig is en geen enkele omstandigheid en geen enkele reden kan dit aanvaardbaar of welgevallig in de ogen van God maken.”

“Een praktijk die het mogelijk maakt voor degenen die een burgerlijke echtscheiding hebben, de zogenaamde ‘hertrouwden,’ de sacramenten van de biecht en de Eucharistie te ontvangen, ondanks hun voornemen om het zesde gebod en hun sacramentele band van het huwelijk in de toekomst te blijven schenden, zou in tegenstelling staan tot de goddelijke waarheid en vreemd aan betekenis die de katholieke Kerk er altijd aan heeft gegeven”, voegen ze toe.

Een dergelijke praktijk “zou voor iedere rationele en opmerkzame persoon een duidelijke breuk met de traditionele en apostolische praktijk van de Kerk en zou dus geen ontwikkeling in continuïteit zijn”, voegen ze er nog aan toe.

De bisschoppen laten de schenders van Gods wetten niet in de kou, maar dragen een visie uit van “barmhartigheid” en “begeleiding”, die zorgt voor een verandering in het hart en een bekering van de zondaar.

Zij schrijven dat een “authentieke” begeleiding van degenen die in zware zonde zijn “erin zal slagen aan dergelijke mensen vol liefde de volledige wil van God te verkondigen, op zo’n manier dat ze volledig berouw krijgen over hun zondige daden.”

Als de kerk trouw wilt blijven aan Christus en aan Zijn Woord, dan kan echtscheiding verbonden met nieuwe overspelige verbintenissen nooit worden aanvaard of getolereerd.

“De pastorale praxis van de kerk inzake huwelijk en het sacrament van de Eucharistie heeft zo’n groot belang en zo’n beslissende gevolgen voor het geloof en het leven van de gelovigen, dat de Kerk, om trouw te blijven aan het geopenbaarde Woord van God, in deze kwestie elke schaduw van twijfel en verwarring moet vermijden”, schrijven ze. De “wijdverbreide plaag van echtscheiding binnen het leven van de kerk” is een zeer reëel gevaar, voegen ze eraan toe, dat helaas “impliciet gelegitimeerd is door de genoemde normen en toepassingen van de apostolische exhortatie ‘Amoris laetitia’.”

De drie bisschoppen roepen trouwe katholieken op dagelijks het volgende oude gebed van de kerk te bidden — of een deel van de rozenkrans — opdat Paus Francisus “op ondubbelzinnige wijze de bovengenoemde pastorale richtlijnen zou intrekken”, die weggegaan zijn van de katholieke leer betreffende het huwelijk en de sacramenten:

Laten wij bidden voor Franciscus, onze Paus: Moge de Heer hem beschermen en hem leven geven, en hem gezegend maken op aarde, en hem niet overleveren aan zijn vijanden. Gij zijt petrus, en op deze rots zal Ik Mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.

“We hebben te maken met een spirituele kruistocht,” heeft bisschop Schneider aan LifeSiteNews gezegd.

Het pleidooi van de drie bisschoppen komt twee maanden nadat vier kardinalen publiek gegaan zijn met hun vijf ja-neevragen (Dubia), waarmee ze Paus Franciscus vragen of zijn exhortatie in overeenstemming staat met de katholieke morele leer over het huwelijk, de sacramenten en het geweten. De kardinalen hebben de mogelijkheid geopperd van een “formele correctie” van het document ergens dit jaar als de paus hun vragen blijft  negeren.

***

Oproep tot gebed: opdat paus Franciscus de onveranderlijke praxis van de Kerk ten aanzien van de waarheid van de onontbindbaarheid van het huwelijk zou bevestigen.

Na de publicatie van de apostolische exhortatie ‘Amoris laetitia’ werden in sommige lokale kerken normen gepubliceerd voor de toepassing ervan en interpretaties die beweerden dat gescheiden die een burgerlijk huwelijk waren aangegaan met een nieuwe partner, ondanks de sacramentele band waarmee ze verbonden zijn aan hun legitieme echtgenoot, toegelaten zouden kunnen worden tot de sacramenten van de Biecht en de Eucharistie zonder de plicht te vervullen , opgelegd door God, om te stoppen met het schenden van de band van het bestaande sacramentele huwelijk.

