Tijdens de Katholieke openingsmis van het nieuwe academiejaar van de KU Leuven, op 16 september in de Sint-Pieterskerk, kregen de aanwezigen ook Islamitische gezangen te horen. In de reguliere pers leek daar nauwelijks aandacht voor te zijn. Op het internet daarentegen kwam er heel wat reactie, vooral vanuit rechtse en conservatieve hoek en dit roept enigszins bedenkingen op.
Tegenwoordig lijkt het onder Katholieke kerkleiders haast bon ton om vooral vrienden te willen zijn met de Islam. Op zich is daar weinig verkeerd aan. Vrede, zelfs een moeilijke vrede, is altijd beter dan oorlog. Een Katholiek behoort bovendien het belang van de zwakste leden van onze samenleving voor ogen te houden. En oorlog benadeelt die groep nog altijd het meest. Het zijn doorgaans niet de kinderen van de elite die massaal sterven op slagvelden, onder bombardementen of bij aanslagen.
Men kan zich echter afvragen of het houden van Islamitische gebeden in een Katholieke kerk, om tot vrede en verdraagzaamheid te komen, wel gepast is. Want religies zijn niet hetzelfde, hoe zeer men zich ook laat gaan in cultuurrelativisme en deugdpronkerij. Er bestaan wezenlijke verschillen tussen het Christendom en de Islam, onder meer in hun visie op God, op de mens, op de maatschappij en op de heilsboodschap. Moslims beweren dat zij de God van Abraham aanbidden, maar de Christelijke geloofsbelijdenis over Jezus Christus delen zij niet. Binnen het Christendom is Christus de Zoon van God, wiens kruisdood en verrijzenis centraal staan in het verhaal van de verlossing. De Islam verwerpt juist deze fundamentele Christelijke geloofspunten.
Ook de verhouding tussen God en mens wordt in beide tradities anders verstaan. Het Christendom legt sterk de nadruk op God als Vader en op een relatie van liefde tussen God en mens. In de Islam staat de onderwerping aan God centraal, naast noties van Gods barmhartigheid en rechtvaardigheid. Dit zijn geen details die men zonder meer kan wegrelativeren wanneer men religies dichter bij elkaar wil brengen.
En dan zijn er de maatschappelijke vragen. De verhouding tussen religie en staat, de positie van vrouwen, de verhouding tussen gelovigen en niet-gelovigen, en de gelijkwaardigheid van mensen ongeacht geslacht, afkomst of religie worden binnen Christelijke en Islamitische tradities niet op dezelfde manier ingevuld. Juist daarom lijkt het mij intellectueel weinig overtuigend om hiervan weg te kijken onder het vaandel van inclusie.
Zowel Christenen als Moslims hebben er recht op dat hun geloof niet wordt gereduceerd tot een soort universele religie van goede bedoelingen waarvan de inhoud steeds verder gerelativeerd wordt. Het feit dat sommige Katholieke clerici niet over het nodige onderscheidingsvermogen schijnen te beschikken om dit in te zien, lijkt me bijzonder problematisch.
In deze tijd van ernstige spanningen, zowel binnen onze eigen Westerse samenleving als op geopolitiek vlak, is de zoektocht naar vrede tussen religieuze gemeenschappen belangrijker dan ooit. Misschien begint echte interreligieuze dialoog daarom niet bij de gedachte dat we allemaal hetzelfde geloven, maar bij de bereidheid om elkaar, ondanks de verschillen, als goede buren te behandelen.
De islam aanbidt niet God, maar Allah, de tegenstrever van God. Mohammedanen roepen te pas en te onpas “Allah-oe-akbar” ofwel “Allah is de grootste”, dus ook groter dan de god van de christenen. De koran roept op tot onderdrukking van de ongelovigen, waarmee alle niet-mohammedanen bedoeld worden. Het toelaten van islamitische gebeden in kerken is naar mijn mening een godslastering. Mohammedanen tonen zich van een goede kant zo lang zij een minderheid vormen, maar eenmaal aan de macht tonen zij hun ware gezicht.