‘Bisschoppelijk mandement’ van 1966 deed de Kerk in Vlaanderen ontploffen

29 oktober 2017

Leo kardinaal Suenens was volgens Monde&Vie toen al de “nieuwe Luther”

‘België’ is sinds haar kerstening in de Vroege Middeleeuwen altijd al een oer-katholiek land geweest. In de grote steden zoals Gent, Brugge, Antwerpen, Mechelen, Brussel en Ieper bloeiden grote en geleerde abdijen en kloosters. Zij brachten het land hoogontwikkelde land- en handwerkactiviteiten en introduceerden daarnaast een grote religieuze traditie in de Hoge Middeleeuwen met de ‘Nederlandse’ mystiek en de Devotio Moderna. Het land werd diep getekend door een intensief doorgevoerde Contrareformatie. In de 19de eeuw was het Ultramontanisme in België zegenrijk, en dat bleef zo tot diep in de 20ste eeuw. Ook na de Tweede Wereldoorlog was het Katholicisme in België zeer levendig, later ook in negatieve zin. Belgische – voor het grootste deel zeer modernistische – prelaten hadden een zeer grote invloed in de voorbereiding van het Tweede Vaticaanse Concilie, en de Belgische primaat Leo-Jozef kardinaal Suenens, werd tot één van de vier moderatoren benoemd met als gevolg dat de Squadra Belga een dominante rol speelde bij de besprekingen.

Begin jaren ‘60 van de vorige eeuw beleefde België echter zeer turbulente tijden. De Nederlandstalige Vlamingen in het Noorden van België, die de meerderheid van de bevolking uitmaken, protesteerden toenemend en heel nadrukkelijk tegen de 130 jaar durende onderdrukking van hun taal en volkscultuur. Wallonië leed onder de zware crisis in de mijnbouw- en in de zware industrie. De in 1960 hals over kop doorgevoerde onafhankelijkheid van Belgisch-Congo schudde de paternalistische ingestelde Belgische staat door elkaar. In Vlaanderen zorgde een economisch herstel in de dienstensector en bij de middelgrote bedrijven voor een nieuw zelfbewustzijn. In Leuven, dat in het Nederlandstalige deel van België ligt, kwamen al die problemen samen als liggend onder een vergrootglas.

De oude universiteit die gesticht werd in 1425, is de grootste en oudste nog bestaande Katholieke universiteit van de wereld, die toen nog steeds onder het beheer van de Belgische bisschoppen stond, heeft pas in 1938 de eerste Nederlandstalige cursussen ingevoerd. De ruzies tussen de Vlaamse en de Waalse studenten waren legendarisch. Steeds weer rees er discussie over Nederlandstalige patiënten die communicatieproblemen hadden met Franstalige artsen in het St Pietersziekenhuis in Leuven. De toename van het aantal studenten maakte een uitbreiding van de universiteit dringend nodig, waarbij ‘de Walen’ die hele uitbreiding van de universiteit tussen Brussel en Leuven op Vlaams territorium wilden laten plaatsvinden. Zo wilde men een groot Franstalig gebied tussen Groot-Brussel, Leuven en Wavre uitbouwen. Dat werd door zo wat alle Vlamingen voor onmogelijk gehouden. Erg ongevoelige uitspraken over kinderdagverblijven en scholen voor Franstalig personeel van de universiteit vergiftigden de stemming nog meer.

Op 13 mei 1966, een vrijdagnamiddag, kondigden de Belgische bisschoppen een beroemd en berucht mandement – een herderlijk schrijven van de bisschoppen van een Kerkprovincie dat door de gelovigen gehoorzaam opgevolgd moet worden – aan: “Wij verordenen, dat de Universiteit van Leuven één moet blijven, in Leuven zelf, en dat elk die tot de universiteit behoort, ons niet tegenspreekt”. Een zeer duidelijke uitspraak, niet mis te verstaan. Een uitspraak, die met precies dezelfde woorden, 25 jaren eerder tijdens de Tweede Wereldoorlog werden uitgesproken door de Duitse bezetter. Dit bericht werd meteen door de televisie en de radio verspreid. De kranten brachten er pas de volgende maandag een verslag over. Alleen de journalisten waren zich bewust van het politieke dynamiet, dat het mandement van de bisschoppen met zich meebracht.

Heel Katholiek Vlaanderen werd voor het hoofd gestoten. Enerzijds vanwege de inhoud, waar de bisschoppen hun kerkelijk gezag inzetten om een taalpolitiekprobleem op te lossen, anderzijds waarschijnlijk nog meer door het woordgebruik en de stijl van het mandement: ‘autoritair’, ‘arrogant’, ‘hoogmoedig’, waren nog de braafste adjectieven die in de literatuur werden gebruikt. Geen jaar na het einde van het Tweede Vaticaanse Concilie, dat de mond vol had over ‘dialoog’, ‘liefde’, ‘openheid’ en ‘respect’, hanteerden de Belgische bisschoppen de ‘ouderwetse’ knuppel met een bevelende toon. Het mandement werd in de meeste kerken op zondag voorgelezen. Onvergetelijk was het voor mij, als jonge student, die net na het voorlezen van dit mandement het dreunende geluid van voetstampen op de kerkbanken hoorde, dat klonk van het balkon van het grote mannenkoor. De pers pikte dit direct op. De Franstalige kranten ware zegedronken, de politieke partijen reageerden voor een deel verward, voor een deel partijdig. Intussen wachtten kardinaal Suenens en de andere bisschoppen stilzwijgend af.

De daaropvolgende zondag, 22 mei 1966, werd in de aartsbisschoppelijke hoofdstad Mechelen de 50ste verjaardag van het beroemde St.-Romboutskathedraalkoor gevierd. Dit koor was toen zeer bekend, zeker in het Vaticaan en Italië, en dit door zijn nieuwe uitvoeringen van polyfone muziek onder leiding van Mgr. J. Van Nuffel. In de hoogmis, tijdens de frisse, ‘nieuwe’ liturgie, klonken onverwachts Vlaamse hymnen en liederen. De mis werd abrupt en tumultueus beëindigd. Kardinaal Suenens verdween bliksemsnel in de sacristie en moest onder politiebegeleiding worden ontzet. Ondertussen werd de Rijkswacht uit Antwerpen aangevoerd. Op de Grote Markt, onder de kathedraaltoren, en aan het station kwam het tot straatrellen met inzet van het waterkanon. De roep ‘Suenens buiten!’ werd de volgende jaren vaak gehoord.

In Leuven zelf kwam het tot burgeroorlogachtige toestanden. De bisschoppen publiceerden daarna nog een wereldvreemde Pinksterbrief, en beëindigden abrupt het zomersemester aan de Universiteit van Leuven en verschoven de examens tot later. De Belgische regering viel een tijdje later. In 1968 zou de Belgische regering dan nog eens opnieuw vallen over Leuven; het enige West-Europese land waar de studentenonrust dat kon bewerkstelligen. De politiek in België werd de volgende 40 jaren beheerst door het conflict tussen Vlamingen en Franstalingen. In 1970 werd dan de Universiteit van Leuven gesplitst, waarbij het Nederlandstalige deel in Leuven bleef, en het Frantalige deel zich terugtrok in Louvain-La-Neuve in Waals-Brabant.

Met het mandement van 13 mei 1966 hadden de bisschoppen eigenhandig de Kerk in Vlaanderen gedynamiteerd. In de weken na het mandement liep de kerkgang met een derde terug. Vooral de mannen lieten het afweten en in het volgende decennium liep de kerkgang met nog eens met 75% terug. De bisschoppelijke seminaries liepen helmaal leeg. De Vlaams-nationalisten, historisch een sterke fractie binnen het kerkvolk, en cultureel, wetenschappelijk en sociaal erg actief, keerden zich van de Kerk af. In 1968 werd het St.-Romboutskathedraalkoor ontbonden. De christendemocratische CVP deelde zich in 1968 in twee partijen op. In de daaropvolgende 40 jaren volgde in het Nederlandstalige deel een continue neergang, splitste in drie fracties en verschrompelde tot een vierde van haar vroegere omvang, nu net zo groot als de liberalen en de notoir zwakke socialisten.

De desastreuze hervormingen van de liturgie na het Tweede Vaticaans Concilie, de door Suenens gewilde, ostentatieve voorlezing van Humanae Vitae, de totaal bizarre en ongelukkige, liturgische en pastorale experimenten deden de Kerk in Vlaanderen helemaal schipbreuk lijden. Suenens werd in zijn bisdom steeds meer en meer onzichtbaar. Het totale verlies aan kwaliteit, aan Katholieke Traditie, aan theologische kennis en aan verbondenheid met het eigen volk, leiden dan naar de nu bekende catastrofale situatie. Priesters werden ‘sociale arbeiders’ met een klerikaal vernis. ‘Openheid’ en ‘liefde’ voor alles en iedereen werden een sleutelwoord in de pedo- en homoseksuele kringen in het kerkelijke milieu. En wat minder onderkend wordt, ook bij de eenvoudige Katholieke kinderen en gehandicapten die de slachtoffers waren van deze misdaden. Zowat alle priesterseminaries sloten, het milieu catholique verdampte, de Universiteit van Leuven stelde haar Katholieke identiteit zélf in vraag, het intellectuele niveau van de restclerus is enorm verlaagd, de diocesane diensten worden spijtig genoeg door mensen van matig allooi ‘bemand’. De namen van Leo Suenens, Godfried Danneels, Roger Vangheluwe, Johan Bonny en Jozef De Kesel zijn intussen – jammer genoeg – wereldwijd bekend en berucht geworden, in de meest slechte zin. Als gevolg van dit geklungel van de bisschoppen is Vlaanderen praktisch totaal agnostisch geworden.

Voor de Franstalingen was de splitsing van de Universiteit van Leuven uiteindelijk een zegen, hetgeen ook door Aartsbisschop André-Joseph Leonard werd erkend. Hoewel zeker verwond door de roep “Walen buiten”, beleefden de Frantalige Katholieken een herbezinning op de Heilige Schrift, de Kerkvaders en de grote kerkelijke schrijvers. Door inspiratie en aanleuning bij Frankrijk zorgde dit voor een vernieuwde monastieke spiritualiteit en een vernieuwde beleving van het Geloof. Van de modernistische dwaalwegen en de schanddaden van de door Godfried Danneels opgerichte Wellness-kerk in Vlaanderen bleven de Franstaligen gelukkig grotendeels verschoond.

Illustratief is dat de tekst van het beruchte, bisschoppelijke ‘mandement’ in haar originele versie nauwelijks te vinden is. Duidelijk werden meerdere variaties geproduceerd of zelf na-verbeterd. Verder blijft het onduidelijk wie de auteur van het ‘mandement’ was. In den beginne werd Suenens als auteur naar voren geschoven, maar enkele dagen later werd plots Mgr. Albert Descamps, rector van de Universiteit, naar voor geschoven (als zondenbok). Even betekenisvol is het, dat er over de 50ste verjaardag van het ‘mandement’ – met haar toch zo zwaarwichtige gevolgen voor de Kerk in Vlaanderen, op de bisschoppelijke en kerkelijke websites in Vlaanderen, niets terug te vinden is. Over Leo Suenens wordt intussen overal ijzig gezwegen, en zelfs over de nog in leven zijnde Godfried kardinaal Danneels wordt er niet veel meer gezegd; waarschijnlijk “op aanbeveling van zijn advocaat”. Inderdaad, “de nederlaag is een eenzame wees”.

Naar Ferdinand Boischot op katholisches.info

Auteur: Mathieu Albert

Deel dit artikel:Share on Facebook16Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

7 reacties

  • Johannes 29 oktober 2017op19:38

    Helaas is de bestuurlijke en organisatorische crisis van onze mooie Rooms Katholieke kerk al begonnen in de jaren zestig van de vorige eeuw. Gelukkig hebben veel Rooms Katholieke gelovigen hun geloof niet verloren en komen daardoor in steeds grotere aantallen de traditionele Tridentijnse Heilige Mis bijwonen.

    • Jan van den Berghe 29 oktober 2017op20:27

      Historisch is niet niet correct om de onhandige taalpolitiek van het Belgisch episcopaat enkel te situeren in de naconciliaire tijd. Laten we niet vergeten dat Mercier zich atlijd bijzonder laagdunkend heeft uitgelaten over het Nederlands en de rol die de taal in Vlaanderen toekwam.

  • Peter 29 oktober 2017op20:19

    Hieraan is te zien hoeveel de Rooms Katholieke Kerk in Vlaanderen als vijanden heeft en hoeveel ware strijders er zijn die Jezus Christus niet verraden hebben en nooit zullen verraden.
    Het verraad binnen de Kerk is een hele grote laffe en zware misdaad dat een zware zonde is tegen God de Heilige Geest.
    Iedere Katholiek zou moeten weten wat er over de zonden tegen de H. Geest onderwezen wordt.
    Een voorbeeld van deze zonden was de zonde van Judas Iscariot.
    Prelaten die zouden met man en macht en met eventueel hun leven de Waarheid moeten verdedigen en verkondigen, waar ze een eed hebben voor afgelegd tijdens hun wijding.

    • Jules van Rooyen 29 oktober 2017op22:17

      Een zonde tegen de Heilige Geest, beste Peter, zegt Christus, “Ik zeg U : alle zonden zullen aan de mensenkinderen worden vergeven ; zelfs alle godslasteringen, die ze hebben geuit. Maar wie lastert tegen de Heilige Geest, krijgt in eeuwigheid geen vergiffenis, maar hij is schuldig aan een eeuwige zonde”. (Mark.3 : 28-29) Bij Matteus lezen we (12 : 31-32), “Daarom zeg Ik u : iedere zonde en godslastering zal aan de mensen worden vergeven ; maar het lasteren van de Geest zal niet worden vergeven. En wie iets zegt tegen de Mensenzoon, hem zal het worden vergeven ; maar wie iets zegt tegen de Heiligen Geest, hem zal het niet vergeven worden, noch in deze wereld, noch in de toekomstige.” Kort gezegd, men moet voor of tegen Christus partij kiezen, men kan niet onzijdig blijven. Onzijdig is tegen Christus. De farizeeërs kozen tegen Hem en schreven Zijn wonderen toe aan de duivel. Zij zondigden tegen de H. Geest. Zij wezen het beginsel af, van de genade die bekering schenkt. Zij stootten van zichzelf af de genade voor het heil. Het oordeel over het verraad van de hoge clerus aan de Kerk van altijd, zoals indertijd en nu in de na-conciliaire tijd met de Geest van het V2 Concilie, lijkt mij gericht tegen de Heilige Geest, maar ik laat dat vooralsnog in het midden ; een discussie apart, met afschuwelijke, en onvoorstelbare consequenties. Tenslotte, kardinaal Suenens staat te boek als vrijmetselaar en zijn amendement is waarschijnlijk ook bedoeld om de Kerk in Vlaanderen en in Wallonië te vernietigen, zoals de NL Kerkprovincie vernietigd werd door de V2 implicaties van de vrijmetselaar kardinaal Alfrink, en anderen rond hem inclusief bisschoppen. Is dat tegen de H. Geest of niet, beste Peter !

  • Hendrik 30 oktober 2017op10:28

    Dag Jules,
    Er zijn protestanten die het misoffer ervaren als een miskenning van het volbrachtte werk van de Heer. In hun ogen (al hebben katholieken het niet door) degraderen de rooms-katholieken juist door het steeds willen actualiseren van het Kruisoffer
    de prediking van het Kruis
    of het Woord des Kruises
    1 Kor 1:
    18Want de prediking van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is zij Gods kracht. (WV 1975)

    Hier hebben we dan de insteek van de bijbellezers vóór Luther en Calvijn al (Hus, Wycliffe en Waldenzen en al de martelaren wier bloed vloeiden) -> door het geloof heeft men deel aan het Bloedige Offer op Golgotha/Calvarie.

    Hebr 9
    22Volgens de wet wordt nagenoeg alles met bloed gereinigd en zonder het vergieten van bloed is er geen vergeving.

    Ik geloof van harte dat de Heer dit kwam doen voor ons.

    • Eric 6 november 2017op03:37

      @ Hendrik,
      In theorie zouden de protestanten gelijk kunnen hebben door het Misoffer te ervaren als een miskenning van het volbrachte werk van de Heer. Met degraderen door het actualiseren van het Kruisoffer — in de H.Mis — zouden zij dan moeten bedoelen dat niet de ceremonie in de tempel het ware offer is, maar de harde praktijk van de zorg voor de zielen. Want dat is nu juist wat Christus deed en zelfs nog steeds doet: Zijn Heilig Hart klopt voor de zielen, en dat is geen ceremonie met een hostie! En uiteraard moet hier dan ook het H.Hart van Maria besproken worden! Want men zou kunnen stellen dat dit de enige en meest ware en zuiverste betekenis is van de woorden van de consecratie.

      Maar dit betekent vooral een erkenning van de katholieke heiligen en de protestanten spreken liever niet over heiligen. Nochtans is dit het enig mogelijke argument om het Misoffer te relativeren: alleen voor een zeer nederige heilige zou de daad van zich volledig wegschenken in de zielzorg belangrijker kunnen zijn dan de nuttiging van de H.Hostie. Want ook in dit verband klopt nog steeds het Woord dat spreekt over de stopzetting van het Offer in het boek Openbaringen gezien de huidige aftakeling van de moraal.

      Dit is wel diepe overweging waard!

      Maar indien zij spreken over degradatie van het Kruisoffer door het steeds te willen actualiseren — buiten de H.Mis — dan zijn zij zeker aan het dwalen en gaat het over gedachtengoed van de vrijmetselarij.

  • Hendrik 6 november 2017op09:56

    @ Eric,
    de protestanten (belijders) hebben inderdaad géén gelijk wat betreft hun lezing van de werkelijkheid v.d. Mis (zoals in zondag 30 Heidelbergse Catechismus staat beschreven).
    Hoe kunnen we hen tot een zekere jalousie wekken, zodat ze dieper willen graven en juist dáár de Heilige Drie-eenheid en Moeder Maria vinden (en de Heiligen)?

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *