Zijn Geloof en wetenschap compatibel?

“Ze hebben de Waarheid van God tegen de leugen geruild, en liever het schepsel geëerd en gediend dan de Schepper.”  Romeinen 1:25

Sommigen beweren, dat er geen werkelijk conflict bestaat tussen Geloof en wetenschap. Anderen bestrijden deze visie en stellen, dat er voortdurend conflicten zijn tussen de ontdekkingen van wetenschappers en de Heilige Schrift. Het klopt inderdaad, dat wat de Heilige Schrift zegt, ogenschijnlijk niet altijd strookt met de (voorlopige) resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Hoe dan ook staan Geloof en wetenschap zeer zeker dicht bij elkaar. Beide terreinen claimen op zoek te gaan naar dé waarheid, een waarheid die we klaarblijkelijk nooit helemaal kunnen vastpinnen, maar die er wel degelijk is. Toegegeven, het Geloof heeft de perceptie tegen, aangezien de hedendaagse wetenschappelijke ‘vooruitgang’ het Geloof ongeloofwaardig lijkt te maken. Maar wetenschappers die met ‘grote zorg’ wetenschappelijke methoden voor onderzoek opstellen, dreigen ook hun geloofwaardig te verliezen, wanneer steeds maar weer opnieuw blijkt, dat zij zonder verpinken hun methoden én ‘wetenschappelijke’ interpretaties eenvoudigweg door andere methoden en interpretaties vervangen, wanneer blijkt, dat eerder onderzoek vals blijkt te zijn. We moesten hier aan denken, toen we enkele weken geleden lazen, dat het “water op Mars” volgens de NASA nu “los zand” blijkt te zijn. Het is inderdaad gevaarlijk om Geloof en wetenschap met elkaar te vermengen, aangezien beiden – zeker tegenwoordig – op een andere niveau opereren. Wetenschap gaat enkel over de fysica, en beperkt zich hoofdzakelijk tot de zichtbare wereld, terwijl Geloof over de metafysica gaat, en net ‘achter de wereld’ probeert te kijken. Fundamenteel is, dat de metafysica niet de wereld onderzoekt, zoals die waarneembaar is via de zintuiglijke waarnemingen (fysica), maar de metafysica gaat net op zoek naar het wezen van de ‘werkelijkheid’ en wat haar constitueert.

Een kleine tien jaar geleden schreef de Amerikaan Russell Shorto een boek over de schijnbare botsing tussen wetenschap en Geloof. In zijn boek ‘De beenderen van Descartes’ schrijft Shorto dat de strijd tussen wetenschap en Geloof reeds vier eeuwen geleden begon. In de tijd de bekend staat onder de naam van ‘de Verlichting’ ontstond er een tsunami aan pogingen om de natuur en de wereld wetenschappelijk te doorgronden. Bekende onderzoekers deden in de 17de eeuw hun werk: Galileo Galilei, Blaise Pascal, Francis Bacon, etc. Maar het probleem was dat hun werk versnipperd was en hun vaak amateuristische ‘experimenten’ leidden eerder tot verwarring dan tot verheldering. Dat kwam omdat hun denkbeelden niet pasten in het denkkader – het paradigma – van die tijd. Hun bevindingen steunden niet op Aristoteles of de Bijbel. Daarom ervoeren mensen deze verwarrende tijd als een crisis. Het was de Nederland werkzame René Descartes die een oplossing zocht voor het ontstane filosofische vacuüm.

In zijn verhandeling Discours de la méthode, die in 1637 anoniem zou verschijnen, spoort Descartes de lezer aan om in plaats van op boeken, overlevering of traditie, enkel op de denkstappen van het eigen verstand te vertrouwen. Hij baseerde kennis dus niet op de Bijbel of op koninklijke macht, maar op de menselijke rede. Met andere woorden, het was een soort emancipatiebeweging waarbij je dus zélf moest gaan nadenken. Het is op basis de zogenaamde ‘Cartesiaanse methode’ dat de hedendaagse wetenschap zich ontwikkelde. Descartes probeerde eigenlijk ook wetenschap en Geloof ieder een eigen terrein te geven. En hij deed dat door bijna letterlijk een muur te plaatsen tussen wetenschap en Geloof. De wetenschap zou voortaan enkel nog gaan over materiële zaken; over de stoffelijke wereld, en het Geloof zou zich enkel nog maar met onstoffelijke, geestelijke zaken bezighouden. Descartes wilde het Geloof beschermen tégen de bemoeizuchtige inmenging van de wetenschap, maar hij creëerde daarmee een nog veel groter probleem.

Ook René Descartes was een revolutionair, die het Klassieke wereldbeeld – gevestigd op de ideeën van Aristoteles – probeerde omver te werpen. Met zijn ‘Cartesiaanse methode’ introduceerde Descartes ook de ‘Cartesiaanse twijfel’. Deze methodische twijfel is in de filosofie van René Descartes een manier van zoeken naar zekerheid door systematisch aan alles te gaan twijfelen. Op het eerste zicht lijkt deze methode ‘vruchtbaar’ te zijn, maar afbreken, is natuurlijk altijd makkelijker dan opbouwen. Hetgeen de huidige generatie wetenschappers – die overlopen van de ‘Cartesiaanse twijfel’ – uit het oog hebben verloren, is dat Descartes voorstelde om niet alleen te twijfelen aan de ‘heilige boeken’, maar om ook te twijfelen aan wetenschappelijke inzichten. Als je alles weglaat waaraan getwijfeld kan worden, houd je volgens Descartes alleen datgene over dat noodzakelijk waar is, want “initieel is niets zeker”. Volgens Descartes bestaat er altijd twijfel aan de echtheid van zintuiglijke waarnemingen, waarvoor hij in zijn werk Méditation métaphysique het voorbeeld van optische illusies gebruikt. Een mooi voorbeeld zou bijvoorbeeld ook de beruchte ‘Evolutietheorie’ kunnen zijn.

