De Heiligen van Wintershoven

 

Onder de ‘Heiligen van Wintershoven’ verstaat men een aantal personen die omstreeks 650 n.Chr. in Wintershoven – halverwege tussen Tongeren en Hasselt – hebben geleefd en later heilig zijn verklaard. De Heiligen van Wintershoven zijn: Amandus, Landoaldus, Amantius, Adrianus, Julianus, Vinciana, Adeltrudis, Landrada en Lambertus. De geschiedenis van deze Heiligen vangt aan met het missioneringswerk van de 7de-eeuwse missionaris Sint-Amandus (Nantes, ca. 600 – Saint-Amand-les-Eaux, ca. 680). Amandus, die we ook kennen als de ‘Apostel der Franken’, was afkomstig uit Neder-Poitou en werd na een bedevaart naar Rome in 628 in Frankrijk tot missiebisschop gewijd. In 647 werd Amandus tot bisschop van Maastricht benoemd, in het oudste Bisdom van de Nederlanden (Dioecesis Tungrensis). De 6de-eeuwse geschiedschrijver Gregorius van Tours verhaalde in zijn Historia Francorum hoe de van oorsprong Armeense Bisschop Servatius van Tongeren aan het einde van zijn leven naar Maastricht reisde, er missioneerde en aldaar stierf. Volgens Middeleeuwse interpretaties van de tekst van Gregorius van Tours zou Servaas voor 384 n.Chr. de bisschopszetel in Maastricht hebben gevestigd. Sint-Amandus begon zich vanaf omstreeks 650 intensief op de missioneringsarbeid in zijn bisdom te richten. Daartoe kreeg hij van Paus Martinus I elf gezellen mee. Het ging om Landoaldus en diens zuster Vinciana. Voorts Amantius, ene Adrianus, en zeven vrouwen waaronder Adeltrudis. Sommige bronnen maken ook nog melding van ene Julianus.

Sint-Amandus stichtte in Wintershoven een klooster, dat mogelijks het oudste klooster van de Nederlanden is geweest. In dit klooster werden de kinderen uit de Frankische adellijke families opgeleid. Toen Amandus naar Gent afreisde, droeg hij de leiding van het klooster in Wintershoven over aan Landoaldus. Deze kreeg daarbij steun van Amantius en de Romeinse gezellen Adrianus, Julianus, Vinciana en Adeltrudis. In Gent stichtte Amandus een klooster bij de Portus Ganda. Enkele jaren na de stichting van dat klooster trad Allowin van Haspengouw in het Gandaklooster in en nam er de naam Bavo aan. In de 9de eeuw werd het klooster, dat later uitgroeide tot een abdij, naar hem genoemd. Allowin van Haspengouw of Bavo van Gent zou een zoon zijn geweest van Pepijn van Landen en dus een broer van de Heilige Gertrudis van Nijvel en de Heilige Begga. De dochter van Bavo zou de Heilige Adeltrudis van Wintershoven geweest zijn; één van de Heiligen van Wintershoven. Volgens de overlevering had Allowin een wilde jeugd. Pas na het overlijden van zijn echtgenote kwam hij tot bezinning, onder de invloed van de Heilige Amandus, de raadsman van zijn moeder Ida van Nijvel. Allowin van Haspengouw volgde Amandus naar Gent en verkoos er het leven van een kluizenaar en woonde in een holle boom en nadien in een bos nabij het Gandaklooster.

In Wintershoven leidde Landoaldus intussen een kloosterschool waar Landrada en Lambertus onderwijs genoten. Lambertus werd later Bisschop van Maastricht en Landrada werd de stichteres van de Abdij van Munsterbilzen, het oudste vrouwenklooster van de Nederlanden. Na haar verblijf in Wintershoven trok Landrada zich in de eenzaamheid terug om daar het leven van kluizenares te leiden. Wie daar in de buurt kwam, hoorde haar altijd psalmen en lofliederen zingen. Zomer of winter, zij droeg altijd hetzelfde kleed en ging blootsvoets. De hemel zond zijn goedkeuring door in een nabij gelegen steen de afdruk van het kruis achter te laten. Voor Landrada was dat het teken om een daar kerk te bouwen voor Onze-Lieve-Vrouw. Dus begon ze met haar blote handen struiken weg te halen, het terrein te effenen en stenen aan te dragen. Vervolgens spande ze een touw waarlangs ze een muur begon te metselen. De steen met de kruisafdruk bewaarde ze om als altaarsteen te dienen. Toen het kapelletje af was, vroeg zij aan Bisschop Lambertus om het te komen inzegenen. In de jaren daarna kwamen steeds meer meisjes toegestroomd die haar leven wilde delen. Dat is het begin van Belisia Monasterii, ofwel Munsterbilzen. De latere Heilige Amalberga kreeg bij Landrada als klein meisje haar vorming. Volgens een legende liet Landrada Sint-Lambertus waarschuwen, dat haar einde naderde en of hij wilde komen. De heilige bisschop haastte zich naar haar toe om de Laatste Sacramenten toe te dienen. Zo stierf zij, broodmager, languit uitgestrekt op een paar strozakken, omringd door haar geestelijke dochters, in volledige overgave aan de Heer. Lambertus zou haar vervolgens hebben bijgezet in de kloosterkerk te Wintershoven.

