Mgr. Matthias Hovius: ‘Vader van het Aartsbisdom Mechelen’

De Mechelse Catechismus van 1623

Met Jozef De Kesel beleven we op dit ogenblik de vierde aartsbisschop sinds de naamsverandering van het aartsbisdom ‘Mechelen’ in het aartsbisdom ‘Mechelen-Brussel’ op 8 december 1961. Zijn voorgangers zijn Leo-Jozef Suenens (1962-1980), Godfried Danneels (1980-2010) en André-Jozef Léonard (2010-2015). Op Mgr. André-Jozef Léonard na, wordt het bestuur van het aartsbisdom Mechelen-Brussel hoofdzakelijk gekenmerkt door een politiek van kerkafbraak, zonder dat er ook maar het minste initiatief genomen wordt om op een behoorlijke manier te evangeliseren. Integendeel, tegenwoordig heeft het woord ‘Katholiek’ zelfs een kwalijke reputatie in het Mechelse. Op 8 december 1961 werd ook het bisdom Antwerpen heropgericht. Maar ook het heropgerichte bisdom Antwerpen is onder Johan Bonny nu ook niet echt een ‘katholieke’ hoogvlieger. Echter, bisschoppen komen en gaan, en voor het tijdperk van de kosmopolitische Leo-Joseph Suenens, voor wie Mechelen natuurlijk ‘te klein’ was, waren er nog 17 aartsbisschoppen van Mechelen. De eerste aartsbisschop van Mechelen was de legendarische Antoine Perrenot de Granvelle die onder moeilijke omstandigheden het aartsbisdom moest leiden. De reputatie van Granvelle werd door de protestantse propagandisten en de vrijmetselaars ten onrechte grondig besmeurd. Granvelle was niet speciaal Spaansgezind en was eerder tot terughoudendheid geneigd. Andere aartsbisschoppen zoals Mgr. Matthias Hovius hadden meer geluk en hij mag dan ook terecht de ‘Vader van het Aartsbisdom’ genoemd worden.

Matthias Hovius, de derde aartsbisschop van Mechelen, was een rasechte Mechelaar. Hij was dus niet afkomstig uit Besançon, zoals Granvelle, en ook niet uit het wat kneuterige Adegem zoals de huidige aartsbisschop, maar Hovius werd geboren in 1542 in de schaduw van de Sint-Rombouts. Matthijs Van Hove – zoals zijn echte naam luidde – was dus van ‘onder den toren’, zoals ze dat in Mechelen zeggen. In 1542 resideerde Maria van Hongarije nog als landvoogdes in Mechelen, dat toen een katholieke en welvarende stad met ongeveer dertigduizend inwoners was. De vader van Hovius was ‘deken’ van de volders in Mechelen en Matthias zelf volgde als tiener onderricht in de Latijnse school van Martinus Duncanus in het Hollandse Wormer. De briljante Martinus Duncanus (Kempen 1505 – Amersfoort 1590) was een vooraanstaand geestelijke in de zestiende-eeuwse Habsburgse Nederlanden. In de woelige tijden van de zestiende eeuw was hij een fervent voorvechter van het Katholieke Geloof en bestreed hij de Reformatie. Later ging Hovius aan het strenge Standonckcollege aan het Hogeschoolplein te Leuven studeren. Het Standonckcollege werd in 1490 gesticht door Johannes Standonck en was bedoeld voor arme studenten. Hovius bestudeerde hier zeer uitvoerig de Heilige Schrift. De president van het Standonckcollege werd ‘Pater’ of ‘Vader’ genoemd en de studenten leefden volgens zeer strenge regels, zoals die van een strenge kloosterorde. Ze moesten allemaal, zonder uitzondering, het habijt van Sint Franciscus van Paola, voor wie de stichter een speciale religieuze bewondering had, dragen. Omwille van de kap aan dit habijt werden deze studenten in Leuven ‘de Kappekens’ genoemd. Het was hier dat Hovius besliste om priester te worden. In oktober 1566, het jaar dat de Beeldenstorm uitbrak en op 23 augustus Mechelen bereikte, werd hij tot priester gewijd. De kerkelijke overheid benoemde hem eerst tot kapelaan van de Sint-Pieters-en-Pauluskerk in Mechelen. Toen hij in 1569 afstudeerde aan het Pauscollege als licentiaat in de theologie werd hij in dezelfde kerk pastoor en acht jaar later kanunnik van het Sint-Romboutskapittel. Van Hove verlatijnste zijn naam toen tot Hovius. Buiten de kerk droeg hij zijn doordeweekse toog en géén manchetten à la française en géén pijpenkraag zoals sommige van zijn confraters.