Daarnaast bestaat er ook nog zoiets als de ‘hyperbolische twijfel’ en de ‘metafysische twijfel’. Deze twijfel bereikt uiteindelijk álle aspecten van de werkelijkheid, waaronder dus ook abstracte begrippen en wiskundige ‘waarheden’. Overgeleverde waarheden kunnen onwaar zijn, maar ook hedendaagse, wetenschappelijke waarnemingen en bevindingen kunnen bedrieglijk zijn. Descartes realiseerde zich: “Wát ik denk is in de meeste gevallen niet waar, maar dát ik denk, wél”. Dit gedachteproces leidde bij Descartes uiteindelijk tot een absoluut weten, het cogito. Zo kwam hij tot zijn bekende conclusie: Cogito ergo sum (= Ik denk, dus ik ben). Het ergo of het ‘dus’ drukt echter geen conclusie uit, maar is een explicatie van wat er al was. Het ‘zijn’ ligt dus besloten in het ‘denken’. Het enige wat je dus écht zeker kan weten, is dat je bestaat, want je denkt, je denkt te voelen, en je denkt te twijfelen. Descartes stelt dus, dat het ‘zijn’ besloten zou liggen in het ‘denken’. Op zich is dit een Copernicaanse Revolutie aangezien de maat voor de ‘waarheid’ niet langer God is, maar de menselijke ‘rede’ en uiteindelijk de mens zélf.

Ook hier krijgen we dus te maken met een verschuiving van theocentrisme naar antropocentrisme. Deze verschuiving heeft zich ook voorgedaan in dé wetenschap waar God niet langer het fundament is. Dit verklaart ook waarom er in de moderne wetenschap géén plaats meer is voor God en waarom wetenschappers tegenwoordig zoveel moeite hebben met het concept God. Zonder het waarschijnlijk zelf te willen, zet Descartes in feite God zonder meer buiten spel. Dit feit lag aan de basis van de zogenaamde ‘Wetenschappelijke Revolutie’ van de 17de eeuw. Uiteindelijke betreft dit niet een plotse opbloei van de wetenschappen, maar eerder een paradigma shift die God uit het wetenschappelijk onderzoek bant. Hoe dan ook werden toen de bouwstenen van de moderne wetenschap gelegd, helaas is men vergeten om eerst een degelijk fundament te leggen.

Waar voordien een wetenschapper geloofde, dat God hem de aarde, de natuur, de dieren en planten had geschonken, en dat God zélf de verklaring voor alles was, veranderde dit in de 17de eeuw. Descartes leerde zijn zeventiende-eeuwse tijdgenoten dat ze overgeleverde en ingebeelde meningen voor waar hielden en dat het zaak was aan die ‘dromen’ te gaan twijfelen. De Duitse filosoof Wilhelm Leibniz herleidde mens en natuur tot een enkel stofje en op eigen wijze deed Spinoza iets soortgelijks. Bovendien liet de jood Spinoza niets heel van de Bijbel als Geopenbaarde Waarheid. God werd als het ware voor eens en altijd in Zijn hemel opgesloten. Aan deze ‘Wetenschappelijke Revolutie’ was er echter niets ‘wetenschappelijks’, maar eerder betrof het een ‘revolutie in de geesten’. Dit zorgde ervoor, dat de wetenschap – of beter nog de techniek – werd losgekoppeld van filosofische, immateriële denkwijzen. In dat opzicht waren het niet eens zozeer de ontdekkingen zelf, maar veel eerder de nieuwe benaderingen en denkwijzen die de ‘basis’ legden voor de zogenaamde ‘Wetenschappelijke Revolutie’. Filosofie en theologie delfden het onderspit en namen sterk in belang af. Hiermee werd de basis gelegd voor wat men de ‘Verlichting’ zou gaan noemen en werd de secularisering van latere tijden ingeluid.

Hetgeen men echter over het hoofd ziet, is dat zonder God de wetenschap in een existentieel vacuüm terecht komt, want wie garandeert ons – zoals Descartes zelf reeds opmerkte – dat er geen bedrieglijke demon (= malin génie) bestaat die ons bij het simpelste optelsommetje de verkeerde getallen doet uitkomen? Kan men dan überhaupt nog iets weten? Descartes twijfelt echter niet aan de twijfel zélf. Daarnaast neemt Descartes aan, dat door de zekerheid van het bestaan van een God, die het malin génie uitschakelt, dat de werkelijkheid zich ook voordoet zoals zij is. Vanuit deze grondslag probeerde Descartes God en de werkelijkheid op basis van in zijn ogen onbetwijfelbare argumenten opnieuw op te bouwen. Volgens ons slaagt Descartes er echter niet in om het malin génie te ontkrachten en zaagde hij de tak af waarop hij zelf zat. Uiteindelijk werd hier de ‘basis’ gelegd voor wat Jozef Kardinaal Ratzinger de ‘Dictatuur van het Relativisme’ zou noemen.

