Kerstmis een feest met ‘heidense wortels’?

Lc. 2,9  Eensklaps stond er voor hen een Engel des Heren, en de glorie van de Heer omstraalde hen, terwijl een hevige vrees hen aangreep.

 

Het woord ‘Kerstmis’ is afkomstig van het Middelnederlandse Kerstmisse, hetgeen ‘Christus-mis’ betekent. ‘Kerst’ is een normale metathese uit het Latijn waardoor het woord ‘Christus’ als ‘Kerst’ wordt uitgesproken. Metathese is een fonologisch proces waarbij er transpositie (verwisseling van plaats) van klanken (fonemen) in woorden plaatsvindt. Dat ‘Kerst’ uit ‘Christus’ is ontstaan, wordt geïllustreerd door dit citaat uit de Rijmbijbel (1285) van Jacob van Maerlant: “Jc weet wel dat Kerst comen sal”. Kerstmisse kennen we o.a. uit een tekst uit 1432, maar ook het woord Kerstsdach moet toen reeds hebben bestaan, later gevolgd door Kerstfeest, Kerstkindje, Kerstboodschap, en pas veel later door kerstboom, kerstvakantie, kerstmarkt, etc. Tegenwoordig wordt er almaar meer moeite gedaan om de Kerst uit de eindejaarsfeesten te halen. Zo wordt de kerstwens “Zalig Kerstmis” maar al te vaak automatisch vervangen door het ‘neutrale’ “Prettige eindejaarsfeesten”. Men ziet ook almaar minder kerststallen op openbare plaatsen in onze steden, omdat deze de ‘neutraliteit’ in gevaar zouden brengen. Maar, hoezeer de vrijzinnigen hun best doen om te verduisteren, dat Kerstmis uiteindelijk alleen maar om Christus draait, des te grootser wordt het feest op een seculiere wijze gevierd en daarmee wordt ook de noodzaak groter om Kerstmis op een alternatieve, vrijzinnige manier te verklaren.

De ene keer zijn het de oude Germanen die rond Midwinter (21 december) reeds midwinter- of joelfeesten (winterzonnewende) hadden waarbij de ‘boze geesten’ werden verjaagd en ‘het licht’ werd begroet. Dan weer zou Keizer Constantijn de Grote Kerstmis op 25 december hebben ingesteld, omdat in het Middellandse Zeegebied op deze datum ‘de zonnegod’ werd gevierd. In het late Romeinse Rijk was dit vooral de zonnegod Sol Invictus (= de Onoverwinnelijke Zon), die door sommigen ten onrechte wordt vereenzelvigd met de Perzische zonnegod Mithras. Omdat Christus het ‘Licht van de Wereld’ wordt genoemd, zou Constantijn I – volgens bepaalde (vrijzinnige) auteurs – hebben besloten, dat de geboorte van Christus op deze dag gevierd zou moeten worden. Bovendien – en dit ‘feit’ zou het meest invloedrijk geweest zijn bij de opkomst van de viering van de geboorte van Christus op 25 december – waren ‘de dagen rond 25 december’ reeds de vrije feestdagen der Saturnaliën die op 17 december werden gevierd. Het zou ons dan ook niet hoeven te verwonderen – dat in Rome waar er destijds honderden religies werden beleden – het wel elke dag ergens ‘feest’ was. Probleem is echter, dat géén enkel van de door de vrijzinnigen aangeduide feesten – die de heidense voorlopers van Kerstmis zouden moeten zijn – op 25 december werd gevierd.

Jezus werd volgens het Evangelie aan het einde van het Joodse (of Romeinse) jaar geboren, maar door de vele kalenderwijzigingen en de verschillen in tijdrekening wordt de overzetting niet zeer accuraat geacht, temeer daar ook melding gemaakt wordt van kudden schapen in lagere (en dus warmere) velden rond Bethlehem. Het weiden van schapen in Palestina is rond 25 december thans weliswaar zeldzaam, maar toentertijd niet geheel onmogelijk. De schapen die voor de offerdienst in de tempel werden gefokt, graasden trouwens het hele jaar door buiten, ook in de omgeving van Bethlehem (= Huis van het Brood). Bovendien is de maand december in Palestina trouwens niet eens zo koud. Bovendien is het onwaarschijnlijk, dat er tijdens de zomermaanden een volkstelling georganiseerd zou worden, omdat dan de boeren hun velden niet in de steek kunnen laten. De datum van 25 december valt dan ook niet met zekerheid als niet-authentiek te bestempelen, zoals de vrijzinnigen wél proberen te doen. De Vroeg-Christelijke liturgie – die dus van vóór het jaar 300 – kende ook reeds de viering van de Heilige Driekoningen op 6 januari, dus in diezelfde wintertijd. Sextus Iulius Africanus noemt de geboorte van Christus op 25 december reeds in één van zijn geschriften, die in 221 n.Chr gedateerd kunnen worden. De ouderdom van Kerstmis als feest op 25 december heeft dus diepe historische wortels. Het is duidelijk, dat Keizer Constantijn enkel maar een toen reeds oude Christelijke traditie bevestigde en er geen nieuwe uitvond.

Bij de vrijzinnigen scoren de beruchte Saturnaliën – de dagen rond 25 december – tegenwoordig vrij goed als heidense verklaringsgrond voor Kerstmis. De Saturnalia werden gevierd ter ere van de Romeinse god Saturnus. Dit feest werd oorspronkelijk echter op 17 december gevierd. Later namen ze een hele week in beslag, maar op 23 december was het zeker afgelopen. De veronderstelde connectie tussen de Saturnaliën en Kerstmis is puur gebaseerd op het feit, dat beide feesten in december plaatsvinden. Echter, 17 december is niet 25 december en ook niet ‘de dagen rond 25 december’. Indien de veronderstellingen van de vrijzinnigen correct zouden zijn, dat de Christenen de Saturnaliën ‘geadopteerd’ zouden hebben, dan zou men toch mogen verwachten, dat de eerste Christenen dit wel ergens vermeld zouden hebben. In plaats daarvan vinden we echter tientallen citaten van kerkvaders die dergelijke heidense feesten steevast zwaar veroordelen en er zich fors van distantiëren. Kortom, de Saturnaliën hebben niets met Kerstmis te maken.

Het eveneens bij de vrijzinnigen populaire feest van de Sol Invictus moet eerder gezien worden als een poging van de Romeinse Keizer Aurelianus om de cultus van Sol, de Romeinse zonnegod, te hervormen en deze nieuw leven in te blazen. Men dacht, dat deze god vanuit Syrië naar Rome was gebracht, eerst door keizer Heliogabalus onder de naam Sol Invictus Elagabalus (219 n.Chr.). Nadat die poging mislukt was, zou Keizer Aurelianus in 274 n.Chr. de cultus van de zonnegod opnieuw in Rome hebben willen introduceren, misschien zelfs met de expliciete bedoeling om met – het toen al op 25 december gevierde – Kerstmis in concurrentie te treden. Bij die gelegenheid stelde hij ook de vierjarige spelen voor Sol in. Keizer Julianus de Afvallige verwijst in zijn Hymne voor koning Helios (geschreven kort na de jaarwisseling in 363 n.Chr.) naar deze spelen, die in 362 voor de 23ste keer gehouden waren. In de acht jaar eerder geschreven ‘Kalender van Filocalus’ is trouwens sprake van meerdere feestdagen voor Sol, waaronder van 18-21 oktober een meerdaags evenement. Uit andere bronnen blijkt dat Keizer Aurelianus zijn triomf vierde tegelijk met de eerste spelen voor Sol. Ook de inwijding van de nieuwe tempel vond op dat moment plaats, dus rond 18-21 oktober, en niet op 25 december zoals de vrijzinnigen beweren.

Evenals Elagabalus wordt ook Mithras vaak met de Sol Invictus verbonden en heet hij Sol Invictus Mithras. Opvallend is daarbij, dat Sol en Mithras in de Mithreïsche kunst altijd als twee afzonderlijke figuren worden afgebeeld, bijvoorbeeld in het vaak afgebeelde banket waaraan beiden deelnemen. De naam Sol Invictus Mithras duidt dus niet noodzakelijkerwijs op een vereenzelviging van Sol en Mithras. Veeleer lijkt er sprake te zijn van een soort harmonische vereniging van tegengestelden als één van de kenmerken van de Mithras-cultus. De reden waarom de marginale Mithras-cultus door de vrijzinnigen zo wordt opgehyped, is waarschijnlijk te vinden in de verwantschap met het manicheïsme. Dit was een gnostische religie waarin de verwerving van gnosis (= esoterische ‘kennis’) het kernthema was. De grondlegger was Mani (216-276 n.Chr.) die dit had bedacht als reactie tégen het Christendom. In Europa werd het manicheïsme gedurende de Middeleeuwen gezien als een vorm van ‘christelijke’ ketterij. Personen die meningen uitten, die afweken van de leer werden betiteld als ‘manicheeërs’, ook als die opinies weinig of niets met het manicheïsme te maken hadden. Nog in de zestiende eeuw kregen, in de periode van de reformatie, afvallige protestanten, zoals Maarten Luther en Calvijn het etiket ‘manicheeër’ opgeplakt. Het is ook hierbij, dat de vrijmetselarij en de vrijzinnigheid met hun esoterische gnosis, willen aansluiten.

Feit is, dat géén enkel van de door de vrijzinnigen opgevoerde, heidense feesten als voorloper van Kerstmis kan worden aangeduid. Alles spreekt ervoor – dat Kerstmis als feest gevierd op 25 december – een historische, Christelijke oorsprong heeft, die reeds rond het jaar 200 stevig historisch verankerd moet zijn geweest. De Kerk viert de geboorte van Jezus dus sinds vanouds steeds op 25 december. Het feest van de Heilige Driekoningen op 6 januari is bedoeld om de Epifanie of de Openbaring van de Heer te herdenken. De ‘verschijning’ van de vleesgeworden Zoon van God op aarde (ἐπιφάνεια, epiphaneia is Grieks voor ‘verschijning’) herdenkt een belangrijk teken van Jezus’ goddelijkheid. Naast de geboorte uit de Maagd Maria, de gebeurtenissen uit Jezus’ jeugd en de doop van Jezus door Johannes de Doper, is het bezoek en de aanbidding door de Wijzen uit het Oosten of de Heilige Driekoningen, in feite de eerste officiële, publieke gebeurtenis waarbij Jezus als Zoon van God wordt aangeduid. Wanneer de Griekse Ritus Kerstmis op 7 januari viert, vieren zij eveneens Kerstmis op 25 december, maar dan volgens de Juliaanse kalender.

In de Kerstnacht proclameerde de Engel plechtig: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle Boodschap die bestemd is voor het hele volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David”. (Lc. 2,10-11)

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Comments

    willy

    (23 december 2018 - 16:08)

    velen kennen te betekenis meer van kerstmis . Dat het van Christelijke oorsprong is weten velen ook al niet meer! Dat men Jezus geboorte in de vroegste gemeenschappen herdacht lezen we in de Evangelien, goed artikel.

    A. G. Stinus

    (23 december 2018 - 17:21)

    – Het is zeer zinvol van het feest van Jezus’ geboorte te vieren rond de donkerste dag van het jaar (met het minste daglicht). De dagen die na Kerstmis beginnen lengen staan symbool voor Christus die ons licht en verlossing brengt.
    – Wat de vrijzinnigen ook aan gekke feesten mogen bedenken of uitvinden, het zal nooit de diepgang evenaren van christelijke feesten zoals Kerstmis, Pasen of Pinksteren.

    Benjamin ☩

    (24 december 2018 - 14:53)

    ☩JMJ☩

    Citaat Mathieu Albert: “‘Kerst’ is een normale metathese uit het Latijn waardoor het woord ‘Christus’ als ‘Kerst’ wordt uitgesproken.”

    Inderdaad. In het Middelnederlands werden Christenen “kerstenen” genoemd; in het Roelantslied vindt men dit bijvoorbeeld terug. Ik ben geen letterkundige, maar ik ga er van uit dat dit woord afkomstig was van het Middelfranse “crestiens”. Een vroegere vorm van dat woord was “chrestiens”, afkomstig van het Latijnse “Christiani”.

    Citaat Mathieu Albert: “Personen die meningen uitten, die afweken van de leer werden betiteld als ‘manicheeërs’, ook als die opinies weinig of niets met het manicheïsme te maken hadden.”

    Het woord “ketter” zelf komt van “kathaar”, en de katharen waren de manicheeërs in het middeleeuwse West-Europa. Zij werkten samen met de gnostische Tempeliers, waardoor het komt dat de Tempeliers weigerden te participeren in de Kruistocht tegen de albigenzers (katharen). De reden waarom alle heretici in Europa ketters/katharen genoemd werden omvat echter meer dan wat de meeste contemporaine mensen beseffen. In de Middeleeuwen wist men veel beter dat de variërende ketterse sekten ontstonden door de machinaties van de satanische gnostische sekten die na de Kruistocht tegen de albigenzers en het vonnis tegen de Tempeliers ondergedoken zijn en zich tot de geheime netwerken gevormd hebben waar in de Renaissance de hermetische alchemisten en kosmologen lid bij waren. Filips III van Bourgondië, die de Heilige Jeanne d’Arc aan de Engelsen overleverde, was er ook zo één (hij had een eigen alchemistenkamer). Later waren de onruststokers Luther en Melanchton eveneens leden van die geheime internationale sekte; vandaar de rosicrucianistische Lutherroos, het persoonlijk zegel dat Luther gebruikte, en het feit dat Melanchton het Charter van Keulen ondertekend heeft. Het joods-maçonnieke B’nai B’rith, tijdens hun bijeenkomst in Parijs in 1936, eiste Calvijn en Luther op als zijnde geweest agenten van de joodse conspirateurs:

    “We are the Fathers of all Revolutions — even of those which sometimes happen to turn against us. We are the supreme Masters of Peace and War. We can boast of being the Creators of the REFORMATION! Calvin was one of our Children; he was of Jewish descent, and was entrusted by Jewish authority and encouraged with Jewish finance to draft his scheme in the Reformation.

    Martin Luther yielded to the influence of his Jewish friends, and again, by Jewish authority and with Jewish finance, his plot against the Catholic Church met with success …” (Bron: extracten van toespraken bij de B’nai B’rith, gelekt naar het publiek via The Catholic Gazette in 1936).

    Tot op heden hebben de protestanten dan ook altijd consistent samengewerkt met de vrijmetselaars om de Katholieke Kerk te infiltreren en te ondermijnen, waarvan we vandaag de zieke vruchten zien, en de Franse jacobijnen waren eenvoudigweg de hugenoten van Calvijn die van naam veranderd waren; Marat was bijvoorbeeld van joodse en calvinistische oorsprong.

    Volkomen terecht dus dat de talrijke ketterse groepen doorheen de eeuwen “katharen” (ketters) genoemd worden, want het is uit dat occult netwerk, later geëvolueerd tot de vrijmetselarij, dat die groepen gesproten zijn.

    Dit wetende is het dan ook niet moeilijk om te weten waarom de vrijzinnigen de leugen verspreiden dat Kerstmis gederiveerd zou zijn van heidense feestdagen; zij doen dat omdat hun occulte meesters zelf saturnaliën praktiseren met walgelijke mensenoffers. Zij ‘vieren’ zelf de oude heidense ‘feestdagen’! Door te liegen dat de Christelijke Feestdagen uit hun heidense praktijken gegroeid zouden zijn willen zij in de mensen een vals superioriteitsgevoel aankweken van heidendom over het Christendom.

    […] Kerstverhaal allemaal maar fantasie is. Denken we maar aan de discussie omtrent de datum van Kerstmis op 25 december. Maar, voor het jaar 4 v.Chr. – het sterfjaar van Herodes – schuilt er voor de vrijzinnige […]

    Marrie

    (3 januari 2019 - 14:07)

    Ik lees hier dat het zinnig is de geboorte van Christus te vieren in de donkerste tijd van het jaar,maar volgens mij maakt dat niet uit. Denk aan bv Australië, waar de zomer begonnen is. De donkerste tijd van het jaar kun je beter figuurlijk nemen. Hoewel de wereld het hele jaar door gehuld is in duisternis als je alleen maar kijkt naar de leugens uit het Vaticaan.

    A. G. Stinus

    (3 januari 2019 - 16:55)

    Beste Marrie,
    Het is niet bekend op welke dag in het jaar Jezus geboren is, maar er moet natuurlijk een feestdag voor Jezus’ geboorte gekozen worden. Waarom dan niet de dag dat de dagen beginnen langer te worden (langer daglicht) ? Dat is een mooie, symbolische dag. Dat in het zuidelijk halfrond de dagen dan beginnen te korten in plaats van te lengen, dat moeten we er bij nemen. Historisch is het christendom gewoon ontstaan in het noordelijk halfrond, in het heilig land met name.
    Vriendelijke groet, A. G. Stinus

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.