Als vergelding voor het openen van de Mechelse poorten voor de troepen van Willem van Oranje, moest Hovius toezien hoe de Spaanse troepen onder leiding van Alva zijn kerk in 1572 plunderden, in wat bekendstaat als de ‘Spaanse Furie’. In 1578 koos het Mechelse stadsbestuur nogmaals de kant van de calvinistische ‘Staatsen’, maar een jaar later, door de te grote druk van de calvinisten bekende men opnieuw trouw aan de Spaanse koning. In 1579 was de heerlijkheid Mechelen helemaal omringd met door calvinisten bestuurde steden. Mechelen was net als ‘s-Hertogenbosch één van de weinige Brabantse steden waar de Katholieke koningsgezinden nog de macht hadden en zich niet aangesloten hadden bij de Unie van Utrecht. In het ‘Staatse’ kamp had men echter begin april 1580 het idee opgevat om de Mechelse machthebbers met geweld af te zetten. In de vroege ochtend van 9 april 1580 luidden de klokken van de Sint-Romboutskathedraal. Staatse troepen vielen de stad via de Brusselpoort binnen, een gebeurtenis die bekend staat als de ‘Engelse Furie’ omwille van het feit, dat Engelse en Schotse legereenheden meevochten aan de zijde van de calvinisten. Op 9 april werd de stad inderdaad ingenomen onder leiding van de staatse gouverneur van Brussel, Olivier van den Tympel, met de medewerking van legereenheden van de Engelse kolonel John Norrits en de Schotse kapitein Stuart. Binnen de stad woedde een gevecht met de burgerwacht en de schuttersgilden, die uiteindelijk het onderspit moesten delven. Er vielen daarna nog een zestigtal doden, o.a. toen de Engelsen de kloosters, de kerken en de privé-eigendommen leeg roofden. Matthias Hovius verborg zich gedurende drie dagen in een kast en vluchtte dan de stad uit, gekleed in een boerenkiel. Hovius nam de wijk naar Leuven waar hij enkele dagen verbleef en haastte zich dan naar Luik, de hoofdstad van het Prinsbisdom waar hij een groot aantal geestelijken uit Mechelen, Antwerpen en Brussel aantrof. Luik stond onder leiding van Prins-Bisschop Ernst van Beieren die steun verleende aan de Contrareformatie. Hovius verbleef vijf jaar in de Cité ardente als lector en prediker in de abdij van Sint-Jacob. Mechelen bleef in Staatse handen tot juli 1585, en was met Brussel, Oostende en Antwerpen één van de laatste Zuid-Nederlandse steden die door de Spanjaarden werden heroverd.

Toen de Mechelse aartsbisschop Joannes Hauchinus in 1589 stierf, werd Hovius benoemd tot vicaris-generaal van het aartsbisdom en hielp meteen mee om de besluiten van het Concilie van Trente (1545-1563) in het aartsbisdom in de praktijk om te zetten. De situatie leek echter uitzichtloos, want vele kerken en kloosters waren geheel of gedeeltelijk verwoest. Er was een nijpend tekort aan priesters en de opleiding van de lagere geestelijkheid was totaal ondermaats. Tot overmaat van ramp bleef de benoeming van een nieuwe aartsbisschop aanslepen en duurde de toestand van sedisvacatie in het aartsbisdom meer dan zeven jaar. Na maanden van afwegen en consultatie van zijn landvoogd in de Nederlanden ondertekende koning Filips II in het Quirinaal het document, dat zijn keuze voor Matthias Hovius als nieuwe aartsbisschop van Mechelen vastlegde. Op 25 september 1595 kwam de Congregatie van het Consistorie in Rome bijeen en in 1596 werd Hovius in de Sint-Romboutskathedraal door de Ieperse bisschop Petrus Simons gewijd tot derde bisschop van het aartsbisdom Mechelen. Als devies koos hij Superat patientia fortem, dat is: “Geduld overwint de sterke”.

