De Valle de los Caidos en de zaligverklaring van de Spaanse martelaren

Het Monumento Nacional de Santa Cruz del Valle de los Caídos (Het Heilige Kruis van de Vallei der Gevallenen) bevindt zich circa 40 kilometer ten noorden van de Spaanse hoofdstad Madrid, op het grondgebied van de gemeente San Lorenzo de El Escorial.

Sinds jaar en dag wordt over Spanje een politiek-correcte mythe opgedrongen op scholen, universiteiten, in de media: “generaal Franco was een dictator, die een bloedige burgeroorlog heeft uitgelokt, om de voorbeeldige nieuwe Spaanse republiek te vernietigen.” De laatste jaren zijn er wel steeds meer historici, zoals de befaamde professor Bartolomé Benassar, die tegen deze leugen opkomen, maar meestal worden zij doodgezwegen of gecensureerd, zeker in de Belgische media. 

U kent zeker de saga rond het graf van generaal Franco, die begraven ligt in de Valle de los Caidos, een groots monument, dat op één van de heuvels buiten Madrid, vlakbij El Escorial, tussen 1941 en 1959 opgetrokken werd om er de beenderen van 35.000 gevallen strijders van beide kampen een laatste rustplaats te bezorgen en zo een teken te zijn van verzoening. Van een verzoening is weinig in huis gekomen. Tachtig jaar na het einde van de burgeroorlog hebben communisten, socialisten, anarchisten en liberalen hun nederlaag nog niet kunnen verteren en de haat van de linkerzijde in Spanje is zo groot, dat de socialistische regering van Pedro Sanchez alles in het werk stelt om het graf van Franco te schenden en zijn stoffelijke resten uit de Valle de los Caidos te verwijderen. Ondanks de steun van de hele politieke correctheid van de Europse mainstream media, is hij daarin echter niet geslaagd, dankzij de actieve tegenstand van o.m. de Benedictijnen die belast zijn met het beheer van de necropool.

De vierde kamer voor administratieve zaken van het Opperste Spaanse gerechtshof heeft immers vorige maand bevolen de herbegraving van Francisco Franco op te schorten. Hij rust dus nog steeds in de basiliek, die deel uitmaakt van het monument van de Valle de Los Caidos. De vijf rechters hebben eenparig het verzoek van de familie van de generaal, van de benedictijnse gemeenschap, van de stichting Franco en van de Vereniging voor de verdediging van de Valle ingewilligd, tegen de wil in van de socialistische regering van Pedro Sanchez.

Dat er in de media hierover volop leugens worden verkondigd, zal niet verbazen. De journalisten nemen gewoonlijk klakkeloos over wat hen door de nieuwsagentschappen aangebracht wordt of schrijven van elkaar over. Iemand die daarover alles weet is Paul Vaute, historicus en voormalig journalist bij de Franstalige krant La Libre Belgique. In een artikel geeft hij voorbeelden van deze desinformatie. Zo schrijft de Franstalige RTBF op haar site dat “het monument opgericht voor de gevallenen (los caidos) gebouwd werd door republikeinse gevangenen, die tot dwangarbeid verplicht waren en er soms stierven.” Of in de krant, waaraan Vaute meewerkte, dat “voor vele Spanjaarden het monument herinnert aan het concentratiekamp dat het in wezen was.” Ook op de RTBF-site lezen we “dat honderden republikeinen uit massagraven in heel Spanje gehaald werden om er begaven te worden zonder instemming van hun familie.” Deze fake-news of leugen-berichten moeten ons natuurlijk niet verwonderen, komende van een nieuwszender voor wie een brave NVA’er reeds een fascist is…

In feite, werd het monument van de Valle de los Caidos gebouwd door 14.876 tot dwangarbeid veroordeelden, die er hun volledige of gedeeltelijke straf hebben uitgezeten. Het waren vrijwilligers en zij kregen hiervoor strafvermindering. Dit feit werd trouwens erkend door de Raad van Europa. Volgens officiële cijfers verloren er tijdens de bouwwerken, die meer dan zeventien jaar geduurd hebben, in totaal tussen veertien en achttien mensen het leven. De doden, die er begraven werden, kwamen uit heel Spanje en er werd aan de gemeenten gevraagd de stoffelijke resten van strijders, die al minstens tien jaar in hun oorspronkelijk graf lagen, te laten overbrengen naar het monument opgericht als teken van verzoening voor de strijders van beide kampen.

Wij hebben enkele dagen vertoefd in de Valle de los Caidos. Wij maakten er kennis met een groep Spaanse academici, die er jaarlijks een seminarie organiseren en hadden zo het voorrecht om plaatsen in de crypte en de basiliek te bezoeken, die anders niet toegankelijk zijn. Wij konden ook de plechtige Mis bijwonen, die jaarlijks door de Benedictijnen opgedragen wordt ter nagedachtenis van Francisco Franco en de vermoorde charismatische politicus Jose Antonio Primo de Rivera. Een moment om nooit te vergeten!

Al wat in ons land over de Spaanse burgeroorlog in de media wordt verteld of gepubliceerd, berust in feite op communistische bronnen. Men mag niet vergeten, dat de Sovjet-Unie heel republikeins Spanje in haar greep hield. Meer dan 75% van de Spaanse goudvoorraden werd naar de USSR overgebracht en dankzij het Komintern-netwerk had Stalin het monopolie van de wapenleveringen aan de republiek. De internationale brigades, nog zo’n lieverdjes van de linkse media, werden eveneens opgericht door de Sovjets, ook al waren al hun leden geen communisten. Het is dankzij Francisco Franco, dat Spanje niet communistisch werd, wat hem bij zowel Churchill, De Gaulle als Eisenhower veel lof opleverde.

Eigenlijk heeft het kamp dat de burgeroorlog verloor, de propagandaoorlog gewonnen. Zo ingrijpend dat tachtig jaar na de feiten, de mythologie die van de misdadige volgelingen van Robespierre, Bakounin en Lenin op Iberisch grondgebied helden maakt, nog steeds stand houdt, ondanks alle bewijzen, zij het dat de leugens steeds vaker doorprikt worden. Iedereen kent Guernica, maar weet iemand iets over de bombardementen, die door de republikeinen werden uitgevoerd op Tetouan, Ceuta, Melilla, Algesiras, Cadix, Sevilla, Vallodolid en die veel meer slachtoffers maakten?

Dit zijn slechts enkele staaltjes van de constante desinformatie die over de Spaanse burgeroorlog sinds tachtig jaar wordt verspreid en die dikwijls als waarheid wordt aangenomen. Reeds in 1931 bejubelden de bekende Franse progressieve intellectuelen Louis Aragon en Paul Eluard in een manifest de brandstichtingen van kerken, van kloosters en van Katholieke universiteiten, de vernielingen van beelden en schilderijen, de aanvallen op de kantoren van Katholieke kranten (die toen nog bestonden…). Ook nu nog leven velen in dit denkpatroon.

In tegenstelling tot veel andere domeinen, geeft de Katholieke Kerk in deze materie niet toe aan de druk van de politiek-correcte (linkse) desinformatie. De jongste jaren en nog heel recent werden honderden Katholieke Spaanse martelaren, slachtoffers van de blinde terreur van de Spaanse republikeinen, als martelaren erkend en zalig verklaard. Paus Johannes-Paulus II en Paus Benedictus erkenden reeds heel wat Spaanse martelaren als zalig. Maar ook paus Franciscus laat zich niet onbetuigd (als het goed is, mag het ook gezegd…). Honderden Spaanse martelaren werden onder zijn pontificaat zalig verklaard.

De Spaanse burgeroorlog was in de eerste plaats een niets ontziende oorlog tegen de Katholieke Kerk en tegen het Katholieke Spanje. Niets voor niets was er een groot verbond tussen liberalen (waar de vrijmetselarij het voor het zeggen had), socialisten, communisten en anarchisten. In totaal telt men alleen maar in de jaren 1936 tot 1939 onder de vermoorde Katholieken 13 bisschoppen, 4.134 diocesane priesters, 2.365 mannelijke religieuzen, 283 zusters en tienduizenden leken. Maar reeds sinds 1931, kwam de terreur op gang en er vielen dus veel meer slachtoffers.

Een voorbeeld: In het bisdom Barbastro (Aragon, provincie Huesca) werden 139 van de 140 priesters omgebracht. 78 reguliere geestelijken ondergingen er de marteldood. Ook 130 leken lieten er het leven, alleen maar omdat zij lid waren van de Katholieke actie of van de plaatselijke gebedsgroep.

Over deze zaligverklaringen wordt door de media weinig of geen informatie verstrekt. Zij worden eerder vijandig onthaald en over de slachtoffers wordt niets verteld. Zo luidde de titel van een artikel in een bekende Belgische Franstalige (ex-Katholieke krant) over een honderdtal geestelijken vermoord door de Spaanse republikeinen en door Paus Franciscus zalig verklaard: “de zaligverklaring van het franquisme”… dom, leugenachtig en hatelijk , dat is de algemene teneur van wat wordt verspreid.

Bij de zaligverklaringen wordt steeds herhaald dat de martelaren slachtoffers waren van de Spaanse burgeroorlog en gedood werden “uit haat voor het geloof”. Dit wordt in de media zoveel mogelijk achterwege gelaten. Zo vermeldt de VRT-nieuwssite de zaligverklaring van 500 geestelijken uit Tarragona door Paus Franciscus, maar de nadruk wordt direct gelegd op het controversiële karakter van die zaligverklaring en de tegenstand die het oproept. De site minimaliseert de genocide op de Spaande Katholieken en heeft het over “enkele duizenden geestelijken en nonnen gedood door republikeinse sympathisanten” (ze zijn zo lief, meneer…). Kerknet geeft steeds heel weinig commentaar bij de zaligverklaring van slachtoffers van de Spaanse republikeinse misdaden. Op zaterdag 10 november van vorig jaar werden zestien Spaanse martelaren zalig verklaard. Dit wordt wel vermeld, maar er wordt onmiddellijk aan toegevoegd, dat er “ook veel weerstand bestaat tegen de zaligverklaring van de slachtoffers van tegenstanders van generaal Franco.” Neen, het waren geen “tegenstanders”, het waren moordenaars die handelden uit haat voor het Katholieke Geloof!

Tachtig jaar na het einde van de Spaanse burgeroorlog, is de marxistische leugen en haar propaganda nog steeds goed ingebakken in de “weldenkende” kringen van media, cultuur, onderwijs en politiek. In Vlaanderen, waar ‘links’ op cultureel vlak de wet dicteert en waar de ‘rechtse stem’ openlijk van het debat wordt uitgesloten, is dit zeker zo. Het is onze plicht de leugen te bestrijden, om te vermijden in toestanden terecht te komen, zoals in het Spanje van 1930, toen de linkse terreur uitmondde in een totalitair systeem van willekeur en godsdiensthaat.

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Author: Veroon ter Zee

10 thoughts on “De Valle de los Caidos en de zaligverklaring van de Spaanse martelaren

    1. Tot mijn grote schaamte ben ik verbrouwereerd.
      Franco werd mij altijd als DE wrede dictator voorgesteld o.a.
      door de schilderij van Picasso – Guernica enz enz
      Het is ook waar dat indertijd , in het Koninklijk Atheneum van Schaarbeek ( Brussel ) , waar ik mijn gehele humaniora gevolgd heb in de late jaren ’60 – ‘ 70, het rood boekse ( in klein rood pocket formaat ) van Moe Ste Tung vrijmoedig uitgedeeld werd.
      Niet officieel maar toch vrij vlot.

      Van manipulatie en indoctrinatie gesproken….

  1. Prima artikel, jammer dat het zo boordevol taal- en tikfouten staat. Lees het aub eens rustig na en verbeter ze, dat zal de kwaliteit van de tekst zeer ten goede komen.

  2. Ik heb eens een oude foto gezien van Spaanse Republikeinen die het lijk van een overleden priester opgegraven hadden, en erbij poseerden. Ze wilden daarmee “bewijzen” dat de verrijzenis van de katholieken larie is. Dat heeft me veel geleerd over de “kwaliteiten” van die Spaanse Republikeinen.

  3. Francisco Franco was een belangrijke generaal en staatsman uit de Spaanse geschiedenis. Hij speelde als generalissimo, zoals zijn alias luidde, een belangrijke rol in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en heerste van 1939 tot 1975 als dictator over Spanje.

    Jeugdjaren en opleiding

    Francisco Franco werd op 4 december 1892 geboren in El Ferrol in Galicië, een autonome regio in het noordwesten van Spanje. Zijn vader was officier en werkzaam bij de marine. Franco had geen leuke jeugd: zijn vader was vooral druk met gokken, drinken en vreemdgaan; en dat leidde thuis tot veel geruzie. Uiteindelijk vertrok Franco’s vader met een jonge maîtresse naar Madrid. Zelf koos Franco, door de ervaringen met zijn vader, een heel ander pad: hij rookte niet, dronk niet, deed niet aan gokken en meed kroegen en bordelen.

    Aanvankelijk wilde Francisco Franco net als zijn broer Nicolás marineofficier worden, maar omdat die opleiding boordevol zat koos hij in 1907 noodgedwongen voor het leger en schreef zich in bij een infanterieopleiding in Toledo. Hij bleek een middelmatige student, want eindigde in 1910 als nr. 251 op de lijst van 312 geslaagden. Promotie leek er niet in te zitten. Franco viel niet op door zijn excellente studieresultaten, maar vooral door zijn hoge piepstem en zijn nogal kleine postuur. In 1910 studeerde hij af als luitenant, om twee jaar daarna naar het Spaanse protectoraat Marokko te vertrekken. De onafhankelijkheidsstrijd van de Riffijnen – de Berbervolken uit het Rifgebergte – leidde in de jaren erna tot de Rifoorlog (ca. 1921-1926). Franco vocht in deze oorlog mee en trad soms meedogenloos op richting de vijand. Uiteindelijk verloren de Riffijnen de guerrillaoorlog (ook wel Tweede Marokkaanse Oorlog genoemd), mede omdat Frankrijk de Spanjaarden te hulp schoot.

    In 1916 raakte Franco in Marokko ernstig gewond. Vanwege zijn dapperheid werd hij kort hierop bevorderd tot bataljonscommandant. Toen Spanje in 1920 naar Frans voorbeeld een Vreemdelingenlegioen oprichtte – die vooral veel criminelen en avonturiers aantrok – werd Franco onderbevelhebber en leidde hij de manschappen op tot een geducht leger, dat ook in Marokko zou vechten tijdens de Rifoorlog. Toen het slecht uitgeruste Spaanse leger in juli 1921 een zware nederlaag leed, redde het Vreemdelingenlegioen van Franco de stad Melilla. Deze actie maakte Francisco Franco tot een nationale held.

    Huwelijk

    Op 16 oktober 1923 trad Franco – met koning Alfons XIII (1886-1941) als getuige – in het huwelijk met Carmen Polo y Martinez-Valdés (1900-1988). Ze hadden elkaar in de lente van 1917 leren kennen. Carmen Polo leek tijdens de jaren van dictatuur onder Franco weinig invloed te hebben op de politiek, maar waarschijnlijk had ze meer te zeggen dan wel verondersteld is. Bekend is haar lijfspreuk ‘Tú Paco, cállate!’ (‘Jij Paco, mond houden!’). Paco was het amicale naampje van Franco. Meer dan eens sprak Carmen Polo deze woorden tegen haar man, als hij stil moest zijn omdat zij iets wilde zeggen.
    Samen kreeg het stel in 1926 een dochtertje, dat de naam Carmen kreeg, net als haar moeder.

    Jaren 1930: onrust in Spanje

    In 1931 viel de Spaanse monarchie en maakte plaats voor de Tweede Spaanse Republiek. Francisco Franco bemoeide zich aanvankelijk niet met deze politieke aardverschuiving. Maar toen de republikeinen in juni 1931 Franco’s Verenigde Militaire Academie in Zaragoza sloten – waar hij in 1928 was aangetreden als directeur en generaal – was het eerste conflict met de republiek daar. Franco hield zich echter nog gedeisd en veroordeelde in 1932 de mislukte staatsgreep van zijn collega-generaal José Sanjurjo (1872-1936), door hem een boze brief te sturen.

    Franco wist in de jaren 1930 verder carrière te maken. Na een commandopost in La Coruna kreeg Franco in deze jaren het militaire opperbevel over de Balearen. Het waren onrustige jaren, waarin in Spanje links-radicalen in opstand kwamen. Een linkse revolutiepoging werd in oktober 1934 in opdracht van het ministerie van Oorlog door Franco neergeslagen. Kort hierna kreeg Franco het bevel over het Spaanse Vreemdelingenlegioen in Afrika. Vervolgens won in 1936 het linkse Volksfront – een samenwerkingsverband van diverse communistische en republikeinse partijen – de Spaanse verkiezingen. Franco en andere rechtse kopstukken eisten hierop dat de overheid de ‘staat van beleg’ zou uitroepen, maar dit gebeurde niet: in plaats daarvan kreeg Franco in 1936 een militaire post op de Canarische eilanden toegewezen, wat hij ervoer als een veredelde ballingschap.

    Begin Spaanse Burgeroorlog

    In de nacht van 17 op 18 juli 1936 begon de Spaanse Burgeroorlog doordat generaals in heel het land op strategische punten de macht overnamen, onder meer in Valladolid, Zaragoza, Burgos, Sevilla, Granada en Cordoba. Bewezen is dat Francisco Franco en andere generaals, onder wie José Sanjurjo en Emilio Mola (die in resp. 1936 en 1937 bij vliegtuigongelukken omkwamen), vanuit het buitenland financiële en diplomatieke steun kregen. De basis van de support lag in Lissabon, Portugal. Monarchisten, conservatieve Spanjaarden, nationalisten en fascisten steunden de rechtse opstandelingen. Hun doel was om te voorkomen dat Spanje afgleed richting (linkse) anarchie, terwijl de aanleiding van de opstand een aantal links en rechts gepleegde moorden was.

    In Catalonië mislukte de opstand aanvankelijk, en gebieden als Baskenland, de stad Madrid en een groot deel van Zuid-Spanje bleven lang in republikeinse handen. In de chaos vonden allerlei gruwelijkheden plaats. Hierbij hadden Cataloniërs het gemunt op geestelijken, de kerken en alles wat steun betuigde aan de nationalisten, terwijl de nationalisten de vakbondsleden en ieder ander die naar links neigde, aanpakte. In Madrid en andere steden vonden massa-executies plaatsen waarbij enkele duizenden burgers tegelijk geëxecuteerd en (soms nog levend) verbrand werden.

    Steun van Mussolini, Hitler en Stalin

    Binnen een maand na het begin van de burgeroorlog kreeg Francisco Franco al volop steun van de dictators Benito Mussolini (Italië), Adolf Hitler (Duitsland) en Jozef Stalin (Sovjet-Unie) Deze stuurden vooral militair materieel zoals bommenwerpers en vliegtuigen naar Spanje. Tussen juli en september 1936 dropte Hitler ook nog ruim 20.000 militairen, met name in en rond Sevilla. Verder voerden Duitse en Italiaanse vliegtuigen diverse bombardementen uit, bijvoorbeeld op 26 april 1937 op Guernica in Baskenland. De Spaanse kunstenaar Pablo Picasso (1881-1973) maakte hierover zijn beroemde werk Bombardement op Guernica.

    Aan de andere kant steunde de Sovjet-Unie de republikeinen in hun strijd tegen de rechts-nationalisten van Sanjurjo en Franco, onder meer door hen te steunen wapenleveranties, militairen (via de zogenoemde Internationale Brigades) en medische hulpmiddelen. De communisten onder de republikeinen maakten zich echter al snel impopulair bij de overige republikeinen, omdat ze met het Russische materiaal alleen andere communisten wilden helpen. In de laatste maanden van 1938 trok Stalin zijn Internationale Brigades terug en stopte hij met het steunen van de republikeinen.

    Van burgeroorlog naar wereldoorlog

    Met de inname van Barcelona op 26 januari 1939 en Madrid op 28 maart van dat jaar stortte de republikeinse weerstand in. De nationalisten executeerden in Barcelona in enkele dagen 10.000 mensen zonder proces. Na de inname vluchtten veel inwoners van de stad richting de Pyreneeën.

    Op 27 februari 1939 erkenden Groot-Brittannië en Frankrijk de Franco-regering als de wettelijke overheid van Spanje. Op 1 april 1939 claimden de nationalisten de overwinning en kwam de burgeroorlog ten einde. In totaal vonden een geschatte 320.000 mensen de dood tijdens de oorlog, nog los van de 114.000 republikeinen die blijvend vermist waren. Totaal vielen in de oorlog dus naar schatting 434.000 doden.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Spanje, hoewel fascistisch, neutraal. Hitler en Franco ontmoetten elkaar in oktober 1940, maar volgens bronnen had Hitler een enorme hekel aan Franco. Ongeveer 200.000 joden vonden in het land een toevluchtsoord. Wel speelde Franco tijdens de oorlog een lijst met namen van Joden aan Hitler door, zo werd in 2010 bekend, maar omdat Spanje neutraal was is er met deze lijst uit 1941 niets gedaan.

    Dictatuur

    Na de Tweede Wereldoorlog bouwde Franco stapsgewijs zijn dictatuur uit. In 1947 herstelde hij eerst de monarchie, althans op papier want de koning keerde aanvankelijk niet terug. Dat gebeurde pas in 169, toen Juan Carlos I (1938) door Franco als en soort ‘invalvorst’ aangesteld werd.

    Tijdens de dictatuur onder Franco in de jaren 1939-1975 verkeerde Spanje vanwege de gebrekkige ‘democratie’ in het land – de oppositie werd op allerlei manieren de kop ingedrukt – in een behoorlijk internationaal isolement. West-Europese landen hielden een Spaanse toetreding tot de NAVO af. Wel waren de verhouding met het Vaticaan goed, met wie Franco in 1953 een concordaat sloot. Ook onderhield hij tot zijn dood goede banden met het Belgische vorstenhuis.

    Op 20 november 1975 stierf Francisco Franco op 82-jarige leeftijd. Na zijn dood werd Juan Carlos I op 22 november 1975 officieel uitgeroepen tot koning van Spanje. Tot verbazing van velen, Juan Carlos was een vertrouweling van Franco en door hem aangewezen als opvolger, sloeg deze in zijn regeringsperiode (die tot 2014 duurde) een democratische koers in. In december 1978 nam Spanje een democratische grondwet aan en veranderde vrij snel en geweldloos in een democratisch land. In 1986 trad Spanje toe tot de Europese Gemeenschap, de tegenwoordige Europese Unie.

  4. Prachtig en juist weergegeven, beste Veroon. Maar de linkse leugens over het Spaanse drama van de jaren dertig, vorige eeuw, worden ingehaald door de feiten. Vooral de rel over Franco’s graf is slecht getimed door de linkse regering, die nu op omvallen staat. De Spaanse bisschoppen hebben op 1 juli 1937, een brief met de stand van zaken geschreven. Zij meldden 20.000 vernietigde of volledig geplunderde kerken en 6000 vermoorde priesters. En de schattingen over de burgers lopen op tot 300.000 doden. (maar waarschijnlijk veel meer). De meesten onder hen werden verschrikkelijk gemarteld, levend geamputeerd, ogen uitgestoken, tongen uitgerukt, levend verbrand of begraven. De bisschoppen ontkennen niet de excessen aan beide kanten, maar wijzen wel op het structurele karakter van geweld, bij de republikeinen vanaf 1931., dus enkele jaren voor de burgeroorlog. De bisschoppen spreken van een barbaarse revolutie, onder de vlag van de communistische internationale samen met anarchisten, en onder leiding van de Spaanse en internationale vrijmetselarij. Franco heeft ook een boek geschreven over de vrijmetselaar loge, “masoneria”, helaas in Spanje nergens meer te vinden. Tenslotte, nog dit, talrijke joodse vrijwilligers streden, aan de communistische, republikeinse kant. De Rode Brigades van 32.000 vrijwilligers, telden 8000 joodse strijders, afkomstig uit Europa en Noord Amerika. De meeste politieke commissarissen, toegevoegd aan de lokale commandanten aan republikeinse kant, waren joden. Er was zelfs een joods bataljon, “Compagnie Botwin”, en de voertaal was Yiddish. Dit was het grootste buitenlandse contingent vrijwilligers. Mijn laatste punt betreft Franco. Vergeleken met generaal De Gaulle, in 1945, was Franco een held. Waarschijnlijk door zijn religieuze instelling. Hij wist dat hij streed tegen de Synagoge van satan, uit de Apocalyps. Hautain, mistte De Gaulle daartegenover dat heilig vuur om door te kunnen pakken onder revolutionaire omstandigheden, en vooral op het beslissende moment een eigen radicale koers te varen, tegen de omgeving in. In 1945, zwichtte hij in Franrijk na de bevrijding, voor de communistische druk, van weliswaar een grote partij (30 procent), maar zwak tegenover het Franse leger. Hij trok zich na enige tijd terug, en links Frankrijk heeft sindsdien de macht niet meer uit handen gegeven, zelfs prominente schrijvers werden gevangen gezet of geëxecuteerd,evenals duizenden afrekeningen.De strijd tegen de communisten, ging hij uit de weg. Integendeel, tijdens zijn korte regeringsperiode gaf hij het ministerie van publieke instructie (onderwijs), in handen van twee gerenommeerde trotskisten communisten. Zij veranderden de naam, Education nationale, dus Nationale opvoeding. Er moest een nieuwe mens gemaakt worden voor die trotskisten. En dat is nog steeds zo, bij de Mammouth. Later toen hij in 1958, terug kwam heeft hij dat niet hersteld. Franrijk leidt nog steeds onder een mentaal, politieke linkse dictatuur, inclusief de media. Aan De Gaulle kun je afmeten welk een kanjer Franco geweest is, voor land en volk.

    1. Tot mijn grote schaamte ben ik verbrouwereerd. Franco werd mij altijd als DE wrede dictator voorgesteld o.a.
      door de schilderij van Picasso – Guernica enz enz
      Het is ook waar dat in het Koninklijk Atheneum van Schaarbeek , waar ik mijn gehele humaniora gevolgd heb in de jaren ’60 – ‘ 70, het rood boekse van Moe Ste Tung vrijmoedig uitgedeeld werd ( niet officieel maar toch vrij vlot ).
      Van manipulatie gesproken

  5. Correctie,
    lees, derde regel van onder, ” Lijdt Frankrijk nog steeds onder een mentaal………”

  6. Mooi om de verbinding tussen ons geloof en historie levend te houden, dat is immers de geschiedenis van God en die verdient aandacht, goed ook u weer te lezen heer Van Rooyen,

Comments are closed.