Descartes steekt met zijn ‘Cartesiaanse twijfel’ fors van wal en slaat tegelijkertijd ook de bodem uit zijn eigen denkkader. Descartes realiseerde zich dit en lijkt vervolgens dan op de één of andere manier terug te krabbelen naar iets wat er intussen al niet meer was. Ook Ludwig Wittgenstein had fundamentele kritiek op Descartes en legt er sterk de nadruk op, dat bijvoorbeeld de juiste betekenis van woorden en termen slechts kan vastgesteld worden in een publieke context. Als men van een ‘Cartesiaanse twijfel’ uitgaat, en dus van niets zeker kan zijn buiten zijn eigen twijfel of bestaan, kan men nooit de waarheid en juistheid van termen rondom zich vastleggen. Volgens Descartes zou de ‘rede’ echter wél kunnen bepalen wat ‘waar’ of ‘onwaar’ is. Zelfs indien dit waar zou zijn, dan nog is dé ‘rede’ een zeer leeg vat, dat maar weinig zin geeft aan het leven.

In zijn omvangrijke hoofdwerk, The Sources of the Self – The Making of the Modern Identity (1989), beschrijft de Canadese filosoof Charles Taylor hoe onder invloed van de zogenaamde ‘Verlichting’ de moderne mens zichzelf als een autonoom subject – van God los – definieert. De moderne mens is tegenwoordig inderdaad ‘vrij’, maar Taylor laat zien dat die vrijheid een negatieve vrijheid is. Het is een vrijheid die nergens naar op weg is. De hedendaagse vrijheid is met andere woorden leeg en ze mist elke inhoud. Onder invloed van de ‘Verlichting’ is de ethiek bovendien verworden tot een puur formalisme. Dit alles mondt uit in een systeem van regels voor onderling verkeer, waarbij individuen elkaar bij hun ‘zelfverwerkelijking’ zo min mogelijk in de weg mogen zitten. Kortom, dit is de materialistische ideologie van het liberalisme, dat in het kapitalisme zijn economische tegenhanger vindt. Taylor stelt vervolgens, dat deze levensvisie zich de afgelopen decennia begint te wreken. Een ‘vrijheid zonder doelstellingen’ is een ‘vrijheid zonder zin’ geworden. Bovendien heeft de overdreven nadruk op het autonome subject tot een samenleving geleid die door desintegratie wordt bedreigd. Waar in steden van enige gemeenschapsvorming allang geen sprake meer is, zien we nu ook, dat de dorpsgemeenschappen uit elkaar beginnen te vallen. Wegens de mislukte integratie van de nieuwkomers – want waarin zouden zij zich moeten integreren? – zien we nu de opkomst van een romantische zoektocht naar een ‘nationale identiteit’ als maatschappelijke kleefstof.

Kortom, het zo bejubelde individualisme is doorgeschoten naar een voornamelijk hedonistisch ingekleurd narcisme, dat uiteindelijk tot een steeds grotere eenzaamheid leidt. ‘Zelfverwerkelijking’ betekent in deze context het najagen van snelle materiële kicks en wie niet mee kan, wordt al snel als een loser gedumpt. De laatste restjes ‘solidariteit’ beperken zich tot het eens in de zoveel tijd storten van een geldbedrag tijdens door de media georganiseerde liefdadigheidsorgiën en het meebeleven van al dan niet koninklijke emo-momenten. Aangezien de individuen elkaar bij hun ‘zelfverwerkelijking’ zo weinig mogelijk mogen hinderen, blijft er van een gemeenschappelijk discours niets meer over. Uiteindelijk is binnen de huidige verdeelde en gefragmenteerde ‘samenleving’ niets nog waar, aangezien ieders mening gelijkwaardig is. Zo krijgen de media echter de vrije baan om hun ‘waarheid’ op te dringen. Overheden maken hier dankbaar gebruik van door het lanceren van fake-news en gemanipuleerd ‘wetenschappelijk’ onderzoek in de hoop de publieke opinie naar hun hand te zetten en daar vervolgens politieke ‘consequenties’ aan te koppelen. Nooit eerder was de ‘waarheid’ zo dood en begraven en nooit eerder werd de ‘werkelijkheid’ méér gemanipuleerd dan nu.

Elon Musk, verantwoordelijk voor het succes van PayPal, algemeen directeur (CEO) en Chief Designer van SpaceX, algemeen directeur en productarchitect van Tesla en voorzitter van SolarCity, claimde nog niet zo lang geleden in een interview, dat de kans dat wij niet in een gesimuleerde werkelijkheid leven 1 op een miljard is. Musk is er dus van overtuigd dat wij in een soort van Matrix leven. Een computersimulatie waardoor alles om ons heen echt lijkt, maar in werkelijkheid alleen in ons hoofd zit. Hij is echter niet de eerste die een soortgelijke bewering doet. Denk terug aan bijvoorbeeld Descartes. Zijn bekende woorden Cogito ergo sum komen voort uit eenzelfde standpunt, al had Descartes het niet over een computer, maar over een ‘demon’ (malin génie) die onze waarnemingen zou kunnen manipuleren. Musk wijst op het razende tempo waarmee technologie zich ontwikkelt. Hij neemt het spelletje Pong als voorbeeld. Je kent het wel: die twee rechthoekjes, met in het midden een stip die heen en weer gekaatst moet worden door de spelers. Musk zegt, dat 40 jaar na de lancering van Pong, er nu realistische 3D-simulaties bestaan die door miljoenen mensen tegelijkertijd kunnen worden gespeeld en ooit zullen er games ontwikkeld worden die niet te onderscheiden zijn van de werkelijkheid.

