Over de consecratiewoorden

De consecratie is het meest wezenlijke deel van de H. Mis. Daar spreekt de priester de instellingswoorden uit over de pateen met de hosties en de kelk met de miswijn, zodat deze, door Gods kracht via de Heilige Wijding van de priester, veranderen in het H. Lichaam en H. Bloed van Onze Heer Jezus Christus: dit is de transsubstantiatie. Op dat moment wordt het offer van Golgotha tegenwoordig gesteld (niet herhaald) – vandaar wordt het H. Misoffer ‘Onbloedig Offer’ genoemd. Jezus’ Offer is een tijdloos offer, en de H. Mis zal blijven bestaan totdat Hij wederkomt in heerlijkheid om de wereld te oordelen. De geldigheid van de consecratie ligt in het uitspreken van de juiste consecratiewoorden.

Wat staat er in het Evangelie?

Markus 14,22-25: Tijdens de maaltijd nam Hij een brood, sprak de zegenbede uit, brak het brood, gaf het hun en zei: ‘Neem het, dit is mijn lichaam.’ Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die beker; ze dronken er allen uit. En Hij zei hun: ‘Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten. Ik verzeker jullie, Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot de dag waarop Ik de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van God.

 

Matteüs 26,26-29: Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: “Neemt, eet; dit is mijn Lichaam.Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe met de woorden: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Maar Ik zeg u: van nu af zal Ik niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op de dag waarop Ik met u, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van mijn Vader.”

 

Lucas: 22,19-20: Daarop nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en gaf het hun met de woorden: ‘Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot een gedachtenis aan Mij.Evenzo gaf Hij de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak: ‘Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed, dat voor u wordt vergoten.”

In de Tridentijnse Latijnse Mis (de gestandaardiseerde H. Mis volgens Paus Pius V in 1570 – na het Concilie van Trente (vandaar: Tridentijns)) luiden de consecratiewoorden aldus:

Accípite et manducáte ex hoc omnes, HOC EST ENIM CORPUS MEUM. – Neemt en eet allen hiervan, WANT DIT IS MIJN LICHAAM.

 

Accípite et bíbite ex eo omnes, HIC EST ENIM CALIX SÁNGUINIS MEI? NOVI ET AETÉRNI TESTAMENTI: MYSTÉRIUM FÍDEI: QUI PRO VOBIS ET PRO MULTUS EFFENDÉTUR IN REMISSIÓNEM PECCATÓRUM. Haec quotiescúmque fecéritis, in mei memóriam faciétis- Neemt en drinkt allen hieruit, WANT DIT IS DE KELK VAN MIJN BLOED, VAN HET NIEUWE EN EEUWIGE VERBOND: HET GEHEIM DES GELOOFS: DAT VOOR U EN VOOR VELEN ZAL VERGOTEN WORDEN TOT VERGEVING DER ZONDEN. Zo dikwijls gij dit zult doen, zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Deze consecratiewoorden werden – mits kleine aanpassingen – gebruikt vanaf het begin van de Kerk. Dat deze consecratiewoorden geldig zijn, werd bewezen door talloze Eucharistische mirakels doorheen de eeuwen.

Een video over wat er eigenlijk gebeurt tijdens de consecratie:

In 1969 vaardigde Paus Paulus VI de constitutie Missale Romanum uit, met een nieuwe Mis. De misvatting bestaat dat deze Mis automatisch in de volkstaal en met het gezicht naar het volk moest gecelebreerd worden. Dat staat nergens in de constitutie. Deze Mis kan perfect ook in het Latijn en met het gezicht naar het tabernakel (rug naar het volk) gecelebreerd worden (zoals in het Oude Klooster Maleizen gebeurt), zoals een Tridentijnse Mis. Maar deze gebruiken werden toegestaan en zijn zo “ingeburgerd” geraakt. Zo ook de wijze van Communie ontvangen. Nergens staat in de constitutie dat tongcommunie en communiebank ineens zou afgeschaft zijn. De handcommunie is er maar gekomen door ongehoorzaamheid van bepaalde bisschoppen aan de Paus, waarna deze een dispensatie verleende die nooit mocht verleend worden.

Nadat Paulus VI zijn Nieuwe Mis had bekend gemaakt, werd uiteraard ook een Nederlandse vertaling voorzien. Deze vertaling is in de meeste kerken en bij de meeste diocesane priesters nog steeds in gebruike.

De consecratiewoorden in de Nieuwe Mis mochten volgens Paulus VI niet afwijken van deze in de Tridentijnse Ritus, en luiden aldus:

Accipite et manducate ex hoc omnes: Hoc est enim Corpus Meum, quod pro vobis tradetur – Neemt en eet hier allen van want dit is Mijn Lichaam, dat voor U gegeven wordt.

 

Accipite et bibite ex eo omnes: hic est enim calix Sanguinis Mei novi et aeterni Testamenti, qui pro vobis et pro multis effundetur in remissionem peccatorum. Hoc facite in Meam commemorationem- Neem deze beker en drink daar allen uit, want dit is Mijn Bloed van het nieuwe en altijddurende Verbond, dat voor U en voor velen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om mij te gedenken.

Dat ook deze consecratiewoorden geldig zijn, blijkt opnieuw uit de talrijke Eucharistische mirakelen die plaatsvonden onder de Nieuwe Mis, waaronder een recent mirakel in Mexico en twee zeer recente mirakelen in Polen.

Maar de officiële Nederlandse vertaling, die in de Missalen gebruikt wordt, luidt echter aldus:

‘Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven is;

 

Neemt en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende Verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en voor allen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken.’

De consecratiewoorden over het brood (de hostie) zijn onveranderd, maar de consecratiewoorden over de wijn zijn anders. De volgorde van de woorden is omgekeerd en het woord ‘velen’ is veranderd in ‘allen’. Dit is eigenlijk problematisch. Vele kerkprovincies hebben kennelijk het woord ‘velen’ in ‘allen’ veranderd.

Vandaar dat Kardinaal Arinze in 2006, als Prefect van de Congregatie van de Goddelijke Eredienst, een brief schreef naar alle bisschoppenconferenties over heel de wereld, waarin hij allen aanmaande om het woord ‘velen’ te gebruiken:

“De bisschoppenconferenties van de landen waar heden de woorden ‘voor allen’ of een gelijkaardige term, in gebruik zijn, worden verzocht om de gelovigen in de volgende één à twee jaar met de nodige catechese over dit onderwerp te voorzien, om de introductie van een accurate vertaling van de zin ‘pro multis’ voor te bereiden in de plaatselijke talen – dus: ‘voor velen’. Dat zal het geval zijn voor de volgende vertalingen van het Romeins Missaal, die zal worden gebruikt in verschillende landen, door de bisschoppen en de H. Stoel.”

Ook Kardinaal Sarah, de huidige Prefect van de Congregatie van de Goddelijke Eredienst, zei in 2017 nog dat het altijd “pro multis” (voor velen) en nooit “pro omnibus” (voor allen) is geweest. Enkele bisschoppenconferenties hebben reeds de verbetering geïntroduceerd, maar lang niet allemaal.

In de Nederlandse kerkprovincie (Nederland en België) werd in 2013 een nieuw en verbeterd Missaal voor priesters uitgegeven, maar in verkleinde vorm (om makkelijk mee te nemen op bedevaart enz.). Het heet: “Klein Missaal voor de Neder­landse Kerk­pro­vin­cie” en is verkrijgbaar bij de Nederlandse Nationale Raad voor Liturgie. In dit Missaal zijn de consecratiewoorden terug zoals ze zouden moeten zijn.

Op de website van het Bisdom Haarlem-Amsterdam staat:

“Dit li­tur­gisch boek bevat naast de nieuwe vertaling van de orde van dienst voor de mis ook de nieuwe vertaling van de eerste vier eucha­ris­tische gebe­den en van de consecratiewoor­den.”

In een nieuwsbericht op rkdocumenten.nl naar aanleiding van de herziening van het Missaal staat het volgende:

Aanleiding voor de herziening is een aantal problematische vertalingen, onder meer van de consecratiewoorden.

Die werd actueel door de publicatie van de vorige week verschenen biografie van Huub Oosterhuis. Daaruit blijkt dat deze in de vertaling van het eucharistisch gebed bewust de volgorde van de consecratiewoorden heeft gewijzigd. Oosterhuis had in 1966 van de bisschoppen de opdracht gekregen de Latijnse canon te vertalen, die tot dan toe alleen in het Latijn was toegestaan.

De huidige, destijds door Oosterhuis gemaakte vertaling luidt: “Want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond, dit is Mijn bloed…” Maar de letterlijke vertaling van de zin “Hic est enim calix sanguinis mei, novi et aeterni testamenti…” luidt: “Want dit is de beker van Mijn bloed, van het nieuwe en eeuwige Verbond…”

Oosterhuis, die blijkens de biografie toen al afstand begon te nemen van de leer van de Eucharistie, vond het ‘Bijbelser’ om de nadruk op het ‘verbond’ te leggen en minder op het ‘bloed’.

Omdat hij dit punt “absoluut niet onderhandelbaar” vond, zou kardinaal Alfrink (1900-1987) na een langdurig gesprek met bisschop Bluyssen (1926-2013) akkoord zijn gegaan. Daarbij werd de eis van Rome dat de “vertaling van de instellingswoorden een getrouwe weergave moest zijn van die van de Romeinse canon”, zoals mgr. Bluyssen in Gebroken Wit (1995, p. 264) schrijft, terzijde geschoven.

Oosterhuis werd in 1969, vijf jaar na zijn priesterwijding, door de Generaal-Overste verwijderd uit de Orde van de Jezuïeten en werd datzelfde jaar door het bisdom Haarlem als priester geschorst. Oosterhuis is twee keer burgerlijk gehuwd en heeft twee kinderen. En Oosterhuis is een loochenaar van de H. Eucharistie. In een artikel van 6 juli 2006 op Trouw, waarin bisschop Wiertz van Roermond werd geïnterviewd staat het volgende:

Maar één uitspraak van Huub Oosterhuis is voor de bisschop allesbepalend. Die blijft hij herhalen en herhalen, omdat die hem „het meest verdriet heeft gedaan”.

Oosterhuis zei het in een interview in Volzin, verschenen toen hij in 2002 een eredoctoraat ontving aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, vanwege zijn bijdrage aan de oecumenische liedcultuur en de liturgievernieuwing.

„Waarvoor ik het liefst erkenning zou krijgen”, zei Oosterhuis destijds, „is wat ik ’het demasqué van de transsubstantiatie’ noem: de ontmaskering van de roomse overtuiging dat Christus werkelijk aanwezig is in het brood en in de wijn. In die opvatting is de eucharistie volstrekt onschadelijk gemaakt, de truc der trucs geworden, zonder enige politieke relevantie. Daaraan heb ik iets gedaan. Want niet het brood is het lichaam van Christus, wij, de gemeente, zijn dat. Die straalt zijn kracht uit in de wereld.”

Bisschop Wiertz vindt dat Oosterhuis hiermee de kern van het katholieke geloof bestrijdt. „De vorige paus heeft nog geschreven dat de kerk leeft vanuit de eucharistie. Als je vindt dat daar een demasqué op z’n plaats is, dan begeef je je werkelijk heel ver af van het katholiek zijn.”

Willen we nog langer de verdraaide vertaling gebruiken van een ongelovige, uitgetreden priester?

Ik wil dan ook van harte de diocesane priesters (die dit artikel lezen) aanbevelen om het vernieuwde Missaal te bestellen en te gebruiken, of ten minste de correcte consecratiewoorden te gebruiken (kan men makkelijk ‘overplakken’ in een Missaal).

Dus:

Neemt en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van Mijn Bloed van het Nieuw en eeuwig Verbond, dat voor u en voor velen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijf dit doen om mij te gedenken.

“Het zou makkelijker zijn voor de wereld om te overleven zonder de zon dan zonder de H. Mis.” ~H. Pater Pio

 

 Origineel gepubliceerd op Crux Ave Spes Unica

Author: Dekee Michaël

Michaël Dekee schrijft op verschillende websites over geloof en wetenschap. Hij is tevens auteur van diverse boeken, waaronder "Zie het Lam Gods" en "De evolutietheorie ontkracht." Cruxavespesunica.org   Evolutietheorie-ontkracht.com Eerherstelheiligsacrament.org

5 thoughts on “Over de consecratiewoorden

  1. Ach, het zijn woorden, formules: richtingwijzers en geen doel op zichzelf! Heeft Jezus de Instellingswoorden overigens uitgesproken in het Latijn, het Grieks of het Aramees? Welke van die drie staat helemaal niet vast! Het zijn bovendien overblijfselen uit een orale verteltraditie. En als je iets maar vaak genoeg doorvertelt, dan verandert er altijd iets, en is op enig moment niet meer te achterhalen wat en hoe iets precies gezegd is. (U kent vast dat spelletje voor mensen in een kring bijeen. Fluister iemand een boodschap in zijn/haar oor en laat dat fluisterend de kring rond doorvertellen. Terug aan het beginpunt zal men versteld staan over hoe de boodschap veranderd is.) Wat van Jezus boodschap overgebleven is, is en blijft dus mensenwerk: een poging ‘slechts’ om de vermeende boodschap naar eer en geweten zo getrouw mogelijk te benaderen en te communiceren. De hele Schrift is voorts ook theo-logica ofwel theologische interpretatie door mensen die verhalen van hun verhouding tot God en het Goddelijke. Een weergave van wat mensen meenden te hebben verstaan / begrepen met hun beperkte ontwikkeling, al of niet bevangen geest en tegen de achtergrond van hun tijd en cultuur. En dat alles jaren na dato, en beslist geen letterlijk verslag; steno en of een bandrecorder kende men destijds nog niet.

    In de liturgie moet het dan ook niet gaan om de letter, maar om een mentale houding. Centraal moet dus staan: de Geest des Heren die men weer moeten opwekken en present stellen: de Geest van Liefde waarmee de individuele gelovige zich weer innig wil verbinden. Voor wat dan gezegd wordt, mogen we natuurlijk ook kijken naar de rest van de Schrift. Daarin is duidelijk te onderkennen dat Christus niet slechts geleden heeft, gestorven, begraven en opgestaan is voor een happy few, maar voor alle mensen die in Hem geloven, al is het maar voor een seconde. Om dan voor de vertaling van genoemde Instellingswoorden toch vast te willen houden aan de letterlijke vertaling van de Latijnse tekstvariant, is een beetje kleinzielig, om niet te zeggen machtspolitiek die in wezen de Geest van Liefde doodt. Christus is de Verlosser voor ALLE mensen die voor Hem openstaan, in Hem geloven, op Hem hopen en zich onvoorwaardelijk aan Hem en zijn Woord overgeven, soms even. Het is niet aan ons stervelingen om de grootsheid daarvan al op voorhand kleiner of groter te maken dan het is: een wonder van grote en effectieve geestelijke en psychologische wijsheid!

    N.B. Als een priester in de Sint Pieter te Rome de H. Mis met het gezicht naar het tabernakel leest, staat hij helaas ad Occidentem: gericht naar het westen. (Kijk maar na via Google maps.) Als hij de Mis buiten op het Pietersplein leest, zoals bij feestdagen tegenwoordig gebruikelijk, dan staat die priester met zijn rug naar het tabernakel, maar met zijn gezicht richting het oosten. Wat is dus het belangrijkst: de gerichtheid op het tabernakel of de gebeds- en offerrichting ongeacht de plaats van het tabernakel? Mij dunkt dat laatste.
    De standaard oriëntatie van een rk kerkgebouw was en is dus terecht gericht op het oosten, waar de zon opkomt. De Tridentijnse H.Mis behoorde ook opgedragen te worden richting opgaande zon: het symbool vanouds voor de komende Messias.

  2. Beste Basilius. Wat betreft de zogenaamd gebrekkige orale verteltraditie, zou u het boek “The Case For Jesus”, van Brant Pitre moeten lezen. Deze Amerikaanse prof maakt vakkundig brandhout van het zo vaak aangehaalde telefoonspelletje en dateert de Evangeliën vóór het jaar 70, geschreven door of aan de hand van ooggetuigen.

  3. Belangrijk is dat de priester voor de instellingswoorden een door de Kerk goedgekeurde formule gebruikt, die vanzelfsprekend moet aanleunen bij de Evangelies.
    Ooit woonden wij in De Panne (West Vlaanderen) een Misviering bij waar de priester “zelfgemaakte” instellingswoorden gebruikte. Gewoon schandalig. Weet zijn bisschop dat niet, of durft die niet ingrijpen ? Of trekt die priester zich daar allemaal niets van aan ?

  4. Belangrijk is dat de priester voor de instellingswoorden een door de Kerk goedgekeurde formule gebruikt, die vanzelfsprekend moet aanleunen bij de Evangelies.
    Ooit woonden wij in De Panne (West Vlaanderen) een Misviering bij waar de priester “zelfgemaakte” instellingswoorden gebruikte. Gewoon schandalig. Weet zijn bisschop dat niet, of durft die niet ingrijpen ? Of trekt die priester zich daar allemaal niets van aan ?

  5. Beste,

    Onderaan het artikel staat: “deze consecratiewoorden werden -mits kleine aanpassingen-
    gebruikt vanaf het begin van de Kerk”.

    Blijkbaar zouden er gedurende de eerste eeuwen de instellingswoorden niet gebruikt zijn in
    het Eucharistisch gebed, maar waren ze aanwezig in de inwendige structuur ervan.
    Zie bijvoorbeeld naar de “Anaphora of Adai and Mari”.

    Beste groeten,
    Peter Roelants

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.