Hovius richtte het Grootseminarie op in Mechelen en schakelde de jezuïeten in om een catechismus op te stellen. Deze Mechelse Catechismus verscheen voor het eerst in 1607 en was in vraag- en antwoordvorm opgesteld. De Mechelse Catechismus was en is een in de volkstaal opgestelde, beknopte samenvatting van wat elke Christen moet weten, met de bedoeling om een einde maken aan de verwarrende veelheid van leerboeken op het vlak van catechese én om een dam op te werpen tegen het oprukkende protestantisme dankzij een beter onderricht van het Ware Geloof. In 1609 riep Hovius in Mechelen een Provinciaal Concilie samen, waar voor heel de Mechelse kerkprovincie de krachtlijnen werden vastgelegd van de zielzorg naar Tridentijns model. Op dit Mechelse Concilie, houdt Hovius de belangrijkste redevoering uit zijn loopbaan. Hij vergelijkt er ons verarmde land na de bloedige burgeroorlog met Jeruzalem na de Babylonische Ballingschap en dat “Nieuwe Jeruzalem” dient opnieuw opgebouwd te worden. De aartsbisschop spreekt vol vuur: “Laat ons het onkruid uitrukken, schandalen en misbruiken vermijden! Laat ons afbreken wat slecht gebouwd is!” Dit was niet mis te verstane taal! Vervolgens liet Hovius de Mechelse Catechismus opnieuw herwerken omdat de eerste versie niet voldeed. De redactie van de eerste versie werd namelijk toevertrouwd aan de jezuïet Lodewijk Makeblijde (155-1630). Omdat zijn werkstuk gebreken vertoonde, werd het nu onder supervisie van de Antwerpse bisschop Joannes Malderus (1563-1633) herwerkt door een andere jezuïet, Willem De Pretere (1568-1626). De verbeterde versie van de Mechelse Catechismus uit 1623 zou tot diep in de twintigste eeuw de basis vormen voor het godsdienstonderricht in alle Belgische bisdommen.

Als aartsbisschop kreeg Hovius de steun van de Aartshertogen Albrecht en Isabella. Een belangrijk feit is de ontwikkeling van het bedevaartsoord te Scherpenheuvel. De geschiedenis van Scherpenheuvel gaat terug tot in de Middeleeuwen, toen tussen Zichem en Diest op de heuveltop een eik stond in kruisvorm. Een vrome man heeft toen een Mariabeeldje aan de eik gehangen en voortaan kwamen vele mensen er bidden. Toen een knecht van een herder het beeldje wilde meenemen, werd die volgens de legende aan de grond genageld tot een bezoeker het beeldje terug aan de boom plaatste. In 1602 timmerde men voor de eik een houten kapel en in 1604 reeds een grotere, stenen kapel. Het jaar daarna namen de Aartshertogen Albrecht en Isabella het initiatief tot de bouw van de huidige basiliek als dank voor de verdrijving van de calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden. Scherpenheuvel verkreeg vervolgens ook stadsrechten van de Aartshertogen. De eerstesteenlegging vond plaats in 1609. Dit barokke gebouw is het werk van bouwmeester Wenceslas Cobergher (1561-1634), hofarchitect van de Aartshertog. Na de inwijding van de kerk in 1627 kwam Isabella naar voren, de handen vol met goud en juwelen. Zij gooide ze neer op de altaartrappen om te beduiden, dat aardse goederen niet de hoogste waarden zijn in het leven. De mensen rondom haar volgden dit voorbeeld. Tot op vandaag is deze gewoonte nog in gebruik.

Tot op hoge leeftijd, Hovius werd immers 78 jaar, ging hij hoogstpersoonlijk door met zijn missie. De Contrareformatie diende te worden uitgevoerd. Constant was hij op reis in onze gewesten. In zijn jonge jaren te paard, en later met de koets. Hij bezoekt kloosters, wijdt kerken en meer dan tweeduizend priesters! Voor Hovius primeert het geestelijk welzijn van zijn gelovigen boven persoonlijk materieel gewin. Maar, op 31 maart 1620 luidden de doodsklokken van de Sint-Rombouts. Ze laten weten, dat de rechtlijnige aartsbisschop tijdens een visitatiereis gestorven is in de abdij van Affligem. Op 16 juni gaat de Antwerpse bisschop Johannes Maldeus voor in de uitvaartplechtigheid. Nadien wordt hij begraven in de grafkelder onder het hoogkoor van de Sint-Romboutskathedraal. Matthias Hovius gaat samen met Antoine Perrenot de Granvelle de geschiedenis in als één van de belangrijkste aartsbisschoppen van Mechelen.

Na zijn Mechelse tijd werd Granvelle tot gezant te Rome benoemd, waar hij een groot aandeel had in de vorming van een anti-Turkse liga. Als onderkoning van Napels werkte hij in 1571 aan de voorbereiding van de Slag bij Lepanto. In 1575 keerde hij naar Rome terug en uit zijn correspondentie met koning Filips II blijkt, dat hij zich opnieuw ging bezighouden met het bestuur van de Nederlanden. Zo stemde hij in met het sturen van de Hertog van Alva en met de instelling van diens Raad van Beroerten, maar uiteindelijk keurde hij het bloedige optreden van de Hertog van Alva af. Ook bewoog Granvelle de koning ertoe om in 1578 de militaire en burgerlijke macht op te splitsen, respectievelijk in handen van Alexander Farnese en Margaretha van Parma. Reeds in 1549-1950 verwierf Granvelle te Brussel twee bestaande hotels op de plaats waar nu de Ravensteingalerij is gelegen. Granvelle liet deze hotels samenvoegen en verbouwde ze tot de prachtigste manifestatie van de Hoog-Renaissance in de Nederlanden. Hij liet zich hiervoor direct inspireren door het Palazzo Farnese in Rome. De hoofdingang was gelegen aan de Stuyverstraete. Rond een vierkante koer waren vier vleugels geschikt en een trappentoren bekroond met een koepel. Van daaruit vertrok een grote galerij met open arcades, parallel aan de curve van de Cantersteen. Tussen straat en galerij lag een steil oplopende tuin, met citrus- en vijgebomen, aromatische kruiden en vier grote fonteinen. In 1842 nam de Université Libre de Bruxelles haar intrek in het Granvellepaleis / Palais Granvelle. Ze liet de gevel verbouwen door Hendrik Beyaert en Antoine Trappeniers (1863) en liet nieuwe beeldhouwwerken aanbrengen. In 1928 moest de ULB na 75 jaar wijken voor de Noord-Zuidverbinding. Hoewel een eind van de eigenlijke spoortunnel gelegen, ging het Granvellepaleis in 1931 totaal onnodig tegen de vlakte. De afbraak van het Granvellepaleis – de prachtigste manifestatie van de Hoog-Renaissance in de Nederlanden – is een schandalige daad van ideologisch cultuurbarbarisme die de Brusselse vrijmetselarij op haar hoed mag steken!

In 1961 volgde Leo-Jozef Suenens aartsbisschop Jozef Ernest van Roey op in Mechelen, dat voortaan het aartsbisdom Mechelen-Brussel zou heetten. Het jaar daarop, in 1962, werd hij tot metropoliet van België benoemd door paus Johannes XXIII. Na het Tweede Vaticaans Concilie werd onder impuls van Leo-Jozef Suenens de Mechelse Catechismus met stille trom afgevoerd. De Mechelse Catechismus, die door het Vierde en Vijfde Provinciaal Concilie van Mechelen per decreet verplicht werd gesteld, “ten gebruike voor het catechismusonderwijs in al de bisdommen van België, mét uitsluiting van elke andere Catechismus”, was plots “niet meer van deze tijd”. Maar, de Mechelse Catechismus, voor het laatst uitgegeven in 1954, is nog steeds de ultieme bron van Geloof voor jonge Vlaamse Katholieken. Dit pedagogische hulpmiddel is – samen met andere middelen van geloofsopvoeding – ook vandaag nog een referentie voor zelfstudie of opvoeding in de Rooms-Katholieke Geloofsleer. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat Leo-Jozef Suenens, die zélf ook een vrijmetselaar was, de Mechelse Catechismus graag een stille dood zag sterven. Het stilzwijgen van de huidige Belgische bisschoppen en hun passiviteit aangaande elke vorm van serieuze geloofsopvoeding, maken de huidige Belgische bisschoppen op zijn minst medeplichtig aan de teloorgang van het Katholieke Geloof in dit land. Wat een triomf voor de vrijmetselarij en hun slippendragers!

Deel dit artikel:Share on Facebook7Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Comments

    A. G. Stinus

    (17 september 2017 - 18:15)

    … Dikwijls wordt smalend gedaan over de vroegere Mechelse Catechismus. Maar als de doorsnee-mens van nu goed zou weten wat daar allemaal in stond, dan was er al een goede basis om intens te evangeliseren.

    … Het klopt, dat er op dit ogenblik helemaal niet fatsoenlijk geëvangeliseerd wordt in Vlaanderen. Nochtans zijn er mogelijkheden genoeg, te beginnen in de scholen, waar het catecheseonderwijs jarenlang niet deugde. Hoe het nu is weet ik niet. Van religieuze praktijk in de katholieke scholen van nu stel ik me ook niet veel voor.

    … Aan Mgr. André Léonard heb ik wel zeer goede herinneringen. Hij durfde uitkomen voor zijn geloof. In het begin werd hij aan alle kanten afgekraakt, maar op het einde begonnen velen hem te waarderen. Aan zijn boek “Redenen om te geloven” heb ik veel te danken qua geloofsinzichten. Ik raad iedereen dit boek aan, zeker als je soms in discussie gaat met slappe gelovigen of atheïsten.

      Jan van den Berghe

      (17 september 2017 - 23:13)

      Ongetwijfeld had de Mechelse Catechismus zijn kwaliteiten, maar we mogen toch niet blind zijn voor de weinig verheffende pedagogie vanuit welke men in vorige eeuw soms omging met dit instrument. Er was veel blind en inhoudloos opdrammen. Vraagje en, hop, daarna moest het antwoord afgedreund worden. De antwoorden werden erin gestamd, maar men vergat meer dan eens uit te leggen waar het over ging. Resultaat: de inhoud bleef steken in het hoofd, maar drong niet door naar het hart.

    Jules van Rooyen

    (17 september 2017 - 22:10)

    “De afbraak van het Granvelle paleis …….is een schandalige daad van ideologisch cultuurbarbarisme……..die de Brusselse vrijmetselarij op haar hoed mag steken !”. Juist gezegd. Dit was een kostbaar Brussels gebouw met Christelijke symbolen, maar de subversieve, internationale sekte der vrijmetselarij, deel van de “Synagoge van satan” (Ap.2:9,3:9), is tot veel meer geweld en tot de meest afgrijselijke geweldplegingen in staat, beste Mathieu. In de recente geschiedenis is zij verantwoordelijk voor de grootste vernietigingen in de wereld. Iedere vrijmetselaar is in geweten medeverantwoordelijk. De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki (aug. 1945) waren geen keus van de militairen, want zonder militaire betekenis. Maar voor de Skull and Bones vrijmetselaar Stimson, minister van Oorlog van president Truman, waren het de belangrijkste katholieke steden in Japan, met de enige kathedraal in Nagasaki. Dus die werden door Stimson uitgekozen ter vernietiging. Overigens, Japan wilde al in februari 1945, capituleren, maar de VS wilde coûte que coûte Japan gebruiken voor de proef met atoom bommen, teneinde de wereld duidelijk te maken wie de grote baas is na de oorlog.
    Februari 1945, werd Dresden, het Venetië van het noorden, vernietigd door de Engelse luchtmacht, een speciale opdracht van de joodse vrijmetselaar Churchill. Zijn generaals weigerden de Duitse bevolking en masse te vergassen met gasaanvallen vanuit de lucht. Maar deze criminele actie werd geaccepteerd tegen een stad vol met katholieke vluchtelingen uit het Oosten. Het eerste bombardement kwam in de vroege ochtend, met brandbommen en bommen tegen de waterleidingen in de grond. Later op de dag volgde de tweede aanval, gericht tegen de brandweer en de medische hulp die op gang kwam. De volgende ochtend volgde de derde aanvalsgolf en werden de stromen vluchtelingen in en buiten de stad, door de Amerikaanse luchtmacht gebombardeerd en met mitrailleurs bestookt. Het derde evenement was het bombardement door een Australische leger generaal van het gedemilitariseerde, vroeg Middeleeuwse klooster Montecasino, tijdens de geallieerde leger opmars in Italië. De Duitsers hadden uit voorzorg het klooster ontruimd, om het historische gebouw te sparen. De generaal was ongetwijfeld een vrijmetselaar, anders was hij geen generaal geworden, gebruikelijk in de Engels sprekende wereld. Dus de drie Engels sprekende bondgenoten konden ieder, een anti- Christelijk wapenfeit op de vrijmetselaars schort bijschrijven, in bloed.

      Jan van den Berghe

      (30 september 2017 - 01:59)

      Waarom zou de afbraak van het Granvellepaleis iets met “ideologisch cultuurbarbarisme” te maken hebben? En hoe is de vrijmetselarij daar dan wel betrokken? Misschien ontgaat het u dat in de voor- en naoorlogse jaren er nog veel ander cultuurerfgoed in Brussel verloren ging. Wat dacht u van bijvoorbeeld de sloop van het Hôtel des Postes? Ook de Gare du Midi moest eraan geloven, net als het volkspaleis van Horta. En nog veel meer andere monumenten in Brussel. Ziet u daar ook de hand in van de vrijmetselarij? M.i. was er in die tijd (en speciaal in België) maar weinig besef voor de waarde van het architecturaal erfgoed.

    Jan van den Berghe

    (17 september 2017 - 23:23)

    Jules, uit welke bron haalt u het dat Dresden in 1945 “een stad vol met katholieke vluchtelingen uit het Oosten” was? De Duitse bevolking uit toenmalig oostelijk Duitsland (nu Polen en deels Rusland) behoorde tot het lutheranisme.

      Jules van Rooyen

      (18 september 2017 - 14:06)

      Kijk op de kaart, beste Jan, Dresden ligt op de hoogte van Bonn. Een zeer betrouwbare bron wees me erop. Zoek zelf ook . Het is logisch te verklaren. Die vluchtelingen uit het Oosten, vluchtten voor de opmars van het Rode leger, bemand met de beruchte joods-communistische commissarissen, de persoonlijke satellieten van Stalin. Iedere commandant stond onder strenge controle, en zij hadden de opdracht van de jood Stalin om in de veroverde gebieden als beesten te keer te gaan tegen de bevolking, roven, plunderen, executeren, vrouwen verkrachten enz.. Velen vluchtten met -, of in het kielzog van de terugtrekkende Duitse troepen, die, omwille van de komende wreedheden, tot de laatste snik bleven verdedigen. De vluchtelingen kwamen grotendeels uit katholieke gebieden, Polen, Oekraïne, Wit-Rusland, Tsjechië/Slowakije. Verderop, noordelijk Estland, Letland en Litouwen, vluchtten veelal via de zee. Volgens Rode Kruis schattingen zijn er in Dresden tot meer dan 400.000 slachtoffers gevallen. Dat getal is in de huidige tijd door de officiële media gehalveerd, om het Anglo-Amerikaanse systeem te ontlasten. Maar ja, niet zo verwonderlijk dat dit gebeurt. Andere Rode Kruis rapporten uit die tijd, na de oorlog, constateerden ook de afwezigheid van speciale kampen ter vernietiging met gaskamers enz..

        Jan van den Berghe

        (18 september 2017 - 17:43)

        Waarom geheimzinnig doen over die “zeer betrouwbare bron”? Gewoon de referentie geven. Met uw verdere bespiegelingen zijn we weer volop in het moeras aanbeland. Graag dus uw bron.

    A. G. Stinus

    (18 september 2017 - 20:18)

    … Over catechismussen gesproken : de oude Mechelse catechismus was meer geschikt voor schoolgebruik in de vroegere tijden. Maar de huidige “Catechismus van de Katholieke Kerk” (zo een 900 blz.), daarvan ben ik zeer blij dat hij tot stand kwam na het 2e Vaticaans Concilie. We hebben nu tenminste een betrouwbare referentietekst, waar wel degelijk diepgang in zit, en die uitnodigt tot nadenken.

    … Interessant om melden : uit de “Catechismus van de Katholieke Kerk” werd een kortere versie gedestilleerd in vraag en antwoord vorm, zoals destijds bij de Mechelse Catechismus. Die kortere versie heet : “Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk” (Uitgeverij Gooi & Sticht / LICAP). Verrassend goed en bondig.

      Jan van den Berghe

      (18 september 2017 - 20:49)

      De Mechelse Catechismus ligt inderdaad in het verlengde van de toenmalige onderwijsmethode waarbij men toen heel sterk de nadruk legde op het memoriseren en veel minder op het uitdiepen. Natuurlijk zijn de godsdienstlessen in het onderwijs nu grotendeels verworden tot lessen moraal, maar het is maar de vraag of we binnen de huidige sociologische context wel zomaar terug kunnen naar pure lessen godsdienst. Je gooit nu eenmaal geen parels voor de zwijnen. De jonge Kerk gooide het geloof nu eenmaal ook niet op de straatstenen.

    A. G. Stinus

    (18 september 2017 - 21:42)

    Het behoort zeker tot de opdracht van de Kerk de geloofsinhoud van het katholicisme getrouw te verspreiden. Het deugt niet dat men er sociologie van maakt in de scholen. Hier rust een belangrijke verantwoordelijkheid bij de bisschoppen. Ik vrees dat ze die verantwoordelijkheid dikwijls niet serieus genomen hebben.

    De “Catechismus van de Katholieke Kerk” was vanaf het begin bedoeld als bron, om er andere geloofssamenvattingen van te maken. Wat houdt de bisschoppen tegen om een geschikte tekst te maken voor schoolgebruik ?

      Jan van den Berghe

      (18 september 2017 - 21:55)

      Op een aantal vlakken zijn we weer aanbeland bij de eerste christenen. Hoe we het immers draaien of keren, christenen zijn eigenlijk een minderheid geworden. Overeenkomstig Jezus’ oproep droeg de jonge Kerk het geloof uit, maar legde de geloofsschat niet zomaar te grabbel. Naar mijn aanvoelen heeft het geen zin om aan een klas niet- of andersgelovigen de Drie-Eenheid uit te leggen. Eerst moet er geloof zijn. Dan pas kan de stap naar de intellectuele duiding van het geloof komen. Geloof is immers geen intellectueel spelletje.

    ephrem

    (20 september 2017 - 07:53)

    De enige niet-kardinaal in dit gezelschap sinds 1838 is Mgr Léonard, die zijn (lamentabele) postconcilaire voorgangers en (onbeduidende) opvolger nochtans mijlenver overtreft op intellectueel, moreel en geestelijk vlak. Dit zegt alles over de “ideologie” van de huidige paus en zijn trawanten, die alleen maar door machtswellust en wraakzucht bewogen worden.

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *