Professor maakt levensechte koolstofkopie van Jezus Christus met behulp van de Lijkwade van Turijn

Foto: LifesiteNews

Een professor aan de Universiteit van Padua is erin geslaagd om met behulp van de Lijkwade van Turijn een “koolstofkopie” in 3D te maken van Jezus na Zijn martelingen en kruisiging.

 

“We geloven dat we eindelijk het exacte beeld hebben van hoe Jezus eruitzag op aarde”, vertelde Giulio Fanti, de professor, aan het tijdschrift Chi. Fanti zegt dat Jezus, gebaseerd op de vlekken op de Lijkwade van Turijn, “in totaal minstens 600 slagen” heeft gekregen. Het standbeeld van het mishandelde lichaam van Jezus toont deze wonden. “Op het moment van Zijn dood, heeft de man op de Lijkwade doorgehangen naar rechts, omdat zijn rechterschouder zo serieus ontwricht was dat het de zenuwen beschadigde”, zei Fanti.

 

bron: LifesiteNews

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Author: Hiëronymus Saepinus

"Licet nos aut angelus de caelo evangelizet vobis praeterquam quod evangelizavimus vobis, anathema sit." (Gal. 1, 8) "Non enim est occultum quod non manifestetur nec absconditum quod non cognoscatur et in palam veniat." (Lc. 8, 17)

33 thoughts on “Professor maakt levensechte koolstofkopie van Jezus Christus met behulp van de Lijkwade van Turijn

  1. Er zijn reeds andere afdrukken gemaakt van Jezus volgens de lijkwade zeer interessant . Wie de film de Passie heeft gezien en weet dat Jezus zwaar mishandeld is geworden!

  2. … Het is niet zeker dat de lijkwade van Turijn de originele lijkwade van Jezus was (er is pro en contra).
    … Maar zoals de Kerk zegt : deze lijkwade zet ons aan tot meditatie over Jezus’ lijden, dat vreselijk moet geweest zijn. En dan te bedenken dat dit lijden vrijwillig door Gods Zoon gekozen werd, om elk van ons te verlossen. Zeer droevig dus dat zo veel mensen niet ingaan op Jezus’ uitnodiging om Hem te volgen en te geloven.

    1. Mijnheer Stinus,
      Een goede Katholiek (geen VMer) erkent en bevestigd dat de Lijkwade van Turijn de originele en ware Lijkwade van Jezus Christus is.
      dus uw: “… Het is niet zeker dat de lijkwade van Turijn de originele lijkwade van Jezus was (er is pro en contra).”
      is weer eens VM taal (tegen de Katholieke Kerk.

  3. Als ik het mij goed herinner zegt Anna Katharina Emmerick dat de lijkwade van Turijn een wonderbaarlijke kopie is van het origineel.

  4. De hartwonde van onze Heer Jezus Christus toont ons het profiel van koning Lodewijk XVI..uit zijn nageslacht komt de laatste koning vóór het laatste Oordeel en die afstamt van Koning David.

    In de profetieën staat duidelijk dat er 2 koningen komen, ook bij Marie Julie Jahenny.

    De eerste is een Nederlander op de 50ste breedtegraad, (volgens Nostradamus)…aan de Maas te …het land tussen de Rijn en de Noordzee, de Rijn als rivier eindigt in Noordzee en is dus Niet Duitsland.

    http://tradcatknight.blogspot.nl/2015/06/saint-hilarion-prophecy-comet-war.html?m=1

  5. Beste Peter,

    … Een katholiek hoort voorzichtig te zijn. In feite kan men nooit bewijzen dat de lijkwade van Turijn de lijkwade van Jezus geweest is, tenzij Jezus het ons komt bevestigen (hetgeen niet gebeurt). Hoogstens zou men kunnen bewijzen dat de lijkwade van Turijn echt dateert uit de tijd van Jezus, dat ze een gewonde man bevat heeft, enz.
    … De katholieke Kerk heeft nooit gezegd dat die lijkwade die van Jezus is. Ze is daarin verstandig en voorzichtig, en zo moeten ook wij zijn.

    Met vriendelijke groet, AGSt.

  6. ☩JMJ☩

    De Lijkwade is ongetwijfeld miraculeus, gezien het bewezen is dat de Beeltenis door een lichtflits geplaatst werd en gezien men in oude tijden volstrekt niet de technologie bezat om dergelijke soort van lichtflits zelf te bewerken. Ook komt het Bloed op de Lijkwade overeen met het Bloed van kerkelijk erkende gevallen van Bloedhosties.

  7. … Ik zou toch maar voorzichtig zijn met de lichtflits die er zou geweest zijn. Beelden op een ondergrond kunnen op zeer verschillende manieren ontstaan. Zo heeft het heel lang geduurd voor men alle details verstond van het (thans verouderde) fotografisch procedé. Wie zegt trouwens dat bij de verrijzenis een soort lichtflits door de ruimte ging ? Niemand weet hoe de verrijzenis zelf gebeurd is. We weten enkel dat het lichaam van Jezus niet meer op zijn plaats lag, en dat Jezus, in verrezen en verheerlijkte gedaante verschenen is aan velen.
    … Een tijdsdatering van de lijkwade duidde op de Middeleeuwen als ontstaansperiode, maar mogelijk gebeurde de datering op een stukje hersteld weefsel. Vanzelfsprekend zal de Kerk geen toelating geven om zo maar lichtzinnig stukken weefsel uit de lijkwade te laten halen.
    … Het beste kunnen we het lijden en het offer van Onze Lieve Heer mediteren, o.a. aan de hand van de lijkwade van Turijn. We moeten geen absoluut bewijs hebben van de “echtheid” van het doek. Dat zou trouwens gevaarlijk kunnen zijn, want onderzoekers kunnen zich vergissen, en dat kan soms naderhand vastgesteld worden.

    1. “Beelden op een ondergrond kunnen op zeer verschillende manieren ontstaan. Zo heeft het heel lang geduurd voor men alle details verstond van het (thans verouderde) fotografisch procedé.” Ja, hoe dan, leg het ons dan uit.
      Hoe zou het kunnen dat een lijkwade al de overeenstemmende wonden van Jezus toont en dit na, pak weg 2.000 jaar? Hoe zou iemand anders deze wonden hebben geleden? Hoe zou het bloed dat op de lijkwade aanwezig is van iemand anders kunnen zijn en overeenstemmen met het bloed van de Eucharistische wonderen dat daadwerkelijk door analyse en onderzoek is toegeschreven aan Jezus Christus?
      Mijnheer Stinus, u verdraait graag de zaken, met een “we moeten voorzichtig zijn”.

  8. Beste Peter,

    – Heb je dan nog nooit van vervalsingen gehoord ? In de middeleeuwen heeft men veel valse relieken geproduceerd. Die brachten immers geld op, en trokken gelovigen aan.
    – Je wist toch wel dat er in de oudheid regelmatig mensen gekruisigd werden ? Zelfs de beulen van IS hebben dat nog vrij recent gedaan. Tegelijkertijd met Jezus werden nog 2 mensen gekruisigd. Dat gebeurde regelmatig in die tijd.
    – Je hebt het over “al de overeenstemmende wonden van Jezus”. Ik zou niet weten waar die allemaal beschreven staan. Alleen wonden in de zijde en handen worden vermeld. Maar die wonden zullen voorgekomen hebben bij alle gekruisigden in de tijd van de Romeinen.
    – Over “overeenstemming” met het bloed uit eucharistische wonderen weet ik niets af. Wat voor soort overeenstemming ? DNA ??
    – De katholieke Kerk heeft nooit gezegd dat het betreffende doek de lijkwade van Jezus is, en daar heeft ze groot gelijk in. Het is voor een katholiek aan geen kanten nodig van daar in te geloven. Stel dat men over een tijd ontegensprekelijk kan bewijzen dat het doek uit de middeleeuwen stamt. Dan sta je daar schoon. De voorzichtigheid is een zeer belangrijke christelijke deugd, en daar kun je best aan meedoen. Het is ook goed dat de Kerk serieus wetenschappelijk (niet vernielend) onderzoek toelaat op de lijkwade.

    Met vriendelijke groet, Au. Gu. Stinus

    1. Beste Stins,
      Ik ga me hier weer niet eens uitsloven, om uw absurde tegenstellingen met bewijzen te weerleggen, daar vele antwoorden hierop u reeds veelvuldig werden gerapporteerd.
      Aan de hand van uw opmerkingen stel ik me nog steeds de vraag: “Wie bent u?” Een zelfverklaarde Katholiek?
      Zelfs de duizenden wonden van Onze Heer Jezus Christus in zijn maagdelijk lichaam, die de Katholieke Kerk eert, herleidt u tot onzin.

      U schrijft: “– Je hebt het over “al de overeenstemmende wonden van Jezus”. Ik zou niet weten waar die allemaal beschreven staan. Alleen wonden in de zijde en handen worden vermeld. Maar die wonden zullen voorgekomen hebben bij alle gekruisigden in de tijd van de Romeinen.”
      In het hierboven staande artikel van Hiëronymus Saepinus kan men nog lezen: “Fanti zegt dat Jezus, gebaseerd op de vlekken op de Lijkwade van Turijn, “in totaal minstens 600 slagen” heeft gekregen. Het standbeeld van het mishandelde lichaam van Jezus toont deze wonden. “Op het moment van Zijn dood, heeft de man op de Lijkwade doorgehangen naar rechts, omdat zijn rechterschouder zo serieus ontwricht was dat het de zenuwen beschadigde”, zei Fanti.

      U herleidt hiermee het Allerhoogste en Allerheiligst Offer van Onze Verlosser tot een vergelijking met ” Maar die wonden zullen voorgekomen hebben bij alle gekruisigden in de tijd van de Romeinen. ” Hoe durft u uzelf Katholiek noemen. Toon mij eens één enkele van die gekruisigden die zoveel geleden heeft als Onze Verlosser!
      Duizenden wonden, door het meest vreselijkste lijden, dat geen enkele andere mens ooit heeft geleden en ook niet instaat is om te lijden, daar Jezus, als mens, gedreven was door één kracht, de uiterste liefde voor ons, ja dat is beschreven in de geschriften van vele Heiligen, die u zelfs hier durft te weerleggen.
      Jezus in Zijn openbaring tijden Zijn verschijning aan de H. Brigitta van Zweden; “Ik heb 5480 slagen ontvangen.”

      Evenals uw opmerking; “Het is voor een katholiek aan geen kanten nodig van daar in te geloven. Stel dat men over een tijd ontegensprekelijk kan bewijzen dat het doek uit de middeleeuwen stamt. Dan sta je daar schoon.”
      bewijst dat u hier niet aan het opbouwen bent maar, spijtig voor u, aan’t afbreken bent wat vele Katholieken vereren en alzo aanschouwen hoe onuitsprekelijk de liefde van Jezus voor ons is en was, om ALLES vrijwillig te hebben geleden, teneinde allen zouden kunnen gered worden en hoe de mens zou kunnen zien hoezeer Jezus de zondaar bemint teneinde, door een oprecht berouw bij het aanschouwen van Zijn Allerheiligst Lijden, tot inzicht zou komen om zijn zonden te belijden en dit bij het aanschouwen van Zijn Kruisbeeld (dat ik op mijn hart draag) om het dagelijks te mediteren.
      Het Kruisbeeld, het ultieme teken van Gods Liefde voor de mensen, dat zozeer gehaat wordt door de vijanden van de Katholieke Kerk – de enige Kerk van Jezus – en door de wereld.

      Kom hier niet meer uitpakken met het betichten van anderen die zich uitsloven om de waarheden van de K. Kerk te verdedigen en haar vijanden te bestrijden, en hen een les te willen leren, door onvoorstelbare beweringen die tot boven het absurde ongeloof en vernietiging van de vijanden van de Kerk uitstijgen.

      Mat_16:23 Maar Hij keerde zich om, en zei tot Petrus: Ga weg van Mij, satan; ge zijt Mij een ergernis. Want ge zijt niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen.

      Stinus, wie zijt gij??????

      1. God man, wat een fanatiek manneke zijt gij? Als de Katholieke Kerk zelf voorzichtig is wat betreft de lijkwade, waarom zouden wij dan als Katholiek beter of meer moeten/kunnen weten dan de Kerk zelf?

        Gij zijt echt kampioen in het verdraaien van woorden en bedoelingen van andere mensen, en er dan uw eigen absurde verwrongen visie van te maken. Niemand haalt hier Christus of zijn lijden onderuit. Het gaat hier om een stuk stof waarvan tot bij nader inziens nog NIEMAND met 100 procent zekerheid van kan zeggen waar het van komt.

        De eerst Christenen werden bij massa’s tot de kruisdood veroordeeld, ook zij werden gemarteld vooraleer aan het kruis te worden genageld. Of is het offer van al die martelaars, tot vandaag toe zelfs, van geen tel voor U???

        Maar zijt gerust, ge krijgt van mij ne prijs. Meest fanatieke Katholiek van ‘t Forum. Zelfs als niemand het zeker weet, vraag het dan maar aan Peterke, hij weet alles, en vooral alles beter dan de rest. En als hij ‘t niet weet, dan maakt hij er z’n eigen waarheid wel van.

        Tjonge man…

  9. Hallo Peter. Graag nuchter en kalm blijven a.u.b.

    … Je gaat helaas niet echt in op wat ik schreef. Een teken van zwakke argumentatie ?
    … Je hebt het blijkbaar nog niet begrepen : ik hou er rekening mee dat de lijkwade van Turijn echt de lijkwade van Jezus zou kunnen zijn, maar daar is op dit ogenblik geen goed bewijs voor te vinden, en dat zal waarschijnlijk niet gauw veranderen. In het beste geval zal men misschien ooit kunnen zeggen : het behoorde toe aan een man uit Jezus’ tijd, die enz. enz.
    … Als we Piet mogen geloven heeft Anna Katharina Emmerich gezegd dat de lijkwade van Turijn een wonderbaarlijke kopie is van het origineel. Maar dus niet echt het origineel.
    … Er is onderzoek geweest naar de leeftijd van het textiel (via diverse laboratoria die het los van elkaar moesten onderzoeken). Resultaat : het stukje doek dat ze mochten onderzoeken stamt uit de middeleeuwen. Achteraf is er kritiek gekomen dat dat stukje misschien een stukje was dat als herstelling gebruikt werd. Bij mijn weten is dit nog niet opgehelderd.
    … Het is absoluut geen geloofspunt dat de lijkwade van Turijn de lijkwade van Jezus zou zijn. Zoiets betreft niet de essentie van het geloof. Wel essentieel is bv. dat Jezus geleden heeft, en de kruisdood gestorven is voor ons, mensen.
    … Conclusie : de Kerk heeft gelijk als ze niet claimt dat de lijkwade van Turijn de echte lijkwade van Christus is.
    … Wie ik ben ? Een Vlaamse katholiek die met zijn 2 voeten op de grond staat. (Bij mijn weten worden er nergens brevetten uitgereikt met daarop geschreven “dit is een echte katholiek”).

    Met vriendelijke groet, A. G. Stinus

  10. Beste Stinus,
    Wat betreft de lijkwade van Jezus, kunt u lezen Fascikel 31 -blz. 423 -Emmanuel – Het smartvol lijden van onze
    Heer en Zaligmaker Jezus Christus – Visioenen van de zalige Anna Katarina Emmerick:

    “Vier heilige aanschijns zijn zeer bekend, omdat ze niet door menselijk vernuft of kunstenaarshand zijn ontstaan,
    maar door goddelijke scheppingskracht.
    Het zijn de afbeeldingen van
    – Edessa,
    – Veronika,
    – de sacra Tavola van de H. Lukas
    en
    – de lijkwade van Turijn.”

    Nog niet overtuigd?
    Laus tibi Christe +
    Ave Maria +

  11. Hieronder de lezing die ik over de lijkwade heb gehouden. De afbeeldingen ontbreken. Desgewenst kan ik haar met afbeeldingen als pdf opsturen.
    27 maart 2018
    De lijkwade van Turijn
    Herman Boon
    Inleiding
    De lijkwade van Turijn is een intrigerend stuk textiel. Er is al jaren discussie over de vraag of
    het de lijkwade van Jezus is of een vervalsing. Onderzoeken leverden resultaten die niet met
    elkaar te rijmen waren en ik wil proberen hierin meer helderheid te brengen.
    De volgende onderwerpen komen aan bod.
    Eerst een inleiding. Dan: wat is er aan de lijkwade ontdekt? Hoe oud is de lijkwade? Klopt
    wat gevonden is met de tekst van de bijbel? Hoe is de afbeelding ontstaan? Welke weg heeft
    de lijkwade afgelegd? En ten slotte welke conclusies kunnen we trekken?
    De lijkwade van Turijn is een linnen doek van 4,40 m lang en 1,10 m breed. Het meest
    opvallend zijn de sporen van een brand, maar als je goed kijkt zie je daartussen de afbeelding
    van een man van 1,75 m lang, van voren en van achteren. Volgens de overlevering zou het de
    lijkwade zijn, waarin het lichaam van Jezus na zijn dood gewikkeld werd. Dan zou de doek
    dus twintig eeuwen oud moeten zijn. Veel mensen konden zich dat niet voorstellen en
    meenden dat het een vervalsing moest zijn. Van een afstand van 1 of 2 meter zie je wonden
    van een kruisiging, maar er zijn natuurlijk meer mensen gekruisigd dan Jezus. Kruisiging was
    een Romeinse straf en werd in het hele Romeinse Rijk toegepast, dus als de doek echt is, zou
    het ook best een andere persoon dan Jezus kunnen zijn. Er was enkel de overlevering en de
    bewezen geschiedenis van de doek vanaf ongeveer 1350. Hij was toen in het bezit van een
    Franse graaf, die hem bewaarde in Lirey zo’n honderd kilometer ten zuidoosten van Parijs in
    het departement Aube, waarvan Troyes de hoofdstad is.
    Daar in de buurt in de Seine is dit pelgrimsinsigne gevonden. Je ziet daarop de lijkwade
    afgebeeld. Het bewijst dat er pelgrims kwamen om de lijkwade te vereren.
    Honderd jaar later is de doek verkocht aan de
    hertog van Savooie, die hem liet bewaren in een
    kapel in de hoofdstad Chambéry in een zilveren
    kist. Bij een brand in die kapel in 1532 werd de
    doek beschadigd. Er vielen gaten in en er
    ontstonden schroeiplekken. Twee jaar later
    hebben zusters van de Arme Clarissen lappen over
    de gaten gestikt en er aan de achterkant een linnen
    voering tegenaan genaaid.
    In Turijn bevindt hij zich vanaf 1578. Piemont,
    waarvan Turijn de hoofdstad was, hoorde bij
    Savooie. Het verhaal gaat, dat Carolus Borromeüs
    de lijkwade wilde bezoeken, maar dat de tocht
    over de Alpen te zwaar zou zijn voor hem, waarop de hertog de lijkwade liet overbrengen van
    Chambéry naar Turijn.
    De lappen die na de brand over de gaten waren gestikt, werden in 2002 verwijderd, evenals de
    voering aan de achterzijde.
    Waarnemingen
    Wat is er aan de lijkwade ontdekt?
    De doek kwam in het nieuws in 1898, toen hij werd gefotografeerd. Bij het ontwikkelen van
    de negatieven ontstond een beeld, dat veel duidelijker was dan de lijkwade zelf. De
    uitstekende lichaamsdelen waren op de negatieven licht en de dieper liggende donker, wat je
    juist van een positief verwacht. Er was een verloop van licht naar donker naarmate de delen
    dieper lagen. Dat maakte het beeld als het ware driedimensionaal en heel natuurlijk.
    Met contrastverhoging en in ultraviolet kon later de kwaliteit van de afbeelding nog verbeterd
    worden.
    De doek is bij het
    hoofd omgeslagen
    geweest, zodat vooren
    achterkant van het
    lichaam worden
    weergegeven. Dat
    moeten we ons
    voorstellen zoals op
    dit schilderij uit 1660
    van Jean-Gaspard
    Baldoino uit Nice.
    Boven is hij
    uitgevouwen; onder is
    hij om het lijk
    geslagen.
    In het weefsel zijn stuifmeelkorrels ontdekt van 58 verschillende planten, voor een deel
    voorkomend in Frankrijk en Italië, maar 28 ervan groeien in het Nabije Oosten, onder andere
    in Turkije, en 14 hiervan in Palestina. Hiervan waren er drie van planten die alleen in
    Palestina en omgeving bloeien:
    Gundelia Tournefortii,
    een distel;
    Cistus Creticus van de
    zonneroosfamilie; en
    Zygophyllum
    Dumosum, een
    woestijnplant, waarvoor
    ik de naam boonkapper
    ben tegengekomen;
    alle drie bloeien ze in
    maart of april.
    Geel:
    Cistus creticus
    Blauw:
    Gundelia tournefortii
    Rood:
    Zygophyllum dumosum
    Hier zijn de verspreidingsgebieden aangegeven en te zien is, dat ze alleen in
    de omgeving van Jeruzalem alle drie voorkomen. Dat betekent dat de doek in
    ieder geval in Palestina is geweest.
    Er werden op de ogen afdrukken
    van twee muntjes gevonden, die
    in 2001 aan beeldextractie met
    een computer onderworpen
    werden, in spiegelbeeld uiteraard
    (Fontanille 2001, geciteerd door
    Oommen 2014). Links boven zie
    je een oog en met enige fantasie
    iets wat erop ligt. Dat is vergroot
    en daarna zijn de kleuren
    omgekeerd; dat gaf al een beter beeld. Daarna is het patroon van het visgraatweefsel van de
    doek van de afbeelding afgetrokken, waardoor dat niet helemaal verdwijnt, maar minder
    overheersend wordt. Enkele letters kwamen te voorschijn en in het midden een staf. Die
    letters en staf werden vergeleken met munten in een muntenboek. De gevonden letters
    B OY KAI APOC komen uit TIBEPIOY KAICAPOC, „van keizer Tiberius”, niet met de
    Griekse Σ, maar met de C die later ook in het Cyrillisch schrift van de Slavische talen is
    terechtgekomen; de B is weer wel Grieks en niet de Slavische Б.
    Hierboven de bladzijde uit het muntenboek. De munt kan worden geïdentificeerd als een
    lepton van Pontius Pilatus, geslagen in 30 of 31, waarschijnlijk is het die uit 31. De munt op
    het andere oog was minder duidelijk, maar moet ook een lepton uit 30 of 31 zijn.
    De muntjes bedekten de oogleden van de dode. Het praktische nut
    om zo de ogen van de dode gesloten te houden was bij de Joden
    bekend: er zijn schedels gevonden waar de muntjes ingevallen waren.
    Op de doek is met zekerheid bloed aangetoond. Dat bloed is uit de wonden gelopen in de
    lengterichting van het lichaam, zoals gebeurt wanneer het aan het kruis hangt, en die
    bloedsporen zijn bij contact overgebracht op de lijkwade. Maar ook in de richting loodrecht
    daarop zijn bloedsporen uit het lichaam gekomen na horizontaal leggen van de dode. Een deel
    van het bloed was zogenaamd post-mortembloed met scheiding in bloed en serum, dat een
    waterige ring om het bloed vormt. Dit „water en bloed” staat ook in het evangelie van
    Johannes genoemd. Onder de bloedvlekken ontbreekt de afbeelding, zodat die na het bloed op
    de lijkwade moet zijn gekomen.
    Met een speciale techniek zijn fijne zandkorrels in het linnen gevonden op de plaats van de
    voetzool, op de plaats van de linkerknie en op de plaats van de neus. Met het blote oog zijn ze
    niet te zien. Dat wijst er al op, dat de lijkwade authentiek is. Want waarom zou een vervalser
    zand inbrengen dat je toch niet kunt zien?
    Het lijkt dus waarschijnlijk, dat de doek in de tijd van Jezus’ dood in Palestina is geweest.
    The information on Pilate coins is from David Hendin’sbook, ‘Guide to
    BiblicalCoins’. The three main types are shown.
    Pilate was the procurator of Judea from 26 AD to 36 AD. Howeverthe
    coins he issued belonged to the period AD 29-31 only.
    Ouderdom
    Er is natuurlijk sterk op aangedrongen een bepaling van de ouderdom uit te voeren. Dat is
    gebeurd in 1988. Een monster werd van een hoek van de lijkwade afgeknipt, in drieën gedeeld
    en onderzocht met de C14-methode door laboratoria in Oxford, Zürich en Tucson, Arizona.
    C14 is een radioactieve isotoop van koolstof, die in de atmosfeer continu wordt gevormd door
    wisselwerking van neutronen met stikstof (niet zuurstof, zoals op de afbeelding staat), en die
    neutronen zijn weer gevormd door de invallende kosmische straling. De C14 reageert
    chemisch met zuurstof tot kooldioxide, die net als ander kooldioxide wordt opgenomen door
    levende planten, zoals vlas. Zodra de plant dood is, houdt de opname van koolstof op en blijft
    alleen het radioactieve verval van C14 doorgaan. Dat vervalt met een halveringstijd van ruim
    5000 jaren, wat betekent dat na 5000 jaar nog maar de helft van de koolstof-14 over is. De
    hoeveelheid C14 in verhouding tot de stabiele koolstofisotopen C12 en C13 wordt dus steeds
    kleiner en is daardoor een maat voor de ouderdom van dood organisch materiaal, zoals linnen.
    De laboratoria kwamen alle drie tot een datering in de Middeleeuwen; het vlas waarvan het
    linnen gemaakt is, moest geoogst zijn tussen 1260 en 1390. Men was daar voor 95% zeker
    van.
    Miniatuur uit het Pray-manuscript 1192-1195
    Vergelijk de gaten in de uitvergroting bij B met die op de lijkwade ernaast
    Dit was voor veel mensen die hoopten op een uitkomst in de 1e eeuw een grote teleurstelling,
    maar er bleef twijfel, want er bestond al een afbeelding van de lijkwade in een miniatuur van
    1192-1195. Dat is het Pray-manuscript. Het is genoemd naar een Hongaarse Jezuïet, György
    Pray, die het in 1770 ontdekte. Als de doek tussen 1260 en 1390 geweven is, kan er
    onmogelijk in 1195 al een afbeelding van bestaan.
    Op die miniatuur is zelfs het typische visgraatpatroon van het weefsel te zien. Vier gaten die
    een hoofdletter L vormen zijn zowel op die afbeelding als op de lijkwade zelf te zien. Ze zijn
    vermoedelijk ontstaan door brandende pek of wierook.
    Verder klopt het op de afbeelding
    ontbreken van de duimen, die
    inklappen zodra de middelste
    polszenuw geraakt wordt door de
    spijker.
    Ook om andere redenen werd getwijfeld aan de uitkomst van de ouderdomsbepaling met de
    C14-methode; als ontledingsproduct van lignine, een bestanddeel van planten, wordt vanilline
    gevonden, maar minder naarmate die planten ouder zijn. Die vanilline is wel gevonden in de
    aangestikte voering en in de monsters die voor de C14-bepaling gebruikt zijn, maar nauwelijks
    op de oorspronkelijke lijkwade. Die zou dus veel ouder zijn dan de C14-datering aangaf. Twee
    spectroscopische methoden en meting van de elasticiteit van de vezels leidden bij vergelijking
    met goed gedateerde weefsels tot vroegere dateringen, weliswaar met heel ruime marges,
    maar waarbinnen wel ook de 1e eeuw valt.
    Ouderdomsbepalingen
    Koolstof-14-methode 620-750 jaar
    Bijna geen vanilline aangetoond > 1300 jaar
    Ramanspectroscopie 1700-2700 jaar
    Infraroodspectroscopie (FTIR) (2350-3150 jaar)
    na correctie voor brand 1900-2700 jaar
    Elasticiteit 1200-2000 jaar
    Foutieve uitkomsten van de C14-datering komen overigens vaker voor.
    Verder is in het linnen hier en daar katoen meegeweven, vermoedelijk ter versteviging. Dat
    katoen is van een Egyptische soort, die in de Middeleeuwen in Europa niet meer bekend was.
    Hoe kan er zo’n grote afwijking in de koolstof-14-bepaling zijn opgetreden? Kan er sprake
    zijn geweest van verontreiniging? Het monster was genomen bij een hoek, waar de doek
    veelvuldig is aangepakt, wanneer hij tentoongesteld werd. Dat gebeurde in Turijn heel vaak
    en hij is ook enkele keren op tournee gegaan langs verschillende Europese steden. Maar om
    de datering van het linnen te verschuiven van de 1e eeuw naar rond 1300 zou er meer vet dan
    linnen moeten zijn en dat lijkt uitgesloten.
    Verklaringen van foutieve uitkomst
    Vetzuren van ongewassen handen ?
    Bacteriekolonies ?
    Opneming rook bij brand 1532 ?
    Neutronen door aardbeving ?
    Monsters genomen van reparatieplaats!
    Naast vetzuren, afkomstig van ongewassen handen, kan er sprake zijn geweest van een
    bioplastische laag van levende bacteriën, die een voortgaande stofwisseling hebben. Maar het
    is onvoorstelbaar dat de aanwezigheid daarvan zó’n grote afwijking veroorzaakt kan hebben.
    En met een microscoop zou men die bacteriën hebben moeten zien, net zoals men wel rode
    bloedlichaampjes heeft waargenomen, die ongeveer even groot zijn.
    Een andere hypothese gaat uit van verstoring door de brand in 1532, waarbij koolstof uit de
    rook in het linnen opgenomen zou zijn. Dat laatste heeft men in het laboratorium geprobeerd
    te imiteren, maar dat is niet gelukt.
    Bij een zware aardbeving zouden neutronen zijn vrijgekomen. Die zouden dan met stikstof op
    de lijkwade gereageerd moeten hebben tot koolstof, maar behalve in het bloed is geen stikstof
    op de doek gevonden.
    De vreemde uitkomst van de C14-bepaling wordt nu toegeschreven aan de reparaties van de
    doek na de brand in de zestiende eeuw door de Arme Clarissen, die de lapjes over de gaten en
    de voering aan de achterkant hebben aangebracht. Dat herstel door de zusters is heel
    zorgvuldig gebeurd door het invlechten van de lapjes en vrijwel onzichtbaar. In het genomen
    monster zat dus 1e-eeuws en 16e-eeuws materiaal, zodat het niet representatief was voor de
    hele lijkwade.
    Vergelijkingen met de bijbeltekst
    Is de lijkwade authentiek? Laten we enkele waarnemingen eens vergelijken met de bijbeltekst.
    In 2008 is de lijkwade digitaal gefotografeerd met hoge dichtheid, waarbij 12 miljard
    beeldpunten, elk van een paar honderdsten van een millimeter, werden vastgelegd. De hierbij
    en de eerder gevonden kenmerken leiden tot een lijst, die vergeleken kan worden met de
    beschrijving in de evangeliën:
    1. Het lijk is ingewikkeld in een lijkwade. Meestal werd het op het kruis gelaten als voedsel
    voor de gieren.
    2. Er zijn wonden op het voorhoofd en op het achterhoofd, die afkomstig zijn van doornen.
    Een kroon van doornen werd op het hoofd van Jezus gedrukt bij wijze van spotternij,
    omdat hij gezegd zou hebben, dat hij de koning van de Joden was. Dit moet welhaast
    uniek zijn.
    3. Uit wonden op de schouders blijkt, dat op weg naar de executieplaats de veroordeelde niet
    het hele kruis, maar alleen de dwarsbalk droeg. Op afbeeldingen draagt Jezus meestal het
    hele kruis, maar misschien was het praktischer om de verticale balk vast in de bodem te
    laten staan. Het dragen van het kruis of de kruisbalk door de veroordeelde was lang niet
    overal en altijd de gewoonte. Mogelijk werden de armen van de man uitgestrekt
    vastgebonden aan de kruisbalk met touwen, waardoor hij zich bij een val niet kon
    opvangen met de armen. Bij de man van de lijkwade was overigens de neus gebroken. Dit
    kan het gevolg zijn van een val tijdens de kruisweg.
    4. Uit de bloedplekken op de lijkwade blijkt dat voor de kruisiging spijkers werden gebruikt,
    die door het polsgewricht werden geslagen en door het midden van beide voeten. Het
    alternatief was bevestiging aan het kruis met touwen. De gekruisigde Jezus werd
    overigens altijd afgebeeld met de spijkers door de handpalmen, maar dat kan niet kloppen
    met de werkelijkheid, omdat de hand onder het gewicht van het lichaam uitscheurt.
    Opmerkelijk is dat de heilige Birgitta van Zweden in de 14e eeuw visioenen had van de
    kruisiging met de spijkers in de polsen.
    5. Er is een borstwond als gevolg van een speerstoot links tussen de vijfde en zesde rib.
    Hieruit is post-mortembloed gelopen (ringen van bloed in water). Meestal werden de
    benen gebroken om de gekruisigde snel te laten sterven (hij kan zich dan niet meer
    opdrukken en stikt). In dit geval is dat niet gebeurd, maar heeft een soldaat een speer in
    zijn borst gestoken, omdat hij al gestorven was.
    6. De graflegging had plaats in haast; ritueel wassen en oliën werden uitgesteld, wat
    verklaard kan worden door de naderende sabbath, die begint op vrijdagavond met het
    invallen van de duisternis. Er kan wel een menigte bloemen en bladeren om het lichaam
    gelegd zijn: een mengsel van mirre-hars en aloë-bladeren wordt genoemd (Joh 19:39-40),
    100 pond; in een andere bijbelvertaling staat 30 kg.
    7. Er zijn geen sporen van rottingsproducten gevonden, wat zou wijzen op een kort contact
    tussen lijk en lijkwade, minder dan 30 tot 40 uur.
    Bij elk van deze zeven punten, die overeenkomen met de beschrijving in de evangeliën, is
    geschat hoe vaak in de geschiedenis zo iets zal zijn voorgekomen en uit berekening volgt dan,
    dat de kans dat er een tweede gekruisigde is geweest, voor wie alle zeven punten gelden,
    gelijk is aan 1 op 200.000.000.000. Het aantal gekruisigden in de hele geschiedenis en in de
    hele wereld wordt geschat op een paar honderdduizend tot een paar miljoen, stel 1 miljoen,
    zodat er een kans van 1 op 200000 is, dat het lichaam van een ander dan Jezus erin heeft
    gelegen. Ofwel de kans dat de lijkwade het lichaam van Jezus omhuld heeft is 99,9995%.
    Normaal vinden we 95% zekerheid al genoeg, dus een kans van 1 op 20 dat het toch anders is,
    maar hier is de kans dat het een andere gekruisigde is geweest 10000 maal kleiner dan 1 op
    20. Zo’n grote zekerheid is uitzonderlijk. We moeten dus concluderen, dat er overtuigend
    bewijs is voor de stelling, dat de lijkwade van Turijn de
    lijkwade van Jezus is.
    Romeinse zweep en bloedsporen
    van zweepslagen op de rug
    En dan hebben we andere overeenstemmingen nog niet
    eens meegeteld. Zo zijn er sporen van geseling met een
    Romeinse zweep. Op de rug zijn negentig afdrukken
    van haltertjes met bloedsporen, volgens anderen wel
    120. Als er drie haltertjes aan een stok zaten, waren dit
    30 tot 40 slagen. Zelfs de richting vanwaaruit de slagen werden toegediend is te zien. De man
    die aan de ene kant stond moet een stuk kleiner zijn geweest dan die aan de andere kant.
    Jezus hing naakt aan het kruis, want de soldaten verdeelden zijn kleren. Toch wordt hij altijd
    afgebeeld met een lendendoek om. Mijn grootvader was beeldhouwer van heiligenbeelden,
    maar hij zal nooit een kruisbeeld van een naakte Jezus hebben gehouwen.
    Des te opvallender is het dat Jezus in het Pray-manuscript naakt is weergegeven. In de
    Middeleeuwen was dat uitzonderlijk.
    In de evangelies worden verschillende doeken genoemd in verband met het lijk van Jezus.
    Voor de aanduiding van de doeken heb ik teruggegrepen op de oorspronkelijke Griekse
    woorden en dan blijkt dat volgens drie evangelisten het lichaam van Jezus in het graf werd
    gelegd, gewikkeld in een lijkwade (σινδών); alleen Johannes heeft het over ὀθόνια, linnen
    windsels, meervoud.
    Doeken
    voor de graflegging na de opstanding
    Matteüs σινδών (= lijkwade)
    Markus σινδών
    Lukas σινδών ὀθόνια
    Johannes ὀθόνια (= linnen windsels) ὀθόνια
    σουδάριον (= zweetdoek)
    Na de verrijzenis waren volgens Johannes in het graf achtergebleven: de linnen windsels
    (ὀθόνια) en een opgerolde zweetdoek (σουδάριον), „die op zijn hoofd geweest was”.
    Verondersteld wordt dat de zweetdoek is gebruikt zolang Jezus’ lichaam nog aan het kruis
    hing, want eerst moest nog toestemming gevraagd worden om het lichaam van het kruis af te
    halen. Geen van de evangelisten heeft het bij de inspectie van het graf na de opstanding nog
    over een „σινδών” (lijkwade). Een van de onderzoekers concludeerde daarom, dat de lijkwade
    niet in het graf was achtergebleven en wellicht door Jezus was meegenomen.
    Maar het kan ook zijn, dat met ὀθόνια toch de lijkwade σινδών bedoeld werd. Dat verklaart
    waarom volgens Lukas Jezus het graf inging in een σινδών en na de verrijzenis ὀθόνια
    achterliet. De zweetdoek σουδάριον zou van het hoofd verwijderd zijn vóórdat het lijk in de
    lijkwade werd gelegd.
    In Oviedo in Spanje wordt een zweetdoek bewaard, met bloed van dezelfde bloedgroep, die
    hetzelfde hoofd bedekt heeft in verticale positie, toen Jezus’ lichaam nog aan het kruis hing.
    Dit zou de zweetdoek zijn die in het graf was achtergebleven. Hij bevat plantenpollen uit
    Noord-Afrika en is volgens overlevering in 614 van Jeruzalem naar Alexandrië gegaan,
    vandaar via de Spaanse havenstad Cartagena naar Toledo en vandaar naar Oviedo in Asturië
    gebracht in 711, misschien niet toevallig hetzelfde jaar waarin de mohammedanen de Straat
    van Gibraltar overstaken en begonnen Spanje te veroveren. Maar in het noordwestelijke deel
    van Spanje zijn de mohammedanen nooit gekomen, anders was hij misschien niet bewaard
    gebleven.
    Zowel in de lijkwade als in de zweetdoek is aragoniet aangetoond, dat is een minder vaak
    voorkomende vorm van kalk met weinig strontium, die karakteristiek is voor de Calvarieberg.
    Beeldvorming
    Hoe is nu die afbeelding op de lijkwade ontstaan? Er zijn drie mogelijkheden. De afbeelding
    is aangebracht door een vervalser in de middeleeuwen of eerder. Zo niet, dan is hij authentiek,
    maar is er nog de keuze tussen een ontstaan door straling op het moment van de verrijzenis of
    door chemische reacties in de periode tussen de graflegging en de opstanding.
    Er zijn verschillende manieren geopperd waarop een middeleeuwse vervalser te werk had
    kunnen gaan, variërend van een penseel tot een strijkijzer en tot lichtgevoelig materiaal, maar
    geen van alle leidt tot het gewenste resultaat. Het is interessanter om nog eens de argumenten
    op een rij te zetten, waarom een vervalser de lijkwade niet gemaakt kan hebben en waarom
    het de lijkwade van Jezus moet zijn.
    Er zijn geen verfstoffen of pigmenten gevonden, behalve meekrap. Bij de productie
    van het linnen werden daarmee tintverschillen verdoezeld, die waren ontstaan
    door het niet gelijkmatig bleken. Van de rode kleurstof uit de meekrapwortel,
    alizarine, zijn sporen gevonden, maar verspreid over de hele lijkwade, dus niet
    alleen ter plaatse van de afbeelding. Doordat de meeste alizarine in de loop van
    de tijd verdwenen is, zijn nu weer lichte en donkere banden in het weefsel te
    zien.
    Het beeld is richtingneutraal (geen penseelstreken).
    Je ziet pas goed wat je schildert van een afstand van twee meter. Dat is onhandig.
    Om zo fijn te kunnen schilderen moet het kwastje uit slechts één haar bestaan.
    Door het linnen is een Egyptische soort katoen gesponnen, die in de Middeleeuwen in
    Europa niet bekend was, omdat de handel met het Nabije Oosten was ingestort
    na de komst van de islam.
    Het bloed moet zijn opgebracht vóór de afbeelding, voor een vervalser niet logisch.
    De afbeelding is in negatief. Waarom zou een vervalser dát doen?
    De spijkers zijn niet door de handen, maar door de polsen geslagen, anders dan altijd
    wordt afgebeeld.
    De duimen zijn ingeklapt door het spijkeren tegen de polszenuw.
    Muntjes van Pilatus zijn geïdentificeerd.
    Er zijn onzichtbare straatgruiskorreltjes gevonden bij voet, knie en neus. Waarom zou
    een vervalser dat doen, als toch niemand ze kan zien?
    Dat gruis was calciumcarbonaat van de aragonietstructuur, zoals voorkomt op de
    Calvarieberg, terwijl de calcietstructuur veel algemener is.
    Geen lendendoek. Op de dubbelafbeelding van Jean-Gaspard Baldoino is duidelijk
    zichtbaar, dat hij Jezus zelfs in de lijkwade nog een lendendoek om laat
    houden. Een vervalser zou ongetwijfeld aangeknoopt hebben bij de gewoonte
    om de gestorven Jezus af te beelden met een lendendoek.
    We kunnen dus met zekerheid zeggen, dat Jezus’ lichaam in de lijkwade heeft gelegen. Maar
    wetenschappers willen graag ook weten hoe dan die afbeelding op de doek is gekomen. Daar
    zijn ze nog niet uit. Geen enkele theorie kan tot nu toe een volledige verklaring geven.
    Vorming van het beeld door straling ?
    – korte puls ultraviolette straling uitgezonden door het lichaam.
    – uitzending van elektronen door een elektrisch veld van seismische oorsprong of vanuit het
    lichaam (corona-ontlading, bolbliksem).
    – neutronen uit het gesteente losgeslagen door de aardbeving.
    – omzetting van materie in energie volgens de wet van Einstein: E = m c2
    De meeste geleerden dachten en velen denken dat nog steeds, dat een of andere soort straling
    op het moment van de verrijzenis een rol gespeeld heeft. Ik kan me niet aan de indruk
    onttrekken, dat ze hun fantasie de vrije loop lieten, want de ene hypothese was nog wilder dan
    de andere. Een verrijzenis was nogal uniek en kon best eens gepaard zijn gegaan met een
    uitzonderlijk natuurverschijnsel. De bijbel noemt al een aardbeving.
    Ze begonnen stukken linnen te onderwerpen aan allerlei straling van verschillende tijdsduur.
    En ja hoor, bij die proeven bleek dat een laserpuls van ultraviolette straling met een duur
    van niet meer dan enkele milliseconden een zelfde oppervlakkige verkleuring gaf als op de
    lijkwade. Door de hitte van deze stralingspuls werd water aan het linnen onttrokken en
    ontstond de bruine kleur van karamel. Maar om de hele afbeelding op deze manier te maken
    zouden 14000 lasers nodig zijn, die vanuit het lichaam een puls van deze duur zouden moeten
    geven. En door de hitte zouden ook de bloedklodders in het afbeeldingsgebied veranderd
    moeten zijn en dat is niet het geval. Ook de cellulose is niet veranderd, wat betekent dat die
    niet boven 150 C verhit is (Heimburger 2012). Dus het kleed is niet op hoge temperatuur
    geweest, en een ultraviolette stralingspuls kan het beeld niet gevormd hebben.
    Anderen denken aan een corona-ontlading, iets als een bolbliksem. Experimenten met linnen
    onder corona-ontlading reproduceerden de kleur in de buitenste 0,2 μm, precies de dikte van
    de verkleuring op de lijkwade. Het lichaam zou dan wel in zeer korte tijd een grote
    hoeveelheid elektronen hebben uitgezonden. Hoe dit kan is dan een volgende vraag. In ieder
    geval zou dit met verhitting gepaard gaan, en die heeft niet plaatsgehad, want dat zou de
    toestand van de bloedklodders veranderd hebben.
    Straling gaat bovendien met de snelheid van het licht en je zou verwachten dat als de straling
    van het hele lichaam uit zou zijn gegaan, het linnen gelijkmatiger gekleurd zou zijn, waardoor
    je geen afbeelding van een mens ziet, maar alleen een silhouet.
    Een andere hypothese was dat de aardbeving waarvan in het evangelie sprake is tot de
    uitstoot van neutronen uit het gesteente had geleid. Er was zelfs berekend dat die aardbeving
    een kracht van 8,2 op de schaal van Richter gehad zou moeten hebben. Die neutronen zouden
    dan gereageerd moeten hebben met stikstof in de lijkwade en de afbeelding hebben
    veroorzaakt. De tegenwerping is dat een dergelijk effect dan toch vaker gevonden zou moeten
    zijn bij andere zware aardbevingen. Bovendien is op de lijkwade alleen stikstof gevonden in
    het bloed. En het ging om zo’n grote hoeveelheid neutronen, dat iedereen in Jeruzalem de
    stralingsdood gestorven zou zijn.
    Bij een dematerialisatie van het lichaam zou massa worden omgezet in energie volgens de
    formule van Einstein: E = mc². Die vrijkomende energie zou dan op een of andere manier de
    afbeelding hebben veroorzaakt.
    Bij kernreacties wordt een heel klein deel van de massa m omgezet in een ontzettende
    hoeveelheid energie E, omdat de factor c² zo groot is. Maar er is berekend, dat door de
    volledige omzetting van het lichaam van Jezus een hoeveelheid energie gelijk aan 200-300
    Mton TNT zou vrijkomen. De krachtigste waterstofbom ooit, in 1961 op Nova Zembla, had
    een energie van slechts 50 Mton TNT. Het is duidelijk dat bij 200 Mton een groot deel van het
    Heilig Land verdampt zou zijn.
    In de bijbel zijn meer doden beschreven, die weer levend zijn geworden: Lazarus, die gewoon
    in levenden lijve uit het graf kwam lopen, de zoon van de weduwe van Naïn, het dochtertje
    van de Romeinse hoofdman, maar nergens wordt gesproken van verschijnselen als grote
    hoeveelheden energie die vrijkwamen. Dus noodzakelijk is dat niet.
    Bij Jezus is wel nog iets meer aan de hand: het verdwijnen uit onze zichtbare wereld van drie
    dimensies naar de vierde dimensie. Net zoals je in een tweedimensionaal vlak een hindernis
    kunt passeren door een klein sprongetje in de derde dimensie, zou je in drie dimensies een
    afgesloten ruimte kunnen binnengaan via een klein uitstapje in de vierde dimensie. Alleen
    kunnen wij ons dat moeilijk voorstellen, omdat we maar zintuigen hebben voor drie
    dimensies. Die vierde dimensie proef ik een beetje in psalm 139, vers 5: „Gij omgeeft mij van
    achteren en van voren en Gij legt uw hand op mij.” Die hogere dimensie is overal heel
    dichtbij, net als de derde dimensie overal raakt aan de tweede.
    We hoeven niet aan te nemen, dat Jezus al direct naar de vierde dimensie is verdwenen, want
    Hij kon na zijn opstanding zonder problemen het graf uitlopen net als Lazarus, want de steen
    was weggerold, en hij bedekte daarna zijn naaktheid met kleren van de tuinman. Daardoor
    herkenden de vrouwen hem niet direct, toen ze hem aanspraken.
    Voor deze gebeurtenissen hoeft Jezus niet naar de vierde dimensie te verdwijnen. Bij latere
    verschijningen is dat wel het geval. Jezus is enkele malen verschenen en verdwenen: onder
    andere twee keer in de afgesloten zaal waar de apostelen bijeen waren. Dat gebeurde bijna
    ongemerkt, dus veel energie kan daar niet mee gepaard gegaan zijn.
    Dus noch het weer levend worden van het lijk, noch het verdwijnen van het lichaam uit onze
    driedimensionale wereld hoeft met veel energie gebeurd te zijn.
    En dan is er een regel, die zegt dat als voor iets een eenvoudige verklaring is, je geen
    ingewikkelde verklaringen moet zoeken. Dus gaan we niet proberen te verklaren waarom die
    enorme hoeveelheden energie niet zijn vrijgekomen, maar kijken we eerst naar een andere
    oorzaak dan straling voor het ontstaan van de afbeelding op de lijkwade.
    Chemisch proces
    – door direct contact als van bladeren in een herbarium.
    – uitgewasemde ammoniakdamp (al in 1902).
    – Maillard-reacties (2002).
    Dan komen we bij andere wetenschappers, die denken aan chemische reacties als verklaring
    voor het ontstaan van de afbeelding. Wat er aan chemische reacties is voorgesteld is niet veel.
    Een soort contactafdruk als in een herbarium kan niet kloppen voor dieper liggende delen van
    het lichaam. Maar al in 1902 (Vignon) werd aan ammoniak als reagens gedacht. Een variatie
    daarop zijn reacties, waaraan de naam van de scheikundige Maillard is gekoppeld
    (Rogers, 2002).
    Voorstanders van chemische reacties als verklaring menen, dat de verkleuring niet direct met
    de verrijzenis te maken heeft, maar is ontstaan door gassen, die al daarvóór, in de tijd tussen
    overlijden en verrijzenis, uit het lichaam kwamen, zich verplaatsten naar het linnen en daar
    reageerden. In tegenstelling tot straling gaat die verplaatsing langzaam. Ze gaat gepaard met
    concentratieverschillen en daardoor ontstaat de afwisseling van gekleurde en ongekleurde
    delen van het linnenoppervlak.
    Enkele uren na de dood komen uit mond en neus ammoniakgas en vluchtige aminen. En
    inderdaad is de afbeelding bij mond en neus het donkerst. Baard en snor springen eruit.
    Bij zware inspanning (en daarvan zal zeker sprake zijn geweest) worden eiwitten in
    spierweefsel verbrand en dan gaat ook het zweet ammoniak en aminen bevatten en afgeven.
    Over het hele lichaam kunnen dus vluchtige stikstofverbindingen uitgewasemd zijn.
    Die worden gevangen door het linnen, maar uitsluitend aan het oppervlak, vooral aan het
    binnenoppervlak, maar toch ook enigszins aan het buitenoppervlak. Een deel van die
    verbindingen moet dus door het linnen heen zijn gegaan en pas aan het buitenoppervlak
    gereageerd hebben. Hoe is dat te verklaren?
    Zoals hier te zien is, zit de geelbruine kleur van de afbeelding
    niet binnenin het linnen, maar alleen aan het oppervlak, op de
    buitenste vezeltjes van de linnendraden, en bij uitvergroting
    blijkt: alleen op de buitenomtrek van die vezeltjes. Het binnenste
    van de vezels bestaat uit cellulose, die niet veranderd is, maar
    aan de oppervlakte van de vezels zitten suikerachtige
    verbindingen, voor een deel afkomstig van stijfsel, en die stoffen
    reageren gemakkelijker dan cellulose.
    Overigens kan de kleuring ongedaan gemaakt worden door reductie met een oplossing van
    hydrazine en waterstofperoxide in pyridine (diïmidereagens). Het linnen wordt daardoor weer
    volmaakt wit. Dat betekent, dat de kleur niet het gevolg is van verschroeiing bij hoge
    temperatuur; die is onomkeerbaar.
    Waarom is de verkleuring beperkt tot een heel dun oppervlaktelaagje? Dat komt door de
    behandeling van het linnen na de productie. Het linnen is toen waarschijnlijk gewassen in
    water met zeepkruid (een wortelextract), waarna het aan de lucht is gedroogd. Het water
    verdampt aan de beide oppervlakken en het water in het binnenste van het weefsel vult het
    verdampte water aan door zich naar de oppervlakte te verplaatsen, met alle stoffen die daarin
    zitten. Daar gaat de waterverdamping door totdat het linnen droog is. In het water opgeloste
    stoffen blijven op de plaats van de verdamping achter. Vergelijk het met een natte plek in
    textiel; die laat waar het drogen het snelst gaat, een kring achter. Die kring wordt gevormd uit
    de stoffen, die zich in het water bevonden en die zich met het water naar de rand van de vlek
    verplaatst hadden. Precies zo concentreren de in het water aanwezige stoffen zich bij het
    drogen op de beide oppervlakken van de linnen doek.
    Die achtergebleven stoffen zijn vooral suikerachtige, zoals stijfsel, en restanten van het
    zeepkruid; de cellulose van de vezels is op haar plaats gebleven. Juist met die suikerachtige
    stoffen kunnen nu ammoniak en aminen uit het lijk reageren. Dat kan dus aan binnen- en
    buitenoppervlak gebeuren, maar niet binnenin het weefsel, waar deze suikerachtige stoffen
    niet meer zitten. Dit kan verklaren waarom alleen aan het oppervlak verkleuring wordt
    gevonden, maar niet binnenin.
    De kleur van dit broodje is een product van Maillardreacties.
    Maillardreacties treden op bij het bakken van brood, maar ook bij
    allerlei andere processen zoals het braden van vlees, het branden van
    koffiebonen en zelfs bij het brouwen van donker bier. Zij geven stoffen
    met bruine kleuren en allerlei geuren. (Stikstofverbindingen als
    aminozuren en suikerachtige stoffen zijn allebei in het deeg aanwezig
    en bij verhitting reageren ze met elkaar. Ook zuurstof uit de lucht doet
    mee; vandaar dat vooral de korst bruin wordt.)
    Net als bij deze bereidingen is bij de lijkwade de eerste reactie die tussen enerzijds
    suikerachtige stoffen, ook stijfsel, die zich alleen op de oppervlakken van de doek bevinden,
    en anderzijds gasvormige stikstofverbindingen, in dit geval aminen uit het lijk. Die komen
    met name uit de uitstekende delen van het lichaam, die de kortste afstand tot de lijkwade
    hebben of ermee in aanraking zijn. De eerste reactie is een koppelingsreactie, waarbij de
    aminen uit de damp worden gevangen door de suikerachtige vaste stoffen. Het product van
    die eerste reactie is vast en kan niet van plaats veranderen. Het heeft nog geen kleur. De
    volgreacties, dat kunnen er wel zes of acht na elkaar zijn, geven uiteindelijk de kleur. Er zijn
    honderden producten van Maillardreacties, elk met hun eigen geur en kleur.
    Om die reacties snel te laten verlopen wordt de temperatuur verhoogd. Brood wordt gebakken
    in een oven. Bij lage temperaturen verlopen de reacties ook, maar veel langzamer; het kan zijn
    dat de kleur pas jaren later zijn uiteindelijke intensiteit bereikt. Stel dat het bakken, het bruin
    worden, bij 165 °C een uur duurt.
    Dan is er een vuistregel die zegt, dat bij elke 10 ° lagere temperatuur een reactie tweemaal zo
    langzaam gaat. Dan zou bij 25 °C (dus 14 keer 10 ° lager) dezelfde bruining bereikt zijn na
    214 uren, dat zijn ruim 16000 uren ofwel twee jaar. Dus dat zou bij de lijkwade best kunnen.
    De afbeelding van de muntjes is hiermee nog niet verklaard. Misschien zat er zweet op.
    Na 36 tot 72 uren komen er vloeibare ontledingsproducten op het oppervlak van een lijk:
    aminen met namen als putrescine en cadaverine, die net zo goed met de suikerachtige stoffen
    kunnen reageren, maar die als vloeistof door de zwaartekracht verplaatst worden. Dat zou op
    heel andere plaatsen verkleuring geven en de afbeelding verstoren. Dat dat niet is gebeurd
    leidt tot de conclusie, dat het lijk na 36 tot 72 uren waarschijnlijk niet meer in de lijkwade lag.
    Reconstructie van de lotgevallen van de lijkwade
    Bij het spinnen is met het linnen wat katoen meegesponnen ter versteviging.
    Bij het weven is op de scheringdraden een stijfselpasta aangebracht voor de smering.
    De geweven doek is in warm water gewassen, waarbij het meeste stijfsel is uitgespoeld, en
    vervolgens geverfd met meekrap.
    Twee hoeken van de doek zijn asymmetrisch afgeknipt. Mogelijk was het een priesterkleed
    met blauwe koorden en kwasten vanaf de hoeken, dat onherkenbaar gemaakt moest
    worden.
    Bij de graflegging zijn er bloedvlekken op gekomen.
    In het graf is de afbeelding van het lichaam op de lijkwade ontstaan.
    Tijdens opslag zijn er watervlekken op gekomen.
    Door het hanteren en bij het tentoonstellen kwamen vuil en vet op de hoeken en randen.
    Er kwamen gaatjes in door brandende wierook of pek, die van een toorts viel. Deze 4 gaatjes
    in het patroon van een hoofdletter L komen 4 maal voor en moeten dus zijn ingebrand
    toen de lijkwade was opgevouwen.
    Bij de brand in 1532 ontstonden gaten door gesmolten metaal, schroeiplekken en kleine
    watervlekken.
    Nonnen stopten de gaten in 1534 en brachten een linnen achterkantbedekking aan.
    Bij verder hanteren en tentoonstellen kwam er meer vuil op.
    Op deze kaart staan de plaatsen,
    waar de lijkwade bewaard is,
    aangegeven:
    Jeruzalem, Edessa, Constantinopel,
    Lirey, Chambéry en Turijn.
    Routereconstructie
    De geschiedenis van de lijkwade moet ongeveer verlopen zijn volgens dit schema:
    33 Het verhaal gaat dat koning Abgar V van Edessa Jezus gevraagd had naar hem toe te
    komen om hem te genezen, maar dat zijn brief aankwam toen Jezus al gestorven en
    verrezen was. Een leerling, Taddeüs, zou daarop met de lijkwade naar Edessa zijn
    gegaan en de koning genas. Edessa is het tegenwoordige Urfa in Turkije, dicht bij de
    grens met Syrië.
    In 55 is de lijkwade verstopt wegens het aantreden van een christenvijandige troonopvolger in
    Edessa.
    In 525 werd de doek bij een overstroming in een stadspoort ontdekt in opgevouwen toestand,
    zodat alleen het gezicht te zien was.
    In 544 belegerde de Perzische kroonprins Edessa. Hij werd weerstaan dankzij de kracht van
    een doek met een afbeelding van Jezus. Dat moet de lijkwade zijn geweest.
    In 639 kwam Edessa onder mohammedaanse heerschappij.
    In 944 werd de doek naar Constantinopel gebracht, naar gezegd wordt in ruil voor 200
    mohammedaanse gevangenen.
    In 1204 tijdens de 4e kruistocht is hij geroofd door kruisvaarder Otto de la Roche.
    Rond 1350 kwam hij in Lirey in de openbaarheid door een achterachterkleindochter van Otto.
    In 1453 is hij verkocht aan de hertog van Savooie en verplaatst naar de hoofdstad Chambéry.
    In 1578 verhuisde de lijkwade naar Turijn.
    In 1983 is ze door de erfgenamen van Umberto II van Savooie, de laatste Italiaanse koning,
    overgedragen aan de Heilige Stoel.
    Let even op het jaartal 944, toen de doek met veel vertoon in processie Constantinopel werd
    binnengebracht.
    Want in 945 gaf de Byzantijnse keizer in Constantinopel een munt uit waarop Christus is
    afgebeeld. In tegenstelling tot op eerdere munten lijkt Christus hier sterk op de afbeelding op
    de lijkwade. Met name wat een haarlok lijkt te zijn midden op het voorhoofd is het bloedspoor
    in de vorm van een omgekeerde 3, uiteraard in spiegelbeeld. Het bloedspoor op de foto is wit,
    omdat het een negatief is.
    Betekenis van de lijkwade in onze tijd
    Wat kunnen we concluderen uit de onderzoekingen aan de lijkwade? De doek is eeuwenlang
    bewaard, maar er is dikwijls aan getwijfeld dat het de lijkwade van Jezus was. Kerkelijke
    hoogwaardigheidsbekleders hebben dit soms ronduit ontkend, zoals de bisschop van Troyes in
    1390 in een brief aan paus Clemens VII, de tegenpaus, die in Avignon zetelde. Zelfs werd
    beweerd dat de maker van de afbeelding bekend was. Vermoedelijk had een schilder op
    verzoek een kopie geschilderd en is zo dat verhaal in omloop gekomen. De paus ging er
    overigens niet op in en keurde de verering van de lijkwade uitdrukkelijk goed. Met de
    wetenschap van nu moeten we die paus gelijk geven, want geconcludeerd moet worden dat de
    lijkwade authentiek is. Door de ontwikkeling van de natuurwetenschappen kon pas in deze
    tijd de echtheid van de lijkwade worden bewezen.
    De uitkomsten van het onderzoek zijn een nieuw en sterk argument waarom het bestaan van
    Jezus als historische figuur niet ontkend kan worden. Juist nu het christendom in Europa het
    moeilijk heeft, brengt de lijkwade brutaalweg de gekruisigde Jezus voor het voetlicht. Het is
    of ze ons eraan wil herinneren dat Hij niet voor niets als martelaar is gestorven, en daarna
    verrezen. Hij is echt dood geweest. Onderzoekers hebben gevonden, dat lijkstijfheid is
    opgetreden. Zijn dood is niet alleen meer een kwestie van geloof, maar is althans in mijn ogen
    een wetenschappelijk bewezen feit. Van Jezus’ verrijzenis kun je dat niet zeggen, want
    hetzelfde effect zou bereikt zijn, als het lijk op Paasmorgen zou zijn verdonkeremaand. Maar
    wel is waarschijnlijk gemaakt, dat het lichaam zich 72 uur na de dood niet meer in de
    lijkwade bevond, want als dat wel het geval was geweest, zouden vloeibare aminen de
    afbeelding op de doek hebben verknoeid.
    De bijbelverhalen berusten dus op waarheid, afgezien van kleine verschillen tussen de vier
    evangelies.
    De confrontatie met de lijkwade laat zien hoe ontzettend Jezus geleden heeft. Het was
    werkelijk een zeer pijnlijke, afschuwelijke dood. Dat is heel precies beschreven door de
    bekende anesthesioloog Bob Smalhout. Het zien van het gehavende lichaam op de lijkwade
    kan iemand tot geloof brengen, net zoals Thomas pas geloofde bij het zien van Jezus’
    wonden. De lijkwade kan dienst doen als een voorwerp van verering en meditatie, dat geldt
    ook voor afbeeldingen van de lijkwade. Bij het opzetten van dit verhaal werd ik keer op keer
    getroffen door de opoffering, die eruit spreekt. Jezus heeft zich tot de dood opgeofferd voor
    mij en iedere andere mens. Hij bad om deze kelk aan Hem voorbij te laten gaan, want Hij wist
    wat Hem te wachten stond. Maar toch heeft Hij de gifbeker tot de bodem leeggedronken. Wat
    een liefde zit hierachter.
    Van veel heiligen worden botten en andere stoffelijke overblijfselen als relikwieën bewaard.
    Van Jezus kon dat niet, omdat hij met zijn lichaam uit onze drie dimensies is gestapt. Wel
    waren er attributen: het kruishout, opgespoord door keizerin Helena in 325, een speerpunt,
    spijkers, de zweetdoek.
    Ook de lijkwade kan als attribuut worden bijgeschreven, maar dat niet alleen: er zitten ook
    bloedresten op, echte stoffelijke overblijfselen van Jezus’ lichaam. Zelfs de bloedgroep ervan
    heeft men kunnen vaststellen: AB, een bloedgroep die onder Joden veel voorkomt. Hetzelfde
    bloed zit op de zweetdoek in Oviedo.
    In de koran: soera 4, vers 157 staat: Zij (t.w. de Joden) zeggen: “Wij hebben de Messias,
    Jezus, zoon van Maria, de boodschapper van Allah gedood”, – maar zij hebben hem niet
    gedood, en zij hebben hem niet gekruisigd, en verderop in hetzelfde vers staat nog een keer:
    zij hebben hem vast en zeker niet gedood.
    Op grond van dit vers beweren de mohammedanen, dat Jezus niet aan het kruis is gestorven
    en dat de christenen hun Schrift hebben vervalst. Nu is bewezen, dat Jezus wél aan het kruis
    gestorven is. Dus niet de bijbel is vervalst, maar de koran heeft al die eeuwen onwaarheid
    verkondigd. Christenen kunnen hier veel meer gebruik van maken door uit te dragen dat de
    bijbel waar is en de koran niet. Zij kunnen mohammedanen hiermee confronteren en Jezus
    blijde boodschap stellen tegenover Mohammeds boodschap van strijd, onderwerping en
    moord, gericht tegen andersdenkenden.
    De waarheid van de lijkwade en de onwaarheid van de koran zullen voor mohammedanen
    moeilijk te verteren zijn, want de koran vervloekt in soera 2, vers 85 al diegenen die een deel
    van de koran verwerpen.
    Ik denk dat niet toevallig in deze tijd de leugen van de koran aan het licht komt. De
    ontwikkeling van de natuurwetenschappen heeft deze conclusie mogelijk gemaakt, gebaseerd
    op de christelijke overtuiging, dat de wereld kenbaar is. De boodschap van de lijkwade kan
    gelezen worden als een afwijzing van de islam en een appèl aan mohammedanen om zich van
    de islam los te maken en zich tot Christus te keren. Het is te hopen, dat zij de valsheid van de
    islam gaan inzien en besluiten hem te verlaten. Tot slot nog een citaat van:
    Fr. Christopher P. Kelley, anglicaans priester en theoloog in Carlsbad, Californië: „De islam
    ontkent nog steeds de werkelijkheid van het kruis. Wetenschappers die zijn grootgebracht in
    de islam, staan versteld door de verifieerbare feiten die voortkomen uit de lijkwade. Zij zien
    de fouten van de koran.”
    Jezus ontmaskert Mohammed :
    „But Islam still denies the reality of the Cross. Scientists raised in Islam are stunned
    by the verifiable facts arising from the Shroud. They see the errors of the Qu’ran.”
    Herman F. Boon, scheikundige
    hfboon@telfort.nl

    1. Een fraaie samenvatting van de stand van zaken, Herman. Zelf geloof ik (ook ) dat het doek authentiek is. Voor Rome – die in deze over alle relevante wetenschappelijke expertise beschikt – geldt evenwel: is het 100% zeker? Voor Rome gaat het dus niet om waarschijnlijkheden, zelfs niet om ‘aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheden,’ maar om volstrekte zekerheden. Ben jij van mening dat er sprake is van 100% zekerheid?

      1. 100% zekerheid bestaat in de wetenschap niet. Aan het eind van de 19e eeuw dachten de natuurkundigen, dat in de mechanica niets nieuws meer te ontdekken viel, totdat Einstein kwam met zijn relativiteitstheorie en anderen met de quantummechanica. Die leidden toch nog tot uitbreidingen van de wetten van de mechanica. Heisenberg formuleerde zelfs het onzekerheidsprincipe, dat behelst dat volstrekte zekerheid niet mogelijk is. Daarom is het niet zinvol om te proberen de zekerheid van 99,9995% nog te verhogen. Er zal altijd een onzekerheid blijven, hoe gering ook.

      2. Als vroeger aan gelovigen, die de hoogste autoriteit voldoende vreesden, door ‘n kerkelijke autoriteit een spijker getoond werd, was dat al voldoende bewijs voor de historiciteit van Jezus. En dan het was dan ook meteen ‘n vanzelfsprekendheid dat hij de zoon van god was, die voor al onze zonden was gestorven om ons te redden.
        Nu komt U met Uw betoog met veel wetenschappelijke terminologie, maar in wezen is en blijft ‘t m.i. nog steeds niets meer dan dezelfde oude vertrouwde spijker, maar dan in een nieuw jasje (lijkwade-tje) Misschien kunt U een volgende uitdaging vinden om wetenschappelijk” aan te tonen hoe Jezus zijn lichaam in een cracker veranderen kan.
        U zegt: “er zal altijd ‘n percentage onzekerheid blijven”, d.w.z. in wetenschap moet wat bewezen is altijd openstaan voor tegenbewijzen, m.a.w. je moet nederig blijven. In religie is dat niet zo. Uit frustratie over de tanende macht van de kerk, heeft in het midden van de 19de eeuw, de toenmalige Paus zichzelf, zonder bewijs en slechts beroep doende op zijn nog aanwezige gezag, onfeilbaar verklaard, in een wanhopige poging om zijn absolute macht weer terug te krijgen. Nederigheid wordt vaak als een belangrijk kenmerk gezien van het christendom. Uit bovengenoemd voorbeeld blijkt dat er ook zoiets bestaat als arrogante nederigheid. God heeft het universum geschapen met ons, de “Kroon der Schepping”, als einddoel, dat is geen nederige gedachte. De wetenschap moest de clerus ook wijzen op het feit dat de aarde om de zon draait en dat het niet andersom is zoals de kerk dat graag voor ogen had. Het idee (zonder bewijs) dat de zon om de aarde draaide stemde zo prettig overeen met de gedachte dat alles in het universum draaide om de mens en daarmee werd dan meer specifiek alleen dat deel van de mensheid mee bedoeld die de “nederige” gelovigen van het “ware” geloof waren, want die woonden toevallig op de aarde.
        Als je wetenschap en (met theïstische) religie wil verenigen kom je m.i. onherroepelijk in conflict.
        Kunt U ook iets zinnigs zeggen over de waterdichte “bewijzen” voor de heiligverklaring van Moeder Theresa?

    2. Beste Herman Boon,
      Ik dank u voor uw bijdrage, die van onschatbare waarde is tot het bijdragen aan de waarheid. U hebt werkelijk geen inspanning gespaard om de enorme liefde van Jezus Christus Onze Heer, t.o.v. iedere mens op aarde, naar voor te brengen, door uw wetenschappelijke bijdrage, van het onderzoek van de Lijkwade van Turijn.
      Het is op deze manier dat de wetenschap, één van onze talenten, ten dienste moet staan voor de waarheid in Jezus Christus en om Hem tot ieder mens te brengen, waardoor hun heil in zicht is.
      Moge Jezus Christus u overvloedig zegenen.
      Laus tibi Christe +
      Ave Maria +

    3. Ik las met interesse je bijdrage omtrent de lijkwade van Turijn.
      Je vermeldt dat je de lezing met afbeeldingen in pdf-bestand desgewenst opstuurt.
      Graag zou ik jouw lezing met afbeeldingen ontvangen.
      En tegelijk vraag ik ook of ik hiervan mag gebruik maken in de les.
      Hartelijk dank bij voorbaat.
      olvtdheist leraar godsdienst 6de jaar

  12. – Dat Jezus echt geleefd heeft en gestorven, daar zijn de historici al lang van overtuigd. Er zijn genoeg historische bronnen buiten het christendom die gewag maken van het bestaan van Jezus.
    – Een belangrijk punt van ons geloof is dat Jezus geleden heeft en gestorven is voor ons, om onze zonden te vergeven. Dat de lijkwade van Turijn de lijkwade van Jezus is, is zeker geen punt van geloof. Deze lijkwade kan ons wel aanzetten tot meditatie over het intense lijden van Jezus. Het is een waardevol voorwerp dat zeker respect en degelijk onderzoek verdient, maar ik denk dat het einde van het onderzoek nog niet in zicht is, en dat het altijd onderwerp van speculaties zal zijn. Er zal wel nooit 100% zekerheid komen (tenzij Jezus of Maria ons iets zouden laten weten.)
    – Als men werkelijk met wetenschappelijke strengheid zou kunnen bewijzen dat Jezus geleefd heeft, geleden heeft en verrezen is, dan zouden we er niet meer kunnen in geloven. Dat is ook niet wat het moet zijn … Geloven in Jezus’ verrijzenis is een essentieel geloofspunt voor een christen.

    1. Correct. Daarom zal Rome inzake de Lijkwade nooit tot verdergaande uitspraken komen dat ze nu doet.

    2. Daar gaan we weer met de negatieve commentaar van Stinus.
      Citaat Stinus: “Er zal wel nooit 100% zekerheid komen (tenzij Jezus of Maria ons iets zouden laten weten.)”
      Modenistische logetaal.
      Jezus of Maria zal u ook niet komen vertellen dat de schepping zoals beschreven in de H. Schrift een geloofswaarheid is en aldus een Dogma, dat u weerlegt. Kom dan hier weer niet de les leren aan anderen en leer eerst de Dogma’s van de Katholieke Kerk.
      Eerst komt men aandraven met de twijfel over de echtheid van de Lijkwade en gaat het weer de andere toer op met “geen geloofspunt”.
      Treurige reactie.

  13. … Het is voor een gelovige beter van zich volop te richten op Jezus, dan bezig te zijn met de lijkwade die misschien wel aan Jezus toebehoord heeft.
    … Die lijkwade kan ons niet redden, Jezus wel.

    1. Als u door Jezus wilt gered worden, beste Stinus, dan moet u de ganse geloofsleer aannemen en de waarheid, die Jezus is, verdedigen, en niet alles in twijfel trekken, zoals u dat gewoonlijk doet.
      Ook alle dogma’s aanvaarden, waaronder het dogma van de geopenbaarde waarheid van de H. Schrift, en waarin wij gehouden zijn de schepping te kennen en te belijden zoals die erin staat vermeld, incluis de schepping (herhaling van de opmerking, maar zonder antwoord).
      Vermijdt maar de onderwerpen zoals de drie puntjes broeders dat altijd doen.
      Niemand hier heeft ooit beweerd dat de lijkwade van Jezus redt, maar het brengt ons naar Diegene die zijn Heilig Lichaam erop aanwezig was en ons verlost heeft, Jezus Christus.
      Als u zo weinig eerbied hebt voor deze lijkwade van Jezus Christus, hoe is het dan mogelijk dat u de les wilt lezen aan anderen in verband met het geloof dat niets is zonder de liefde tot Jezus Christus????
      De lijkwade van Jezus heeft vele mirakels en bekeringen teweeg gebracht in de loop van de tijden, die van goddelijke oorsprong zijn. Maar ja voor u is dat geen geloofspunt. Het is zelfs nog niet een “dank u wel ” aan de Verlosser. U doet er alles aan om negatief te reageren, en de waarheid geweld aan te doen, wat u, zoals goede moedige Katholieken doen, wel zou moeten doen.
      U schrijft: “… Het is voor een gelovige beter van zich volop te richten op Jezus, dan bezig te zijn met de lijkwade die misschien wel aan Jezus toebehoord heeft.”
      Iemand die zich bezig houdt met de lijkwade is dan iemand die zich niet volop op Jezus richt?????????
      Ofwel is het zo dat u in opdracht alles hier komt afbreken, ofwel dat u een probleem hebt.
      Welke van deze zal het zijn????
      Laus tibi Christi +
      Ave Maria +

      1. Als er hier één een probleem heeft, ben jij het wel hoor…
        Als ik jouw tirades hier telkens lees op mensen die het écht goed voorhebben met het katholieke geloof…

        “Gij zult eeuwig betweter zijn en alles uit zijn context rukken” schijnen wel jouw twee voornaamst geboden zijn. Tjonge man, reageer toch eens een keer normaal.

  14. Beste Herman,

    Dank voor het uitvoerig verslag. In het jaar 2000 heb ik zelf de lijkwade gezien. Het was een onverwachte, ongeloofelijke ervaring. Wie dit eenmaal onder ogen heeft gezien, weet het, dit is het. Na 18 jaar voel ik het nog steeds aanwezig.
    Ongelovigen zullen niets kunnen zien. Zij zien immers nooit iets. Het is spijtig dat vele ongelovigen de spot drijven met de sidone, zonder het ooit gezien te hebben, en de leugens geloven(?) die foutief in de media gestrooid worden.

    Het is in ieder geval het boeiendste relict en afbeelding, niet door mensen gemaakt.
    Wie er de kans kans toe krijgt om het te zien, twijfel niet.
    Luc DB

    Geen ander kunstwerk heeft ooit meer indruk gemaakt
    Dat de wetenschapelijke wereld dit liever

    1. ☩JMJ☩

      Het is een grote gratie van Hemelswege geweest dat u de Lijkwade heeft mogen aanschouwen met uw eigen ogen. God laat sommige mirakelen op een blijvende wijze bestaan om de hoogmoed van moderne wetenschappers te beschamen. De heilige beeltenis van Onze Lieve Vrouw op het kledingstuk van St. Juan Diego in Guadalupe is eveneens zo een mirakel. Er zijn echter mensen die tot in het meest absurde toe de feiten in twijfel blijven trekken.

      Dat zelfs verharde atheïsten verbijsterd staan tegenover de Lijkwade is overduidelijk aan hun zenuwachtig gebrabbel wanneer het onderwerp ter sprake komt. Ze weten dat er geen natuurlijke verklaring voor bestaat, en wringen zich in bochten om dat te blijven ontkennen.

  15. Hallo Peter,

    – Je moet in alle omstandigheden je voetjes op de grond houden. Misschien sta je te kijken op een vervalsing, of op de lijkwade van iemand die niet Jezus was. Het verhaal van Herman B. is verdienstelijk, maar vertoont nogal wat zwakke plekken. En dat is heel normaal : wij moeten niet de pretentie hebben het verleden met zekerheid te kunnen reconstrueren. Daarom doet de katholieke Kerk er heel verstandig aan niet te claimen dat de lijkwade van Turijn die van Jezus is. Wie het beter denkt te weten kan best een toontje lager zingen.
    – Het is helemaal on-katholiek het als geloofspunt te proclameren dat de lijkwade van Turijn de lijkwade van Jezus zou zijn. Zoiets betreft aan geen kanten de essentie van het katholieke geloof.
    – Je schrijft dat ik heel weinig eerbied voor de lijkwade zou hebben. Dat is helemaal onjuist. Dit voorwerp verdient alle eerbied, en het kan mensen aansporen tot geloof, zoals bij Luc DB (Stekene). Maar daarom is het nog niet de originele lijkwade van Jezus. Soms kunnen onverwachte voorvallen of het onnozelste beeldje je tot geloof brengen.

    Vriendelijke groet, AGSt.

    1. Beste Stinus,

      Wat een geluk dat u met beide voetjes op de grond staat, zoals een standbeeld, misschien.
      U hebt het volste recht om te twijfelen, aan wat dan ook.
      Maar bent U wel eerlijk. Hou de twijfel voor Uzelf, en lult er niet over.
      U hebt geen enkel argument aangebracht, dan uw eigen twijfels te aanzien als een wetenschappelijk feit.
      U bent geen getuige, want U hebt het doek ook niet gezien. Ik stel voor, dat U eerst zelf gaat zien, voordat U de discussie opneemt. Zoals Thomas, die geloofde ook niet voor hij kon zien.
      Want als dit in een rechtbank zou voorkomen, bent U nu als getuige die niets gezien heeft waardeloos.

      Mijn geloof heb ik niet van een onnozel beeldje gekregen, maar van mijn vader en mijn moeder, zachtjes geleerd. Ik neem het je kwalijk zoiets te beweren over mij zonder dat U mij kent.

      ga in vrede, Luc DB

  16. Beste Stekene,

    … Het is niet mijn gewoonte te “lullen”, zoals u dat noemt.
    … De bewijslast is hier aan de mensen die beweren dat de lijkwade toebehoord heeft aan Jezus. Niet aan de mensen die vaststellen dat dit een interessante doek is, die grondige studie verdient.
    … Je weet het of je weet het niet, maar in de middeleeuwen waren er talloze “fabriekjes” van relikwieën. Dat bracht namelijk geld op aan de kerk waar die relikwie vereerd werd. Er zijn zodanig veel stukjes van het “originele kruis” van Jezus dat je daar rustig een aantal vrachtwagens mee kunt volladen. Nep, dus. Een tijdsdatering van de lijkwade duidt ook op de middeleeuwen als datum van oorsprong. Wel werd die datering later aangevochten. Zo blijft men bezig …
    … De lijkwade van Turijn is een interessant object, dat je doet nadenken over het lijden en de dood van Jezus. Maar sluit je aan bij de mening van de officiële Kerk : het is niet bewezen dat het de lijkwade van Jezus is.

    Met vriendelijke groet, Au. Gu. Stinus.

Comments are closed.