‘Judica’ – vijfde zondag in de Veertigdagentijd

James Tissot (1836-1902): ‘Les juifs prirent des pierres pour lapider Jésus’ (Brooklyn Museum, NY)

 

Judica (Latijn voor ‘Verschaf mij recht’) is de vijfde zondag in de Veertigdagentijd, een periode van bezinning in het Christendom als voorbereiding op het Paasfeest. Deze zondag ontleent zijn naam aan de beginwoorden van het introïtusgezang, Judica me, Deus (Psalm 43,1) en staat in de liturgische kalender volgens de Tridentijnse liturgie bekend als Passiezondag, de start van de Passietijd. Met de Passietijd wordt de periode van de laatste twee weken van de Veertigdagentijd aangeduid. In deze tijd concentreert de liturgie zich vooral op het lijden en sterven van Jezus Christus. In de Katholieke Kerk worden in deze tijd alle beelden bedekt met paarse doeken. De periode begint met Zondag Judica, de vijfde zondag van de Veertigdagentijd en duurt tot het begin van de vigilie van Pasen. De tweede zondag van de Passietijd, is tevens de laatste zondag van de Veertigdagentijd. Op deze zondag wordt Palmpasen gevierd, de herdenking van Jezus’ intocht in Jeruzalem. Met deze zondag begint de Goede Week.

Voor de Heilige Mis op de vijfde zondag van de Veertigdagentijd volgens het Romeins Missaal van 1962 – en de 1.600 jaar ervoor – wordt in het Evangelie (Johannes 8:46-59) de versluiering in de kerken van alle beelden, en van het Kruisbeeld in het bijzonder, verklaard: “Wie uwer overtuigt Mij van zonde? Zo Ik de waarheid zeg, waarom dan gelooft gij Mij niet? Wie uit God is, luistert naar de woorden van God; daarom juist luistert gij niet, omdat gij niet uit God zijt. — De Joden antwoordden Hem: Zeggen we niet met recht, dat Gij een Samaritaan zijt en van den duivel bezeten? Jezus antwoordde: Ik ben van geen duivel bezeten, doch Ik breng eer aan mijn Vader; maar gij, gij ontrooft Mij mijn eer. Niet, dat Ik mijn eigen eer zoek; daar is er Eén, die haar zoekt, en oordeelt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo iemand mijn woord onderhoudt, dan zal hij in eeuwigheid de dood niet zien. — De Joden zeiden Hem: Nu weten we, dat Gij bezeten zijt! Abraham en de profeten zijn gestorven; en Gij zegt: Zo iemand mijn woord onderhoudt, zal hij de dood niet sterven in eeuwigheid. Zijt Gij dan groter dan onze vader Abraham? Hij is gestorven, en ook de profeten zijn gestorven! Voor wie houdt Gij Uzelf dan wel? Jezus antwoordde: Wanneer Ik Mijzelf verheerlijk, dan is mijn heerlijkheid niets; mijn Vader is het, die Mij verheerlijkt. Gij noemt Hem uw God, en toch erkent gij Hem niet. Maar Ik ken Hem wèl; en als Ik zei, Hem niet te kennen, dan was Ik een leugenaar evenals gij. Ja waarlijk, Ik ken Hem, en zijn woord onderhoud Ik. Abraham, uw vader, zag juichend van blijdschap mijn dag tegemoet; hij heeft hem gezien en van vreugde gejubeld. — Maar de Joden zeiden Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar oud, en Gij hebt Abraham gezien? Jezus sprak tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham tot bestaan kwam, Ik Ben. Toen grepen ze stenen, om Hem te stenigen; maar Jezus trok Zich terug, en verliet de tempel.”

Waarom grepen de Joden toen naar stenen, om Hem te stenigen? Want ook toen de Joden kwamen om Hem te arresteren (Johannes 18:6), zei Jezus: “Ik Ben het”. In het Grieks is dit dus: “egó eimi”. Daarop deinsden de gewapende mannen terug en vielen hulpeloos ter aarde. In deze uitdrukking moet klaarblijkelijk iets méér schuilen dan gewoon ons Nederlandse: “Ik ben het”. Om te begrijpen waarom nu de Joden terugdeinsden, moet het duidelijk zijn, dat Jezus niemand minder is dan Jahweh zélf! In deze Naam zit de werkwoordsvorm “Ik Ben”, het Hebreeuwse hayah. Het zal vooreerst duidelijk zijn dat in Exodus 3:14 de uitdrukking “Ik Ben”, de vertaling is van het Hebreeuwse hayah. Nu is de Griekse, nieuwtestamentische uitdrukking egó eimi het equivalent van dit Hebreeuwse hayah. In de Septuaginta , de oude Griekse vertaling van het Oude Testament, lezen we: egó eimi ho ón of “Ik Ben De Zijnde”. In het Oude Testament zien we dus, dat Jahweh de egó eimi is, de “Ik Ben”. In het Nieuwe Testament slaat die uitdrukking op Jezus Christus.

In Johannes 8:58 bedoelde Jezus met “Ik Ben”, dat Hij Jahweh was, de Almachtige God. De Joden namen toen stenen op om Hem te stenigen, omdat Hij zich – volgens hen – godslasterlijk gelijkstelde met God. In Johannes 18:5-6 gebruikt de Heer opnieuw dezelfde uitdrukking: “Ik Ben”. Nu nemen de Joden geen stenen op maar de hele bende deinst achteruit en valt neer op de grond, want een onweerstaanbare macht velde hen. Al deze gewapende mannen vallen hulpeloos achterover neer, terwijl de Heer in al zijn waardigheid daar voor hen staat. Door dit wonder laat de Heer blijken, dat Hij God is. Toen in Johannes 8:59 de Joden naar stenen grepen om Hem te stenigen, deinsden ook zij terug en Jezus liep in majesteit tussen hen door en verliet de tempel. Omdat God toen de tempel verliet, daarom is Hij nu ook in onze kerken en kapellen verborgen, om alleen maar te worden onthuld, wanneer wij op Goede Vrijdag Zijn kruisiging herdenken met het: “Ecce Lignum Crucis”. In drie fasen onthult de priester het Kruis en zingt driemaal: “Ecce lignum Crucis, in quo salus mundi pependit. Venite adoremus!”, dat vertaald luidt: “Zie het hout van het Kruis, waaraan de Verlosser van de wereld hing, komt laten wij aanbidden!”

 

Santissima Trinità dei Pellegrini, Rome

 

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Comments

    willy

    (7 april 2019 - 13:50)

    ik ben , is de zeer bekende uitspraak van Jezus en waar God zich kenbaar maakte aan Mozes, IK ben die ik ben. de joden wisten heel goed dat Jezus met deze woorden zich gelijk stelde met God en daarom zou hij ook worden voor veroordeeld dat hij zich gelijk stelde met God, goed artikel.

    Benjamin ☩

    (7 april 2019 - 18:37)

    ☩JMJ☩

    Ik vertaal “ego sum” in de context van dat vers in de Latijnse Vulgaat ook altijd als “Ik Ben”, want dat is helemaal correct. Het is duidelijk dat het daarover gaat. Helaas houden bijbelvertalers hier geen rekening mee. Ook vertalen zij “Christus” in het Oude Testament dikwijls als “een gezalfde” in plaats van als “Christus”, de Naam van de Tweede Persoon van de H. Drievuldigheid, waardoor geen recht gedaan wordt aan hetgeen de gewijde schrijver bedoelde. Het ging echt wel over dé Gezalfde, en niet “een gezalfde” onder velen. De Koning van Frankrijk was ook “een gezalfde”.

    En?

    (8 april 2019 - 07:11)

    D e splitsing Passiezondag en Palmzondag is in de postconciliaire kalender helaas verdwenen.

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.