Schriftuitleg van zondag 23 februari 2020

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten:

Eerste lezing Leviticus 19, 1-2.17-18
De Heer sprak tot Mozes: ‘Zeg tot heel de gemeenschap van de Israëlieten: Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig. Wees niet haatdragend tegen uw broeder. Wijs elkaar terecht: dan maakt ge u niet schuldig aan de zonde van een ander. Neem geen wraak op een volksgenoot en koester geen wrok tegen hem. Bemin uw naaste als uzelf. Ik ben de Heer’.

Tweede lezing 1 Korintiërs 3, 16-23
Broeders en zusters, weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij. Laat niemand zichzelf iets wijs maken. Als iemand onder u wijs meent te zijn – wijs namelijk volgens de normen van deze tijd die voorbijgaat – dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid te leren. De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Er staat immers geschreven: ‘Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid’, en elders: ‘De Heer kent de gedachten van de wijzen. Hij weet hoe waardeloos ze zijn’. Laat daarom niemand zijn heil zoeken bij mensen. Want alles is het uwe, of het nu Paulus is of Apollos of Kefas, wereld, leven of dood, heden of toekomst, alles is van u, maar gij zijt van Christus en Christus is van God.

Evangelielezing Mattheüs 5, 38-48
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Oog om oog, tand om tand. Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht, maar als ie¬mand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de an¬dere toe. Als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed. Als iemand u vordert één mijl met hem te gaan, ga er twee met hem. Geeft aan wie u vraagt, en wendt u niet af als ie¬mand van u lenen wil. Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar Ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de he¬mel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goe¬den en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen de tollenaars niet hetzelf¬de? En als gij alleen uw broeders groet, wat voor buitenge¬woons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is’.

Uitleg:

Het thema van deze zondag is: ‘Op weg om heilig te worden’. Wie leeft volgens de Geboden van God is op weg om heilig te worden. Niet om een plekje te krijgen op de heiligen
kalender, maar om heilig te worden in Gods ogen, dus zo volmaakt als dat onze Vader in de hemel volmaakt is. Want heilig zijn in Gods ogen is heel iets anders dan heilig zijn in de ogen van mensen. In de Middeleeuwen heeft God eens een zieneres laten weten dat vele mensen, die door de Kerk heilig waren verklaard, in Zijn ogen nog lang niet heilig waren. En alleen die mensen, die in de ogen van God heilig zijn, die zijn dat ook echt. Het is Gods doel om ons mensen op te voeden tot heiligen in Zijn ogen, want daartoe heeft Hij ons een lichaam gegeven en ons op Aarde geplaatst. Maar wij moeten wel geheel uit eigen vrije wil heilig worden, doordat wij God gehoorzamen, in ons zelf ware deemoed ontwikkelen en echte liefde voor God en de naasten hebben. Want deemoed en liefde zijn twee zijden van dezelfde medaille; zij kunnen niet zonder elkaar. Dat is het beste te zien aan de grenzeloze deemoed van God Zef. Hij immers is Liefde en heeft alles heeft geschapen wat maar bestaat, staat ons mensen toe om Zijn kinderen te worden. Ja, Hij heeft Zichzelf zo vernederd dat Hij zelfs Mens is geworden in Jezus van Nazareth, Jezus Christus. En, alsof dat nog niet genoeg is, heeft Jezus Christus, dus God, omwille van de vrije wil van ons mensen, Zich Zelf aan een kruis laten slaan, alsof Hij een misdadiger was. Hij werd dan ook aan het kruis gehangen tussen twee misdadigers in. Zo deemoedig is onze Schepper en God! Om op Hem te lijken – wat al Zijn ware kinderen doen – is ook van ons mensen geëist, voor het bereiken van het kindschap van God, om even deemoedig en liefdevol te worden. Dit is de enige Weg naar het ware kindschap van God! Hoogmoed, heerszucht en hebzucht leiden allemaal naar de hel. Zij kennen namelijk alleen eigenliefde, maar geen liefde voor een ander, laat staan liefde voor God. Want als zij hun medemensen, hun naasten, niet oprecht lief kunnen hebben, zonder egoïstische bijbedoelingen, die zij zien en altijd om zich heen hebben, hoe kunnen zij dan God lief hebben, die zij niet zien? Maar, om anderen mensen in daden lief te hebben, zal de eigen ego, de eigen ik, heel vaak een stapje terug moeten doen om ruimte te maken voor een naaste. En dat is deemoed, dat is de moed om te dienen in plaats van de overheersen. Daarom kan oprechte liefde voor een ander nooit zonder een zekere deemoed, zonder zichzelf weg te cijferen voor die ander. Dat geldt voor kinderen tegenover hun ouders, die zij moeten gehoorzamen, maar ook voor ouders tegenover hun kinderen. Gehoorzaamheid uit angst is echter een gehoorzaamheid die in de hel thuis hoort, maar niet in de hemel. Nee, als kinderen zal er gehoorzaamd dienen te worden uit liefde voor hen die hem alles geeft, wat hij nodig heeft en net zolang als dat hij niet oud genoeg is om voor zichzelf te kunnen zorgen. Waar hem staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. In ruil daarvoor wordt vrijheid ingeleverd, want er wordt gehoorzaamheid geëist en wanneer die niet wordt gegeven, dan zal hij gestraft worden voor wat hij verkeerd heeft gedaan. Kortom, zolang hij niet volwassen is, is hij het eigendom van zijn ouders en zij verwachten van hem ongeveer hetzelfde als dat zij, bijvoorbeeld van hun hond verwachten; gehoorzaamheid, niet weglopen, komen als hij geroepen wordt en hun bevelen opvolgen. Ouders hebben de natuurlijke neiging om van hun eigen kinderen te houden, deze lief te hebben – soms zelfs teveel – maar zij zijn niet zijn vrienden; zij zijn de mensen die voor hem verantwoordelijk zijn en hem moeten opvoeden. Zijn vrienden hebben deze taken niet! Ook Kaïn vroeg zich af, nadat hij zijn broer Abel had vermoord, of hij soms zijn broeders hoeder was. En God strafte hem niet omdat hij niet de hoeder van zijn broer wilde zijn, maar vanwege de misdaad van het vermoorden van zijn broer, dus van een ander mens. Als uit liefde een vriend, broer of zus, de hoeder van een ander willen zijn, dan is daar niets op tegen, maar alleen de ouders, of bij gebrek daaraan andere opvoeders, hebben de taak om een kind op te voeden. Het liefst tot een kind van God. Daar is, naast liefde, grenzen stellen en deze streng bewaken een onderdeel van. Vandaar dat in Prediker staat dat wie zijn kind lief heeft, hem de roede niet spaart. Anders gezegd; een te slappe opvoeding zorgt ervoor dat een kind uitgroeit tot een zeer egoïstische volwassene; een gezonde en voldoende mate van strengheid, zonder overdrijving, is veel beter voor alle kinderen. Houdt daarbij het doel voor ogen, welke God heeft met de mensen. Dat is opvoeden van de jonge mensen tot heiligheid, want onze Heer en God is Heilig. En door zelf heilig te worden en uw kinderen naar heiligheid op te voeden – zonder hun vrije wil te breken – komen alle mensen in Gods Rijk, de hemel. Geef het goede voorbeeld en koester geen haat of wraakgedachten, laat staan dat deze worden uitgesproken, maar heb uw naaste – elk mens waarmee u in aanraking komt – lief zoals ieder van ons zichzelf lief heeft. Dan vormt u uw hart om tot een tempel voor God en de harten van uw kinderen ook. Maar ieder die de tempel van God – in zichzelf of in zijn kinderen of naasten – ten gronde richt, zal door God ten gronde worden gericht. Want misschien is dat wijs volgens de wereld, maar de grootste dwaasheid voor God. Wie dan wijs wil worden in Gods ogen, die vraagt God, onder berouw en wroeging, om genade en vergeving en er is geen zonde zo zwaar of God kan deze vergeven. Dat vraagt wel een totaal ander leven, een leven in het doen van Gods Geboden en daarin te volharden. Niet langer leven in het doen van onrecht, of een oog voor een oog en een tand voor een tand eisen, maar onrecht verdragen. Lao Tse, een Chinese wijsgeer van enkele honderden jaren voor Christus, zei: ‘Een land wordt goed geregeerd wanneer er gras groeit op de binnenhoven van de gerechtsgebouwen en de drempels van de tempels verslijten onder de voeten van de gelovigen’. Nu is het tegenovergestelde het geval. Maar eigenlijk leert Jezus Christus ons hetzelfde. Namelijk ga niet altijd uw recht zoeken bij de rechtbanken, maar bemin uw vijanden en doe goed aan hen die u kwaad hebben gedaan. Bid voor hen die u, met boze bedoelingen, vervolgen en vergeef uw naasten, als zij u kwaad hebben gedaan. Kortom laat uit uw daden zien dat u God volgt en niet de haatdragende wereld, dat u God volgt en niet de kortdurende pleziertjes van de wereld. Laat u niet overkomen wat de priester Guido Gezelle dichtte: ‘Ik heb de gaven mijner jeugd verspeelt aan wat vluchtig genot, waar niets van is overgebleven dan een wrange nasmaak’. Maar doe de Geboden van God, die allen neerkomen op her ene Gebod van de liefde voor God en voor de naasten. Dan komt u zeker, nadat uw proefleven op Aarde voorbij is, in Gods Paradijs, de Hemel. Wellicht ook in de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen tegenkomen.

Amen.

Cor Huizer.

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Author: Cor Huizer

2 thoughts on “Schriftuitleg van zondag 23 februari 2020

  1. Wij zijn de tempel van God, Paulus was een diepzinnige denker, weer een goed artikel van onze Cor .

Comments are closed.