More uxorio samenwonen met een persoon die niet iemands wettige echtgenoot is, is tegelijkertijd een belediging voor het heilsverbond, waarvan het sacramentele huwelijk een teken is (cf. catechismus van de katholieke kerk, 2384), en een belediging voor het huwelijkse karakter van het Eucharistische mysterie zelf. Paus Benedictus XVI heeft zo’n verband laten uitschijnen toen hij schreef: “de Eucharistie versterkt zonder ophouden de onlosmakelijke eenheid en liefde van elk Christelijk huwelijk. Door de kracht van het sacrament, is de huwelijksband onlosmakelijk verbonden met de Eucharistische eenheid van Christus de bruidegom en Zijn bruid, de Kerk (cf. Efeziërs 5:31-32) “(apostolische exhortatie Sacramentum caritatis, 27).

Herders van de Kerk die de ontvangst van het sacrament van de Eucharistie door gescheiden en zogenaamde “hertrouwden” tolereren of zelfs toestaan, zonder dat ze gekleed zijn in het “bruiloftskledingstuk”,  ondanks het feit dat God dit zelf heeft voorgeschreven in de Heilige Schrift als de noodzakelijke voorwaarde voor waardige deelname aan de huwelijkse Eucharistische avondmaal (cf. mat. 22:11 en 1 Kor. 11:28-29), zelfs in individuele of uitzonderlijke gevallen;  zulke herders zijn daardoor medeplichtig aan een voortdurende overtreding tegen de sacramentele band van het huwelijk, de huwelijkse band tussen Christus en de Kerk en de huwelijkse band tussen Christus en de individuele ziel die zijn Eucharistische Lichaam ontvangt.

Diverse lokale kerken hebben pastorale richtlijnen uitgevaardigd of aanbevolen met deze of een soortgelijke formulering: “als deze keuze [van het leven in onthouding] moeilijk is om uit te oefenen voor de stabiliteit van het koppel, sluit ‘Amoris laetitia’ de mogelijkheid van toegang tot de Biecht en de Eucharistie niet uit. Dat betekent iets van openheid, zoals in het geval waar er een morele zekerheid is dat het eerste huwelijk ongeldig was is, maar er niet de nodige bewijzen zijn om dit aan te tonen in een gerechtelijk proces. Dus er is geen reden waarom de Biechtvader op een bepaald moment, in zijn eigen geweten, na veel gebed en bezinning, de verantwoordelijkheid tegenover God en tegenover de biechtelingen niet zou opnemen en vragen dat de Sacramenten ontvangen zouden worden op een discrete manier.”

De eerder genoemde pastorale richtlijnen zijn in strijd met de universele traditie van de katholieke Kerk, dat door middel van een ononderbroken Petrusministerie van de soevereine Pausen altijd trouw bewaard is gebleven, zonder enige schaduw van twijfel of onduidelijkheid, noch in de doctrine noch in de praxis, in hetgeen betrekking heeft op de onontbindbaarheid van het huwelijk.

De vermeldde normen en pastorale richtlijnen spreken bovendien in de praktijk de volgende waarheden en leerstellingen die de katholieke kerk voortdurend als zeker onderwezen heeft tegen:

  • De naleving van de tien geboden van God, en met name het zesde gebod, verbindt elke mens, zonder uitzondering, altijd en in elke situatie. Hierin kunnen er geen individuele of uitzonderlijke gevallen toegelaten worden of gesproken worden van een vollediger ideaal. De H. Thomas van Aquino zegt: “De voorschriften van de Decaloog belichamen de bedoeling van de Wetgever, die God is. Dus, de voorschriften van de Decaloog staan geen uitzondering toe”(Summa theol. 1-2, q.100, a.8c).
  • De morele en praktische eisen, die voortvloeien uit de tien geboden van God, en in het bijzonder van de onontbindbaarheid van het huwelijk, zijn niet eenvoudigweg normen of positieve wetten van de kerk, maar een uitdrukking van de Heilige wil van God. Bijgevolg, kan men in dit verband niet spreken van het primaat van de persoon over de norm of de wet, maar moet men eerder spreken van het primaat van de wil van God over de wil van de zondige mens, op een zodanige wijze dat deze persoon gered wordt door het vervullen van de wil van God met de hulp van Zijn genade.
  • In de onontbindbaarheid van het huwelijk geloven en dit tegenspreken door de eigen daden maar tegelijkertijd zichzelf beschouwen als vrij van ernstige zonde en zijn geweten sussen door vertrouwen in Gods genade alleen, is een zelfbedrog waartegen Tertullianus, een getuige van het geloof en de praktijk van de kerk van de eerste eeuw, waarschuwde: “sommigen zeggen dat voor God het voldoende is dat iemand Zijn wil aanvaardt met hart en ziel, zelfs als zijn acties hiermee  niet overeen komen: op deze manier denken ze te kunnen zondigen met behoud van de integriteit van het beginsel van het geloof en de Godsvrees: het is absoluut hetzelfde als een poging om het beginsel van kuisheid te behouden door het te schenden en door de heiligheid en de integriteit van de echtelijke band te schenden “(Tertullianus De poenitentia 5,10).
  • De naleving van de geboden van God en in het bijzonder van de onontbindbaarheid van het huwelijk kan niet worden gepresenteerd als een volledigere uitdrukking van een ideaal waarnaar iemand moet streven overeenkomstig het criterium van het goed dat mogelijk of haalbaar is. Het is eerder een verplichting die God zich ondubbelzinnig heeft bevolen, en waarvan de niet-naleving, volgens Zijn Woord, de straf der eeuwige verdoemenis met zich meebrengt. De gelovigen het tegendeel zeggen lijkt te betekenen ze misleiden of aanmoedigen om ongehoorzamen te zijn tegenover de wil van God, en op zodanige wijze hun eeuwige zaligheid in gevaar brengen.
  • God geeft aan elke mens hulp bij de naleving van Zijn geboden, wanneer een dergelijk verzoek goed gemaakt wordt, zoals de kerk onfeilbaar heeft geleerd: “God beveelt niet wat onmogelijk is, maar wanneer Hij iets opdraagt, spoort Hij u aan te doen wat je kan en te vragen voor hetgeen je niet kan, en zo zal Hij u bijstaan zodat je er in staat toe zal zijn.” (Concilie van Trente sessie 6, hoofdstuk 11) en “en als iemand zegt dat het zelfs voor de man die gerechtvaardigd is en gevestigd in genade onmogelijk is de geboden Gods te observeren: excommuniceer hem” (Concilie van Trente sessie 6, canon 18.) In overeenstemming met deze onfeilbare leer, heeft Johannes Paulus II onderwezen: “Het observeren van Gods wet kan in bepaalde omstandigheden moeilijk, uiterst moeilijk zijn, maar het is nooit onmogelijk. Dit is de constante leer van de traditie van de Kerk ” (encycliek Veritatis splendor, 102) en “alle echtgenoten en echtgenotes worden in het huwelijk tot heiligheid geroepen en deze verheven roeping is voldaan in de mate dat de mens in staat is om Gods gebod te beantwoorden met een sereen vertrouwen in Gods genade en zijn of haar eigen wil” (apostolische exhortatie Familiaris consortio 34).
  • De seksuele daad buiten een geldig huwelijk, en in het bijzonder overspel, is altijd objectief ernstig zondig en geen omstandigheid en geen reden kunnen het aanvaardbaar of welgevallig in de ogen van God maken. De H. Thomas van Aquino zegt dat het zesde gebod tot verplichting strekt, zelfs in het geval waar een daad van overspel een land tirannie zou behouden (De Malo, q.15, a.1, ad. 5). Johannes Paulus II heeft deze eeuwige waarheid van de kerk geleerd: “de negatieve morele voorschriften, die bepaalde concrete acties of soorten gedrag als intrinsiek kwaad verbieden, staan geen legitieme uitzonderingen toe. Ze laten geen ruimte, op een moreel aanvaardbare manier, voor de “creativiteit” van welke tegengestelde bepaling dan ook. Zodra de morele aard van een actie die door een universele regel verboden is herkend wordt, is de enige moreel goede daad te gehoorzamen aan de morele wet door af te zien van de actie die ze verbiedt.” (encycliek Veritatis splendor, 67)
  • De overspelige verbintenis van degenen die zijn burgerlijk gescheiden en “hertrouwd” zijn en die, zoals zij zeggen, na verloop van tijd “geconsolideerd” is en gekenmerkt wordt door een zogenaamde “bewezen trouw” in de zonde van overspel, kan de morele kwaliteit van hun daad van schending van de sacramentele band van het huwelijk niet veranderen – dat wil zeggen van hun overspel, dat altijd een intrinsiek kwade daad blijft. Een persoon die het ware geloof en een kinderlijke Godsvrees heeft kan nooit “begripvol” worden voor handelingen die intrinsiek kwaad zijn, zoals seksuele handelingen buiten een geldig huwelijk, aangezien deze daden beledigend voor God zijn.
  • De toelating van de gescheiden en “hertrouwden” te Communie vormt in de praktijk een impliciete dispensatie van de naleving van het zesde gebod. Geen enkele kerkelijke autoriteit heeft de bevoegdheid om zo’n impliciete dispensatie in een enkel geval te geven, of het nu is in een uitzonderlijke of complexe situatie of met de doelstelling van het bereiken van een goede afloop (bvb. de opvoeding van de kinderen geboren uit een overspelige verbintenis) en niemand mag voor zo’n toestemming het beginsel van barmhartigheid, of de “via caritatis,” of de moederlijke zorg van de Kerk inroepen of zeggen dat ze niet te veel voorwaarden aan de barmhartigheid willen opleggen. De H. Thomas Aquinas zei: “In geen geval mag iemand plegen overspel (pro nulla enim utilitate debet aliquis adulterium committere)” (De Malo, q.15, a.1, ad. 5).
  • Een norm die de schending van het zesde gebod van God en van de sacramentele echtelijke band mogelijk maakt in een enkel geval of in bepaalde uitzonderlijke gevallen maakt, schijnbaar om een algemene wijziging van de canonieke norm te voorkomen , betekent toch altijd een tegenstrijdigheid met de waarheid en met de wil van God. Daarom is het psychologisch misplaatst en theologisch onjuist om in dit geval te spreken van een gelimiteerde norm of van een mindere kwaad in tegenstelling tot de algemene norm.
  • Een geldig huwelijk van de gedoopte is een sacrament van de Kerk en heeft vanuit haar natuur een openbaar karakter. Een subjectief oordeel van het bewustzijn met betrekking tot de nietigheid van iemands eigen huwelijk, kunnen, in tegenstelling tot de corresponderende definitieve rechterlijke uitspraak van een kerkelijke rechtbank, geen gevolgen voor de sacramentele discipline met zich meebrengen, aangezien de sacramentele discipline altijd een publieke karakter heeft.
  • De kerk, en specifiek de bedienaar van het sacrament van de boete, heeft de faculteit niet om te oordelen over de stand van geweten van een individueel lid van de gelovigen of op de eerlijkheid van het voornemen van het geweten, want “ecclesia de occultis non iudicat” (“De Kerk oordeelt niet over verborgen dingen.”, Raad van Trent, sessie 24, hoofdstuk 1). De bedienaar van het sacrament van de boete is bijgevolg niet de vicaris of vertegenwoordiger van de Heilige Geest, vaardig om met zijn licht in de binnenste schuilhoeken van het geweten door te dringen, want God heeft deze toegang tot het geweten strikt aan zichzelf voorbehouden: “sacrarium in quo homo solus est cum Deo” (het heiligdom waarin de mens alleen is met God”, Vaticanum Raad II, Gaudium et spes, 16). De Biechtvader kan zich niet de verantwoordelijkheid tegenover God en tegenover de biechtelingen toeëigenen, van hem impliciet te dispenseren van de naleving van het zesde gebod en van de onontbindbaarheid van de echtelijke band door hem toe te laten tot de Communie. De Kerk beschikt niet over de faculteit om gevolgen af te leiden voor het externe forum van de sacramentele discipline op basis van een veronderstelde overtuiging van het geweten van de nietigheid van iemands eigen huwelijk in het interne forum.
  • Een praktijk die het mogelijk voor degenen die een burgerlijke echtscheiding hebben, de zogenaamde “hertrouwden”, om de Sacramenten van de Biecht en de Eucharistie te ontvangen, ondanks hun voornemen om het zesde gebod en hun sacramentele band van het huwelijk in de toekomst te blijven schenden, zou in tegenstelling staan tot de goddelijke Waarheid en vreemd aan de zin die de katholieke Kerk altijd heeft gewezen aan dit bewezen gebruik , ontvangen en getrouw bewaard sinds de tijd van de apostelen en meer recentelijk in zeker wijze bevestigd door de H. Johannes Paulus II (cf. apostolische exhortatie Familiaris consortio, 84) en Paus Benedictus XVI (cf apostolische exhortatie Sacramentum caritatis, 29).
  • De vermeldde praktijk zou voor elke rationele en opmerkzame persoon een duidelijke breuk met de eeuwige en apostolische praktijk van de Kerk zijn en zou dus geen ontwikkeling in continuïteit inhouden. In het licht van zulk een feit, zou geen enkel argument geldig zijn: contra factum non valet argumentum (“tegen feiten zijn geen argumenten geldig”). Een dergelijke pastorale praktijk zou een tegengetuige zijn van de onontbindbaarheid van het huwelijk en een vorm van samenwerking van de kant van de kerk aan de verspreiding van de “plaag van echtscheiding,”, waartegen Vaticanum II gewaarschuwd heeft (cf. Gaudium et spes, 47).
  • De kerk leert door middel van wat ze doet, en zij moet doen wat zij leert. Met betrekking tot de pastorale actie tegenover hen die in onregelmatige verbintenissen leven, zei Johannes Paulus II: “het doel van pastorale actie moet zijn om deze mensen de noodzaak van consistentie tussen hun levenskeuze en het geloof dat ze belijden te laten begrijpen, en te proberen al het mogelijke te doen om hen ertoe aan te zetten om hun situatie in het licht van het Christelijke principe te regulariseren. Ook al moeten de herders hen met grote liefde benaderen en toelaten tot het leven van hun gemeentes, toch zullen ze hen helaas niet kunnen toestaan tot de Sacramenten “(apostolische exhortatie Familiaris consortio, 82).
  • Een authentieke begeleiding van personen die zich in een objectieve toestand van ernstige zonde bevinden en die zich daardoor in een status van pastorale onderscheiding bevinden, kan het niet nalaten om aan dergelijke mensen, in alle liefdadigheid, de volledige wil van God te verkondigen, op een zodanige wijze dat zij zich met hun volledig hart van hun zondige acties bekeren die ze begaan door te leven more uxorio met een persoon die niet hun wettige echtgenoot is. Tegelijkertijd moet een authentieke begeleiding en pastorale onderscheiding hen bemoedigen, met de hulp van Gods genade, niet meer dergelijke daden te begaan in de toekomst. De apostelen en de hele kerk hebben gedurende twee millennia de hele waarheid over het zesde gebod en de onontbindbaarheid van het huwelijk aan de mensheid altijd verkondigd, volgens de vermaning van de H. Apostel Paulus: “Ik heb niet teruggedeinsd voor de verantwoordelijkheid om u de volledige wil van God aan te kondigen.” (Handelingen 20:27)
  • De pastorale praktijk van de kerk inzake huwelijk en het Sacrament van de Eucharistie heeft zulk een groot belang en dergelijke beslissende gevolgen voor het geloof en het leven van de gelovigen, dat de kerk, om trouw te blijven aan het geopenbaarde Woord van God, in deze kwestie elke schaduw van twijfel en verwarring moet voorkomen. Johannes Paulus II heeft deze eeuwige waarheid van de kerk als volgt geformuleerd: “met deze herinnering aan de doctrine en de wet van de Kerk wil ik in iedereen het levendige gevoel van verantwoordelijkheid inboezemen die ons moet begeleiden wanneer we ons met heilige dingen zoals de Sacramenten bezighouden, die niet onze eigendom zijn, of zoals gewetens, die het recht hebben om niet te worden overgelaten in onzekerheid en verwarring. De Sacramenten en het geweten, ik herhaal, zijn heilig, en beide vereisen dat wij ze in waarheid serveren. Dit is de reden van het kerkelijk recht”(apostolische exhortatie Reconciliatio et Paenitentia, 33).

Ondanks herhaalde verklaringen over de onwrikbaarheid van de leer van de Kerk betreffende echtscheiding, aanvaarden  verschillende lokale kerken tegenwoordig echtscheiding in hun sacramentele praktijk en het fenomeen groeit. Alleen de stem van de opperherder van de kerk kan definitief een situatie in de toekomst voorkomen waarin de Kerk van onze tijd als volgt beschreven wordt: “de hele wereld kreunde en merkte met verbazing dat ze in de praktijk echtscheiding aanvaard heeft” (ingenuit totus orbis et divortium in praxi se accepisse miratus est) –  een uitspraak die doet denken aan woorden waarmee de H. Hiëronymus de Ariaanse crisis beschreven heeft.

Gezien dit zeer reëel gevaar en de wijdverbreide plaag van echtscheiding binnen het leven van de kerk, die impliciet gelegitimeerd wordt door de genoemde normen en toepassingen van de apostolische exhortatie ‘Amoris laetitia’; gezien het feit dat de bovengenoemde normen en richtlijnen van sommige lokale kerken er zijn als gevolg van de hedendaagse globale cultuur in het openbare domein; gegeven, anderzijds de ineffectiviteit van de talrijke oproepen, privé en op een discrete manier, aan Paus Francisus zowel door veel gelovigen als door sommige herders van de kerk, zijn wij gedwongen tot deze dringende oproep tot gebed. Als opvolgers van de Apostelen, worden wij ook bewogen door de verplichting om ons uit te spreken als de meest heilige dingen van de Kerk en de eeuwige redding van zielen op het spel staan.

Mogen de volgende woorden, waarmee de H. Johannes Paulus II de onrechtvaardige aanvallen tegen de getrouwheid van het kerkelijk leergezag beschreven heeft, een licht zijn voor alle predikanten van de Kerk in deze moeilijke tijden en hen aanmoedigen om te handelen op een steeds meer verenigde manier: “Het leergezag van de Kerk wordt vaak berispt dat ze uit de tijd zou zijn en gesloten voor de ingevingen van de geest van de moderne tijd , en voor het bevorderen van een politiek die schadelijk is voor de mensheid, en inderdaad aan de Kerk zelf. Door halsstarrig vast te houden aan haar eigen standpunten, zo wordt gezegd, zal de kerk uiteindelijk populariteit verliezen en steeds meer gelovigen zullen zich afkeren van haar”(brief aan gezinnen, Gratissimam sane, 12).

Gezien het feit dat de toelating van de gescheiden en zogenaamde “hertrouwden” tot de Sacramenten van de Biecht en de Eucharistie, zonder hen te houden aan de verplichting te leven in onthouding, een gevaar vormt voor het geloof en voor de redding van zielen en bovendien een aanstoot vormt aan de Heilige wil van God;  hierbij rekening houdend met het feit dat dergelijke pastorale praktijken nooit de uitdrukking van genade kunnen zijn, noch van de “via caritatis” of van de moederlijke zin van de Kerk voor de zielen die aan het zondigen zijn, doen wij met diepgaande pastorale bekommernis deze dringende oproep tot gebed opdat paus Franciscus zich op ondubbelzinnige wijze zou uitspreken tegen de bovengenoemde pastorale richtlijnen, die reeds zijn ingevoerd in verschillende lokale kerken. Zo’n daad van het zichtbaar hoofd van de Kerk zou de herders en de gelovigen van de Kerk gerust stellen, volgens het mandaat dat Christus, de Opperste Herder van de zielen, aan de Apostel Petrus, en via hem aan al zijn opvolgers, heeft gegeven: “Bevestig uw broeders!” (Lukas 22:32)

Mogen de volgende woorden van een heilige paus en van de H. kerklerares Catherina van Siena een licht en een troost voor iedereen in de Kerk van onze dagen zijn:

“Dwaling die niet wordt tegengegaan, wordt aanvaard. Waarheid die niet wordt verdedigd, wordt onderdrukt.” (H. Paus Felix III, +492). “Heilige vader, God heeft U gekozen in de kerk, opdat U een instrument zou zijn om de ketterij te vertrappelen, de leugens te weerleggen, de waarheid te verheerlijken, de duisternis te verdrijven en het licht te laten schijnen.” (H. Catherina van Siena, +1380)

Toen Paus Honorius I (625-638) een dubbelzinnige houding had aangenomen ten aanzien van de verspreiding van de nieuwe ketterij van het monothelitisme, zendde de H. Sophronius, Patriarch van Jeruzalem, een bisschop uit Palestina naar Rome, met de volgende opdracht: “Ga naar de Apostolische Stoel, waar de fundamenten van de Heilige Leer zijn, en hou niet op met bidden tot de Apostolische Stoel de nieuwe ketterij heeft veroordeeld.” De veroordeling heeft plaatsgevonden in 649 door de heilige paus en martelaar Martinus I.

Wij maken deze oproep tot gebed, bewust dat ons onvermogen dit te doen een ernstige nalatigheid zou zijn geweest. Christus, de Waarheid en de Opperste Herder, zal ons beoordelen, wanneer hij verschijnt. We vragen Hem, met nederigheid en vertrouwen, alle herders en alle schapen met de onvergankelijke kroon van glorie te belonen (vgl. 1 Pet. 5:4).

In de geest van geloof en met kinderlijke en vrome genegenheid verzamelen we ons gebed voor Paus Franciscus:

“Oremus pro Pontifice nostro Francisco: Dominus conservet eum, et vivificet eum, et beatum faciat eum in terra, et non tradat eum in animam inimicorum eius. Tu es Petrus, et super hanc petram aedificabo Ecclesiam Meam, et portae inferi niet praevalebunt adversus eam.

[“Laat ons bidden voor Francis, onze paus: moge de heer hem beschermen hem en leven geven, en hem gezegend maken op aarde, en niet uitleveren aan zijn vijanden. U bent Petrus, en op deze rots zal Ik Mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.”]

Als een concreet middel wordt aangeraden elke dag dit oude gebed van de kerk te reciteren of een deel van de Heilige Rozenkrans met intentie dat Paus Franciscus op ondubbelzinnige wijze deze pastorale richtlijnen, die het toelaten dat de gescheidenen en zogenaamde “hertrouwde,” de Sacramenten van de Biecht en de Eucharistie ontvangen zonder aan hen te vragen om te voldoen aan de verplichting van een leven in onthouding.

18 januari 2017, het oude feest van de Stoel van de H. Petrus in Rome

+ Tomash Peta, Metropolitan aartsbisschop van het Aartsbisdom Saint Mary in Astana

+ Jan Pawel Lenga, aartsbisschop bisschop emeritus van Karaganda

+ Athanasius Schneider, hulpbisschop van het Aartsbisdom Saint Mary in Astana

Artikel door: Pete Baklinski, van LifeSiteNews: BREAKING: Three bishops launch ‘spiritual crusade’ urging Pope to rebuke Communion for adulterers
Vertaling door: Hiëronymus Saepinus, voor het Katholiek Forum

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Author: Hiëronymus Saepinus

"Licet nos aut angelus de caelo evangelizet vobis praeterquam quod evangelizavimus vobis, anathema sit." (Gal. 1, 8) "Non enim est occultum quod non manifestetur nec absconditum quod non cognoscatur et in palam veniat." (Lc. 8, 17)