Over Lambertus zijn we goed geïnformeerd door een eigentijdse levensbeschrijving. Hij moet een geboren Maastrichtenaar (Sint-Pieter) geweest zijn. Waarschijnlijk zag hij rond 650 het levenslicht en was hij van adel. Zijn opleiding kreeg hij als kind al bij Sint-Landoaldus in Wintershoven en later in de aula regia, het ‘koninklijk paleis’, te Maastricht. Vervolgens werd zijn opleiding voltooid door Bisschop Theodardus van Maastricht († ca 670). Rond 672 volgde Lambertus zijn leermeester als bisschop van Maastricht op. Hierover weet de legende te vertellen dat Theodardus in de buurt van Landau bij Speyer werd vermoord. Sint-Landoaldus, de leermeester van Lambertus in het klooster van Wintershoven, was oorspronkelijk een priester te Rome en was van Longobardische afkomst. Hij was één van de gezellen die Amandus omstreeks 650 meekreeg van Paus Martinus I om hem te steunen bij zijn voorgenomen missioneringsarbeid in het gebied tussen Maas en Schelde. Landoaldus nam hier de pastorale zorg en werd na het vertrek van Amandus naar Gent, de overste van het klooster in Wintershoven. Sint-Landoaldus diende de opvolgers van Amandus, de bisschoppen Remaclus en Theodardus van Maastricht. Het is trouwens de vader van Lambertus, Aper, die het domein van Wintershoven aan Amandus geschonken zou hebben. Rond 650 werd het houten kerkje te Wintershoven, dat aan Sint-Pieter gewijd was, gesticht. Ook Sint- Landoaldus werd na zijn overlijden – en later ook zijn metgezellen – begraven in de kloosterkerk te Wintershoven.

Al deze mensen zouden dus, met uitzondering van Lambertus, in de kloosterkerk van Wintershoven zijn begraven. In de 8ste eeuw werden hun relieken door bisschop Floribertus van Luik verheven tot de eer der altaren, wat in de Middeleeuwen gelijk stond met een heiligverklaring. Later zouden ze, onder dreiging van de Noormanneninvallen, opnieuw zijn begraven. In 980 gaf bisschop Notger van Luik toestemming om de relieken over te brengen naar de Sint-Baafsabdij te Gent, welke door Amandus was gesticht, om ze daar als heiligen te vereren. Wintershoven trachtte de relieken terug te krijgen, en vanaf de 17de eeuw kwamen er inderdaad relieken terug. In 1897 bezat Wintershoven niet alleen de relieken van de oorspronkelijk in Wintershoven begraven heiligen, maar ook relieken van Lambertus. Dit ging gepaard met grote feestelijkheden. Tijdens de drie maanden die volgenden op de terugbrenging van de relieken van de Heiligen van Wintershoven vanuit Gent naar Wintershoven, kwamen meer dan 17.000 gelovigen de relieken aldaar vereren.

In 1984 werd het Gentse reliekschrijn van de Heilige Landoaldus en zijn metgezellen, dat zich intussen weer in Wintershoven bevond, geopend en onderzocht. Daarbij werd, naast de relieken ook enkele cedulae (reliekenattesten) gevonden. Een aantal botten werden aan een C14-onderzoek onderworpen. Uit de dateringen die het C14-onderzoek opleverde, bleek dat de beenderen inderdaad uit het midden van de 7de eeuw stamden. Hoewel elke heilige een eigen feestdag heeft, vindt de belangrijkste verering ervan plaats op Allerheiligen en Allerzielen. Dan worden de relieken van de Heiligen van Wintershoven ter verering uitgestald voor het altaar van de kerk in Wintershoven.

 

 

Wintershoven in Haspengouw is in de Nederlanden één van de oudste centra van Katholieke missionering. In 1662 schreef de toen 64 jarige pastoor Lambertus de Heers een geschiedenis van de Wintershovense Heiligen.

 

Deel dit artikel:Share on Facebook5Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Comments

    willy

    (10 september 2018 - 10:45)

    Over de Heiligen kan men steeds iets leren. Hun geschiedenis is een voorbeeld voor ons. Nu zeker nu vele mensen leven los van God en waarden hanteren die uit de verlichting komen, en niet meer gebaseerd zijn op waarden die gebaseerd zijn op te geopenbaarde moraal uit de Bijbel!

    Bart

    (10 september 2018 - 11:22)

    Dit soort geschiedenissen doet me realiseren in welk comfort dat we leven en wat onze vroegere broeders en zusters over gehad hebben om ons te geven wat we zo vaak als vanzelfsprekend aannemen. Hun zwoegen en sterven heeft voor een niet te onderschatten deel ons heil bewerkt.

    A. G. Stinus

    (10 september 2018 - 19:20)

    Dank voor dit interessante artikel. Tegenwoordig hebben we terug mannen en vrouwen nodig die zoals Ste. Landrada van wanten weten, met praktische én heilige bezieling.

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.