Is er een uitweg? Ken Wilber, een Amerikaanse filosoof, maakt bijvoorbeeld onderscheid tussen twee benaderingen van dé werkelijkheid. Aan de ene kant is er de wetenschappelijke methode van onderzoeken en denken, namelijk de objectieve en empirische benadering. Daarbij maak je alleen maar gebruik van de cognitie; de rede. Aan de andere kant is er de zogenaamd ‘subjectieve’ benadering, waarbij je hoofdzakelijk uitgaat van persoonlijke ervaringen en waarbij ook het gevoel en de emotie een belangrijke rol spelen. Zowel cognitie als emotie resulteren bij de mens in een bepaald cultureel gedrag. Ken Wilber geeft het voorbeeld van het hersenonderzoek. Onderzoekers kunnen de elektrische golven in de hersenen meten en kunnen dus vaststellen, dat er objectief gesproken ‘activiteit’ is, maar diezelfde wetenschappers kunnen niet zien wat iemand subjectief denkt of voelt en hoe belangrijk dit voor de persoon in kwestie is. Wetenschappers kunnen met hun methode mensen dus niet écht doorgronden. Daarvoor blijf je aangewezen op interpretatie, en om te weten wát iemand denkt en voelt, moet je met elkaar in gesprek gaan. Op dat ogenblik verstoort de ingreep van de wetenschapper natuurlijk de objectieve waarneming, maar het gesprek is voor een juistere interpretatie van de werkelijkheid onmisbaar. Met objectiviteit onderzoek je oppervlakken, de buitenkant en gaat het enkel om kwantiteit, met subjectiviteit onderzoek duik je echter de diepte in, en gaat het om kwaliteit. In het geval van objectiviteit ‘meet’ je de werkelijkheid en in het geval van subjectiviteit ‘meet’ je de waarachtigheid, we peilen diepte.

Van een mens kan je nu eenmaal niet zeggen of hij of zij ‘waar’ is, maar je kan wél onderzoeken in hoeverre hij of zij ‘waarachtig’ is. Iemand die liegt, is duidelijk minder waarachtig dan iemand die de waarheid spreekt. Iemand die zijn tekortkoningen niet wegmoffelt, maar er eerlijk probeert mee te leven en tot inkeer wil komen, is duidelijk waarachtiger dan iemand die de schijn probeert op te houden. Als je jongeren vraagt naar wat zij belangrijk vinden, dan antwoorden zij vaak: “Authenticiteit”. Authenticiteit vind je niet wanneer je hersengolven bestudeert, maar wél wanneer je de ander ‘ontmoet’. En precies daarom gaat het in het Geloof. Psalm 139 is een voorbeeld van waarachtigheid. Jezelf eerlijk onder ogen zien en dan beseffen, dat je jezelf, de wereld, dé waarheid en God nooit helemaal zult kennen. Maar tegelijk ervaren dat je toch gekend bent.

Daarom is twijfel niet belangrijk, omdat ik weet, dat GOD IS. In feite verhaalt de Heilige Schrift ons hoe God Zich ‘onzichtbaar’ openbaart en lezen we in de Heilige Schrift over de worsteling van mensen die met geleerde onwetendheid op zoek gaan naar God en geconfronteerd willen worden met God. Gelovig zijn, is je denken niet dichttimmeren, maar openen, en altijd op zoek willen gaan hoe God zich vandaag weer zal openbaren.

God heeft Zich in het verleden aan de mens op onderscheiden wijzen geopenbaard. Van Adam tot Abraham als Elohim, dit is “God, de Schepper” (Genesis 20:13 – 35:11 – Exodus 6:2–3). Aan Abraham, Izaak en Jakob (Genesis 17:1) als El Shaddaï, dit is “God de Almachtige”. Aan Mozes als de IK BEN of JHWH (Jahweh): En God zei tegen Mozes: “IK BEN: “IK BEN” (Exodus 3:14)”. Nu reeds bestaat een zo innige band tussen Hem en ons, want Hij die het Leven is, is de Weg naar de Waarheid. God is de Grondslag; het Fundament. De Heilige Schrift leert ons: “De steen die de bouwers (= de vrijmetselaars; de ongelovigen) afkeurden, is de Hoeksteen geworden” (Mt. 21,42). In het Evangelie van Johannes zegt God tot zeven maal toe van Zichzelf:

 

IK BEN

het Brood des Levens (Johannes 6:35)

het Licht der Wereld (Johannes 8:12)

de Deur voor de Schapen (Johannes 10:7, 9)

de Goede Herder (Johannes 10:11, 14)

de Ware Wijnstok (Johannes 15:1)

de Opstanding en het Leven (Johannes 11:25)

 

IK BEN

de Weg, de Waarheid en het Leven (Johannes 14:6)

 

Deel dit artikel:Share on Facebook0Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Comments

    Eric

    (15 januari 2018 - 04:22)

    Alleen zij die verlangen met de geestelijke realiteit in aanraking te komen, of er op een of andere wijze voor open staan, zullen de geestelijke realiteit omhelzen en de niet te verwoorden eenvoud kunnen vatten van het allesoverstijgende Offer van Christus.

    Voor de anderen blijft geloof gelijk aan fictie.

    Wetenschap heeft hoogst dringend nood aan J.Lorber en J.Rulof.

    Hubert Luns

    (15 januari 2018 - 09:04)

    Ofschoon de Heilige Schrift ‘supra rationem’ is, mag volgens de Lutherse denktrant niets ‘contra rationem’ worden aangenomen. Thomas van Aquino zag het anders: als een geloofsartikel het verstand te boven gaat, zal het ooit in de toekomst begrepen kunnen worden. Zo leert het boek van de “Katholieke Dogmatiek” uit 1951 van de Dominicanen Maltha en Thuys (pp. 191-92): «« Het 5e concilie van Lateranen leert dat elke bewering die met een geloofswaarheid in strijd komt compleet vals is. Vaticanum I bevestigt dat er geen tegenstrijdigheid kan bestaan tussen geloof en rede. Daar zowel de geloofswaarheid als de natuurlijke waarheid uiteindelijk steunen op Gods verstand, kan er onmogelijk tegenspraak zijn tussen wat wordt geloofd en wordt ingezien. Vandaar moet elke moeilijkheid van de rede minstens in die zin worden opgelost dat men aantoont dat zij niet noodzakelijk steekhoudend is op het gebied van deze of gene bovennatuurlijke werkelijkheid. »»

    Via analogie met natuurkundige wetten kunnen we aantonen dat Thomas van Aquino gelijk had en Luther ongelijk. Het natuurkundig onderzoek kent heel wat verschijnselen die niet begrepen worden. Zo is men het erover eens dat de zwaartekracht een groot vraagteken is. Nochtans betreft het de belangrijkste grootschalige wisselwerking in het heelal. Een van de konsekwenties van dit gebrek aan inzicht is dat er geen objectieve maatstaf bestaat voor de bepaling van het gewicht van één kilogram (het standaard kilogram fluctueert). Gewicht kan makkelijk worden ervaren, maar de zwaartekracht zélf is niet waarneembaar. In dit opzicht lijkt de zwaartekracht op een geloofsartikel. Het ‘geloof’ in de zwaartekracht is net zomin als bij een geloofsartikel uit de lucht komen vallen en men vertrouwt erop dat deze eens zal worden begrepen.

    Hubert Luns

    (15 januari 2018 - 09:14)

    Zoek via Google: Breuk Religie-Wetenschap – Hubert_Luns

    willy

    (15 januari 2018 - 13:17)

    filosofie brengt ons niet dichter bij God, of meer kennis over God . Dus filosofie bracht ons relativisme op alle gebieden en zeker over God, goed artikel !

    Piet

    (15 januari 2018 - 13:25)

    Ken Wilber, ..en zijn onderscheid tussen twee benaderingen van dé werkelijkheid impliceert de kenleer, de kenleer is tot nu aan toe ‘enkelvoudig’ vandaar dat de wetenschap deze naar zich toe heeft getrokken.

    De twee benaderingen van Ken Wilber, kan men duiden als een tweeledigheid van kennen.
    Deze kenleer “vind je” bij Nostradamus..Citaat:
    De maan midden in de nacht boven op de berg (berg Sion)
    De nieuwe wijsgeer heeft haar met zijn ééne gedachte gezien
    Door zijn discipelen de onsterfelijke genoemd.
    De ogen naar het zuiden gericht: ..in zijn gevoelens,
    handelingen en lichaam geestdriftig.

    De uitleg is als volg..de maan heeft het licht van de zon.
    De nacht is de mystieke nacht van de ziel als distantie omwille van (het) zichzelf, distantie wordt relationeel overbrugd..als de zondige mens is gereinigd van de zondige oude mens wordt hij bevestigd door Hebr.4:12, de hypostatische Mensengel in Openb.10.

    Door genade is de mens (dan) zichzelf, vrij van zonde en koning over het Rijk der ziel en waar Christus dan koning der koningen is, de hypostase van natuur en genade.
    Hij is dan een nieuwe wijsgeer, door de reiniging van de ziel wordt de verdeeldheid in zichzelf in gebrokenheid (in-consistent-ie) tot zijn ééne gedachte, hersteld in de oorspronkelijke consistentie van vóór de zondeval..in Ezechiël 28:13-16, glorievol uitgedrukt in de getelde 9 edelstenen.
    Hebr.4:12 is de grondslag, voor de onsterfelijkheid ..is het beginsel, de eeuwige jeugd, niet meer onderhevig aan ouderdom vandaar dat de discipelen hem (alvast) de onsterfelijke noemen. De ogen naar het zuiden gericht betekent..hetgene wat het lichaam betreft, zijn gehele wezen wordt getransformeerd door het Woord het licht.

    Dus is er een distantie omwille van het object-ief-e en er is een distantie omwille van het zichzelf en dat heeft alles met geloof, God en Heilige Schrift te maken, de Heilige schrift is voor de gelovige dat wat het onderzoek is voor de wetenschap–per ..dus een tweeledigheid van kennen en als Adam niet gezondigd had had hij deelgenootschap gehad aan de wetenschap van de onsterfelijkheid.

    De grote Waarschuwing betreft het oordeel in het 6e zegel, als ook o.a. het oordeel in Openb.20:4.. dat de grondslag is voor het oordeel op de jongste dag bij het laatste oordeel (Openb.20:11-)
    De Waarschuwing zal bewerken wat te lezen is in Jesaja 54:11-14- ..vers 13 -> en al die bouwen worden door Jahweh zelf onderricht….. aldus zo spreekt de Maleachibode.. van bij ons in Nederland, zoals hij spreekt “vertaal” ik.

    Kijken we naar Daniël 7:9-14 dan zien we dat de Maleachibode gelijk heeft want in vers 11 wordt de valse profeet gedood in het oordeel van het 6e zegel want in vers 12 komen de andere beesten weer terug met de antichrist.
    Nostradamus zegt daar het volgende over..
    •en na de grote hond zal de meest gruwelijke bulhond tevoorschijn trefen, die alles vernietigen zal, zelfs datgene dat tevoren tot stand werd gebracht….aldus zo spreekt de Maleachibode..!!!

    Piet

    (15 januari 2018 - 13:47)

    Wat de Maleachibode nog meer zegt over Nostradamus..

    Verenigd door de wet van de zon en van Venus.
    Zich toeëigenend de geest der profetie.
    Noch de een, noch de ander zal gehoord worden.
    Hij zal de wet van de grote Messias gestand doen door de zon.(alle planeten op een lijn met de zon..een uitgaande kracht van de zon tot de aarde en een trekkracht van de andere planeten tot de aarde, kijk maar naar de illuminati zij weten ervan en menen dan de lans van het lot te kunnen bezitten, maar Lodewijk XVI zal die brengen en geven aan Zemach.)….

    Hoet

    (16 januari 2018 - 09:54)

    Mag ik de naam weten van de schrijver van deze bijdrage?

    A. G. Stinus

    (16 januari 2018 - 17:05)

    … Geloof en wetenschap zijn heel zeker compatibel. Wie denkt dat het niet zo is, zit waarschijnlijk ergens gewrongen met de interpretatie van de Schrift.

    … Citaat van Joseph Ratzinger (paus Benedictus XVI) : “Ons godsbeeld wordt groter en wijder door de wetenschappelijke kennis, waarin wij de veelsoortige refracties van het goddelijke verstand in de werkelijkheid kunnen waarnemen”.

    … Zwaartekracht (enz.) kunnen we niet echt “verstaan”. We kunnen ze alleen zo exact mogelijk beschrijven via wiskundige weg, voor zover het reproduceerbare verschijnselen betreft.

    mark waterinckx

    (16 januari 2018 - 21:51)

    Als licenciaat in de scheikundige wetenschappen(Univ. Gent) zeg ik dat er geen discrepantie is tussen geloof en wetenschappen

    Peter

    (16 januari 2018 - 22:13)

    “De Wetenschap” zoals die op een voetstuk ter aanbidding wordt geplaatst en de “wetenschappers” als hogepriesters worden aanbeden in universiteiten, hebben (zoals het ook in het artikel beschreven is) helemaal niets te maken met de Katholieke Godsdienst. Het is een aaneenkoppeling van dwaasheden die de mens verheft en zich de gevestigde goddelijke wetten meent te buigen naar het verlangen van de verdwaalde mens.
    Deze verworven “kennis” is slechts een dwaasheid ten opzichte van de onbeschrijfelijke Goddelijke Wijsheid en betekend niets in Gods ogen. “De wetenschap” is één van de vervangnamen voor God. Het is een hoogmoed van de mens die zich, zoals de meester van de leugen Satan, door dwaze ingewikkelde theorieën, van zichzelf een verheven beeld geeft.

    Eric

    (17 januari 2018 - 05:16)

    Zoals ‘wetenschap’ in haar hoogmoed niet de essentie van het leven kan herkennen in het Offer van Christus,
    zo kan ‘wetenschap’ niet de zwaartekracht herkennen als de liefdevolle omhelzing door de levende planeet, van alles wat haar toebehoort.

    Wat de liefde doet op een planeet,
    dat is ook in de hemel gedaan
    en blijft eeuwig.

    Maar wat de koude wereldwijsheid doet,
    dat verslindt de bodem van de planeet,
    en voor de eeuwige hemel blijft niets over.

    – beknopt J.Lorber.

    A. G. Stinus

    (17 januari 2018 - 16:28)

    Beste Peter en Eric,

    – Helaas zitten jullie verkeerd. Ik heb zo’n 40 jaar gewerkt in de exacte wetenschap, en de wetenschap wordt daar niet “aanbeden”. Een echte wetenschapper gaat bescheiden op zoek naar waarheid zoals die vast te stellen is in de natuur. Lees hierboven eens het citaat van Joseph Ratzinger (paus Benedictus XVI) en denk daar eens over na. Maar misschien weten jullie het veel beter dan de paus ?

    – Ik ben gelovig en zie niet de minste tegenstelling tussen wetenschap en katholiek geloof. Ze hebben immers één en dezelfde oorsprong : God.

    – Door moderne ontwikkelingen in de wetenschap zijn er zelfs duidelijker aanwijzingen gekomen voor het bestaan van God, waardoor de atheïsten het steeds moeilijker krijgen om God weg te redeneren.

    – Toppunt is dat allerlei uitspraken van Jakob Lorber zonder de minste kritiek voor waar aangenomen worden. Dan worden de getijden veroorzaakt door “longen” van de aarde, die zich bevinden onder de Atlantische oceaan. Te gek om los te lopen. Enzovoort.

    – Wie wetenschap wil veroordelen moet er eerst iets van kennen.

      Peter

      (17 januari 2018 - 22:21)

      Beste A. G. Stinus,
      Lees mijn reactie nog eens a.u.b. Is het soms verkeerd aan te geven dat God ALLE lof en eer toekomt. Daar gaat juist mijn reactie over.
      Wist Paus Benedictus het ook beter in Assisi, in de Joodse synagoge, enz…? Kreeg God daar alle eer, lof en glorie?
      Ik haal aan dat de menselijke wijsheid stof en niets is tegenoverstaande Gods oneindige wijsheid en dit haalt u niet aan. Als u gelovig bent, zou dat niet moeilijk te begrijpen zijn voor u nietwaar?
      Ik zou u zoveel meer kunnen aanhalen, zoals b.v. de wonderbare vaardigheden van de simpele timmerman Sint Jozef, en de Moeder Gods die o.a. het kleed van Jezus weefde zonder naad.
      Oh hoogmoedige mensen die de lof en eer aan God beroven, want “de wetenschap” zoals die heden wordt aanbeden is niet afkomstig van God maar van de mensen gedachten. Lees maar eens in de Heilige Schrift hoe Jezus de Heilige Petrus corrigeert als Jezus hem Zijn Kruisoffer aankondigt.

    Mathieu Albert

    (17 januari 2018 - 20:14)

    Beste A. G. Stinus,

    Als gelovige heb je natuurlijk absoluut gelijk wanneer je zegt: “Ik ben gelovig en zie niet de minste tegenstelling tussen wetenschap en Katholiek geloof. Ze hebben immers één en dezelfde oorsprong : God. ”

    Echter, het is ook een feit, dat de meeste wetenschappers ongelovig zijn of ten minste heel erg sceptisch staan ten overstaan van God.

    Daarnaast mag men ook niet uit het oog verliezen, dat heel wat atheïstische wetenschappers de wetenschap omwille van de atheïstische ideologie die ze willen promoten, de wetenschap misbruiken, door te stellen, dat de wetenschap het allemaal wel kan verklaren.

    Het hele punt van dit artikel is trouwens de stelling, dat de wetenschap al 200 jaar door de atheïsten wordt misbruikt.

      identicon

      Michaël Dekee

      (17 januari 2018 - 22:36)

      Daar wil ik in meegaan. In mijn jaren aan de unief in Gent heb ik het zelf meegemaakt: de wetenschap werd daar voortdurend aangewend om God te ontkennen. God en gelovige mensen werden belachelijk gemaakt. Vooral in de lessen van het vak Ecologie door prof. Lens waren ‘creationsten’ steevast kop van jut. De modellen en theorieën die er werden onderwezen (de zogenaamde wetenschap) verklaarden alles zonder dat God of de Bijbel eraan te pas komt – alles puur vanuit evolutionaire basis (evolutietheorie). Idem met bvb. het vak biochemie: daar werd ook de oersoeptheorie verkondigd toen de prof het had over het ontstaan van eiwitten, DNA etc. Nagenoeg àlle vakken en dus alle disciplines binnen de biologie waren erop gericht om God te ontkennen, ja zelfs in Filosofie van de biologie door prof. Johan Braeckman, waar o.a. intelligent design werd bediscussieerd. Het gros van de wetenschappers zijn keiharde sceptics (Einstein was een agnost, net zoals Darwin overigens), die niets van het bovennatuurlijke willen weten en alles vanuit de waarneembare “wetenschap” willen verklaren, en daar gaan ze soms ver in. “Zalig de armen van geest.”

    B. Brouwer

    (18 januari 2018 - 11:34)

    Als ik Mathieu Albert goed lees dan heeft hij meer problemen met ongelovige wetenschappers met een ‘dubbele agenda’ dan met de wetenschap ‘an sich’. En inderdaad, de computer en het internet, om maar eens wat te noemen, die “duivelse wonderen” van wetenschap en techniek, kunnen toch ook maar mooi het geloof dienen om aan iedereen (dus ook aan ongelovige wetenschappers met een ‘dubbele agenda’) te verkondigen dat de tijd vervuld is en het rijk Gods nabij; dus bekeert u en gelooft in de blijde boodschap.

    A. G. Stinus

    (18 januari 2018 - 17:16)

    … Men moet opletten dat men WETENSCHAP niet verwart met HOOGMOEDIGE WETENSCHAPPERS, want deze laatste zijn er inderdaad bij de vleet. Het is niet omdat er hoogmoedige wetenschappers zijn dat je de wetenschap moet veroordelen.

    … Wetenschap op zich is helemaal niet in strijd met het katholieke geloof. Sommige wetenschappers, vooral hoogmoedige, denken dat er geen God is, en dat ze alles kunnen “verklaren” door de wetenschap. Daarin zijn ze natuurlijk helemaal verkeerd.

    … “Alles is er gekomen via evolutie” is een veel gehoorde kreet. Maar daarmee kom je er niet, want 1) je moet eerst iets hebben vooraleer je evolutie kunt krijgen, en 2) alles in de bekende schepping lijkt juist zó voorzien dat finaal de mens er kon uit voortkomen, zij het wel de mens in de geschonden toestand (gevallen mens in een gekwetste wereld, na de erfzonde).

    … Ik ben net het boek “God of niets” aan het lezen, met de ideeën van de zwarte kardinaal Robert Sarah. Ook hij staat positief tegenover wetenschappelijk onderzoek (p. 240).

    Eric

    (19 januari 2018 - 06:26)

    Beste Stinus,
    sedert jaren knutsel ik aan eigen software en heb aldus een citatenprogramma dat zeer toegankelijk is en me het genot van een filosofische speeltuin schenkt. Daar tracht ik ook een bijbel aan te koppelen maar dat is zwaar verstandswerk.
    Je zult zeggen: zie eens wat je aan de wetenschap te danken hebt!
    Ja, maar, in 1976 kreeg ik van protestanten een lijstje van ca. 120 bijbelverzen, en dat groeide spontaan uit tot een gebedslijn. Die verzen staan in een klein zakboekje en in geestelijk waarde kan daar geen computer tegenop! Bovendien wordt men zelfs als DIY programmeur geconfronteerd met het probleem van eerlijk programmeren, hacken lijkt onvermijdelijk.
    Verzen in een zakboekje schrijven is fijn eenvoudig en maximaal profijtig.

    A. G. Stinus

    (19 januari 2018 - 17:10)

    Beste Eric,

    … Citaten opslaan is één ding. Of die citaten waar zijn is een ander paar mouwen. Dikwijls is een citaat ook maar een samenvatting van een breder iets, dat men niet zomaar simpel in een zinnetje kan gieten.

    … Vergeet niet dat men met losse citaten, zelfs Bijbelcitaten, grondig verkeerd kan zitten. Als de duivel Jezus bekoort (zie N.T.) citeert hij uit de Bijbel. Men moet de Schrift als geheel zien, en er zijn verstand en de bijstand van de Kerk bij gebruiken.

    Peter

    (20 januari 2018 - 14:04)

    ” Men moet de Schrift als geheel zien, en er zijn verstand en de bijstand van de Kerk bij gebruiken.” Precies beste A.G. Stinus, want dat laatste (bijstand van de H. Kerk) is wat o.a. de protestanten niet doen. De H. Kerk is door de eeuwen heen bijgestaan door God de H. Geest. Door dit te verwaarlozen verliest of weigert men automatisch deze onuitsprekelijke bijstand met al Zijn eeuwenlang onderricht.
    Laus tibi Christi +
    Ave Maria +

    Eric

    (21 januari 2018 - 07:04)

    Beste Stinus, beste Peter,
    – Het is een uitermate boeiende sport van op eender welke citaten te kauwen en er de goede en onzuivere bedoelingen in te herkennen. Speciaal daarvoor had ik een lijstje met waarderingen voorzien, waaruit men een selectie kan kiezen dat dan aan ieder citaat zou toegevoegd worden, maar in de praktijk niet echt werkbaar. Misschien moet het in een andere vorm gegoten worden.
    Ten zeerste opvallend: de weinige citaten van dames gaan altijd over liefde en neigen meestal naar sex.

    – Zulke verzameling bijbelcitaten in een klein schriftje kan men gemakkelijk aanvullen wanneer men doet waar het voor bedoeld is: de lezing van hele hoofdstukken.
    Het moet opgemerkt dat de protestanten zulk lijstje met voorbedoelingen in specifieke hoofdstukjes hadden ingedeeld. Op zich geen slecht idee want dat is geen doctrine en kan dat ook niet worden: men behoort altijd de vrije jacht van de H.Geest te respecteren, uiteraard met toezicht van de Kerkelijke Overheid.

    – Begin jaren tachtig verschenen de eerste nederlandstalige drukken van J Lorber en het spijt me nu heel erg dat ik geen indexering van onderwerpen maakte. Tot 1995 had ik slechts tweedehands computers zonder harde schijf. Ik ontken niet dat wetenschap nuttig kan zijn. Dat is nu een belangrijke reden waarom liefst alle bijbelvertalingen en profeten op computer zouden moeten beschikbaar zijn: door grotere toegankelijkheid dan heden het geval is kan de H.Geest meer greep krijgen op iedereen die al de minste nieuwsgierigheid aan de dag legt, zij het zelfs via willekeurige wereldse citaten. Dit is uitvoerbaar in de praktijk!

    – Men kan de zielen immers zachtjes naar inzicht en ont-dekking leiden via een AI, een intelligente mechanische assistent! Jongeren spelen spelletjes en daarbij suggereert de AI assistent diepere inzichten.

    A. G. Stinus

    (21 januari 2018 - 15:38)

    Beste Peter,

    … Je hebt volledig gelijk met de bijstand van de H. Geest aan de katholieke Kerk.
    … De protestanten zijn dan ook hopeloos verdeeld geraakt, en hun christelijk geloof is soms zeer verwaterd, “aangepast” aan de tijd.
    … Het droevigste is dat ze de meeste sacramenten overboord gegooid hebben, o.a. de H. Eucharistie en de biecht. Dat is een dramatische vergissing geweest.

    Vriendelijke groet, A. G. Stinus

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *