Gaat de Evolutietheorie op de schop?

Street Art: ‘Darwinistische Omerta’

Vorig jaar vond er bij de Royal Society in Londen van 7 tot 9 november 2016 een belangrijk congres plaats met als thema ‘New Trends in Evolutionary Biology’. Meer dan 300 topwetenschappers uit de hele wereld vergaderden er om de nieuwe trends binnen de evolutionaire biologie te evalueren. Het lijkt erop, dat ook de Royal Society in Londen inziet, dat het Neo-Darwinistisch paradigma (= mutatie gevolgd door natuurlijke selectie) – om het ontstaan van nieuwe soorten te verklaren – in een grote crisis verkeert en dat de ‘klassieke’ Evolutietheorie door steeds meer wetenschappers wordt verworpen. De congressisten arriveerden met twee grote bezorgdheden; ofwel zal het Neo-Darwinisme definitief worden afgevoerd, ofwel zal men het Neo-Darwinisme blijven handhaven. Op het einde van de derde dag van het congres bij de Royal Society in Londen waren vele onderzoekers het er over eens, dat ‘the puzzle of life’s novelties’ (= het ontstaan van nieuwe (morfologische) kenmerken in nieuwe soorten) onopgelost blijft. Alle elementen van de ‘Extended Synthesis’ (= de Nieuwe of Moderne Synthese), met andere woorden, de algemeen geaccepteerde theorie die kennis uit meerdere takken van de biologie, zoals paleontologie, populatiegenetica, de erfelijkheidsleer van Mendel en de evolutietheorie van Charles Darwin, evenals de biologie als wetenschap op zich, die de Evolutionaire Biologie van een degelijk fundament zou moeten voorzien, er niet in slagen het wetenschappelijk deficiet van de Moderne Synthese (= Neo-Darwinisme) weg te werken.

De Oostenrijkse evolutionaire theoreticus Gerd Müller, professor aan de Universiteit van Wenen en hoofd van het departement Theoretische Biologie, somde enkele van de onopgeloste problemen van de Evolutionaire Biologie op: (1) de oorsprong van phenotypische complexiteit, bijvoorbeeld het ontstaan van de ogen, de oren, de algemene lichaambouw an sich, kortom de oorsprong van de anatomische en structurele kenmerken van levende wezens; (2) de oorsprong van phenotypische nieuwheid, dit is de oorsprong van nieuwe vromen en soorten doorheen de ‘geschiedenis van het leven’. Wij denken hier bijvoorbeeld aan de definitieve opkomst en verspreiding van de zoogdieren vanaf 66 miljoen jaar geleden. Deze tijd heet het Cenozoïcum en is de jongste era uit de geologische geschiedenis. Of nog opvallender, de ‘Cambrische Explosie’. Met de ‘Cambrische Explosie’ wordt het ontstaan aangeduid van veel nieuwe bouwplannen – vrijwel zonder antecedenten – in het dierenrijk tijdens het Cambrium (542-488 miljoen jaar geleden). Het wordt soms ook de ‘Oerknal van het leven’ genoemd. Tot slot (3) is er nog het grote, onopgeloste probleem van de niet-graduele vormen of abrupte transitiewijzen, waar men plotse en bruuske onderbrekingen kan vaststellen binnen het fossiele archief tussen de verschillende types en soorten. Kortom, de Neo-Darwinistische mechanismen van mutatie en natuurlijke selectie missen de ‘creatieve kracht’ om nieuwe anatomische kenmerken en levensvormen te generen die blijkbaar ontstaan zijn in de loop van de ‘geschiedenis van het leven’, dit in de veronderstelling dat de huidige chronologieën min of meer adequaat zijn.

De voorstanders van een herziening van het Neo-Darwinisme verwijten de tegenstanders, dat ze de evolutietheorie na Darwin versmald hebben tot enkel maar populatiegenetica; willekeurige, genetische variatie (= mutatie) en natuurlijke selectie. De Evolutietheorie wordt door de Neo-Darwinisten simpelweg gedefinieerd als een verandering van genen in de loop van de tijd met een overdreven nadruk op het genotype. Maar daardoor blijven een heel aantal zaken – die niet herleid kunnen worden tot de genen – buiten beeld zoals: (1) developmental bias (= ontwikkelingspredispositie): de fenotypische variatie wordt ook gestuurd door de embryonale ontwikkelingswijze en is daarom niet willekeurig; (2) fenotypische plasticiteit: de omgeving/milieu bepaalt – buiten de genen om – rechtstreeks het fenotype van het individu; (3) niche-constructie: organismen veranderen zelf hun omgeving en daardoor beïnvloeden ze zelf de natuurlijke selectie en tot slot (4) extra-genetische erfenis (ook wel epigenetica genoemd): organismen erven méér over dan alleen hun genen. Kortom, de genen zijn niet alleen-bepalend voor evolutie. De hervormers verwijten de aanhangers van de Moderne Synthese, dat bij hen alles om genen en DNA draait en dat ze te ‘genen-centrisch’ zijn.

Het is duidelijk, dat deze nieuwe inzichten doen denken aan het zo verguisde ‘Lamarckisme’. Deze theorie stelde, dat organismen kenmerken, die ze verwierven tijdens hun leven, konden doorgeven aan hun nageslacht. Hiervoor steunde Jean-Baptiste Lamarck op twee waarnemingen die destijds algemeen als waar gezien werden: (1) Het al of niet gebruiken van bepaalde kenmerken zorgt ervoor dat ze verder ontwikkeld worden of juist verloren gaan en (2) kenmerken van voorouders worden doorgegeven aan het nageslacht. De hoofdgedachte is dus, dat een verandering in het milieu een veranderde behoefte veroorzaakt, die een gedragsverandering en zo een veranderd orgaangebruik tot gevolg heeft. Dit zorgt dan weer voor een geleidelijke verandering van het orgaan en zo ook van het ras waartoe het individu behoort. Het ‘Lamarckisme’ staat ook bekend als de theorie van de ‘erfelijkheid van verworven kenmerken’ of de ‘zachte evolutie’, die men tegenwoordig als ‘micro-evolutie’ zou omschrijven. Echter, ‘micro-evolutie’ kan enkel maar de kleinere ontwikkelingen binnen soorten verklaren en niet de sprongen van soort naar soort (= ‘macro-evolutie’).

Het ‘Lamarckisme’ was een baanbrekende theorie over biologische evolutie die in de vroege 19de eeuw door de Franse bioloog Jean-Baptiste Lamarck werd voorgesteld, maar die sinds Darwins publicatie over de theorie van natuurlijke selectie academisch – ten onrechte – in diskrediet werd gebracht, omdat Lamarck geen mechanisme had om die overerving tot stand te brengen. Lamarck was echter wel de eerste die met het concept van biologische evolutie op de proppen kwam, eerder dan met een overervingsmechanisme van die biologische evolutie, dat aan Charles Darwin zou worden toegeschreven. Echter, zowel het Lamarckisme als de Evolutietheorie van Darwin misten en missen beiden de onderbouw van een aanvaardbaar overervingsmechanisme. Het zou nog tot 1866 duren tot de Oostenrijkse Pater Augustijn Gregor Mendel dit beschreef. Het duurde nog tot de vroege jaren 1900 tot het belang van Mendels theorie werd ingezien. Hoe dan ook lijken zowel het Lamarckisme en de Evolutietheorie erg op mekaar en slagen ze er beiden niet in om afdoende bewijs te leveren voor het ontstaan van nieuwe soorten of ‘macro-evolutie’.

Uiteindelijk vormde dit probleem de crux tijdens het congres van de Royal Society in Londen, dat langer dan een eeuw de evolutionaire biologie de sensibiliteit en het reactievermogen van organismen – in real time – heeft verwaarloosd. Het blijkt nu, dat 200 jaar geleden Lamarck gelijk had, ondanks dat hij achteraf letterlijk uit de wetenschappelijke wereld werd weggelachen. Destijds was Darwin zich hier van bewust en het is dan ook des te ironischer, dat het Neo-Darwinisme, de zwakke punten van het Darwinisme onder het tapijt heeft proberen te vegen. En het zijn natuurlijk net de tekortkomingen en de onvolkomenheden van het Neo-Darwinisme, dat zich intussen tot een soort van ‘pop-religie voor atheïsten’ heeft ontwikkeld, die nu na meer dan 100 jaar uit de doofpot tevoorschijn komen, en het Neo-Darwinisme op losse schroeven zetten. De Neo-Darwinistische mechanismen van mutatie gevolgd door natuurlijke selectie missen eenvoudigweg de ‘creatieve’ kracht om nieuwe anatomische karakteristieken en nieuwe soorten te ontwikkelen. Maar ook de evolutionaire biologen die dit inzien en nu op zoek zijn naar ‘De Derde Weg’ (= The Third Way / TTW) binnen de evolutionaire biologie hebben op de problemen binnen het paradigma van het Neo-Darwinisme – problemen die ze trouwens zelf aankaarten – (voorlopig) nog geen enkel antwoord.

Deel dit artikel:Share on Facebook129Share on Google+0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Comments

    een jongen

    (18 juni 2017 - 18:42)

    De evolutietheorie van een halve eeuw geleden is een geheel andere dan die van het heden. Het begrip “evolutie” is daar de oorzaak van, dat op haar beurt weer voortkomt uit talrijke correcties die geleerden moesten toepassen op dingen die eerst als vaststaand golden. Er bestaan overigens naar mijn weten geen evolutietheoretici, het is niet een vaststaand vakgebied van de wetenschap. Zij wordt slechts gevormd door bijvoorbeeld paleontologen, geologen, chemici (halfwaardetijden), biologen, enzovoorts, die alles van elkaar moeten aannemen. Het heeft geen enkele grondige bewijsvorming, zoals wiskundigen dat doen, maar alles staat op drijfzand van aannames en cirkelredeneringen. Zie verder mijn reactie in het artikel “Wetenschap en religie: harmonie in plaats van conflict” (20 april), ook te vinden in de werkgroep Kerstening.
    Het ergste voor ons christenen is wel, dat evolutie tegen de schepping van Adam ingaat zo’n zesduizend jaar geleden; zo’n zestienhonderd jaar later komt daar nog de zondvloed bij. De ark van Noach is trouwens duidelijk gevonden.
    Waarom mogen christenen onder geen beding geloven in evolutie, en de afstamming van de aap? Dan verwerpt Gij Christus Jezus, Die immers voor ons allen gestorven (en opgestaan) is als de laatste Adam, om de zonde van de eerste Adam om te keren. Adam zondigde, werd daardoor sterfelijk, en wist dat ook zijn gehele nageslacht sterfelijk zou wezen, dat zal ontspruiten uit de geslachtsgemeenschap die hij nog met Eva moet hebben – daarom bedekten zij hun geslacht, konden de bron voor sterfelijk nageslacht niet meer aanzien. God kleedde hen daarna.
    Van Christus als laatste Adam werd de bedekking weer geheel weggenomen, ten teken dat Hij de zonde van Adam in Zich wegnam: Hij stierf geheel naakt aan het kruis, zoals ook de Lijkwade van Turijn getuigt, naast de Schrift (zie de brief van Paulus aan de Hebreeën, hoofdstuk 12, vers
    2: Hij heeft de schande veracht – ook in het grieks heel duidelijk).
    Dus indien we menen, dat we van een aap afstammen, dan kunnen we niet meer geloven, dat we van Adam afstammen, en geloven evenmin in diens overtreding. Dan is Jezus Christus dus voor niets gestorven, indien Hij de zonde van Adam wegdoet, en voor niets opgestaan, zodat wij geen eeuwig leven zullen hebben, dat in Christus Jezus verborgen is.
    Bovendien nog dit: de verschillen tussen aap en mens zijn in de loop der tijden dat men daar meer over weet onoverbrugbaar groot geworden. En de eerste die mij de evolutie van het oor vertelt is nog niet geboren: een waar wondertje in het klein van onze Schepper, alleen al die tienduizenden snaren, allen verschillend afgesteld – dus veel ingewikkelder dan een vleugelpiano.
    Ook de creatieleer is geheel geen optie; daar gaat men veel te kort door de bocht, vooral op astronomisch gebied, waar deze jongen zeer veel vanaf weet.
    En o ja, er zijn tegenbewijzen voor de evolutieleer; maar die worden maar snel weggemoffeld. Duizenden generaties fruitvliegjes kweken leverde geen enkele verandering op. En in ons eigen melkwegstelsel ontploft er om de zoveel duizend jaar niet zo ver van onze zon en aarde een ster (supernova), dat al het leven op aarde zou wegvagen. Daar past wel die geschiedenis van de mens in van zo’n pakweg zesduizend jaar, maar geen evolutie van al het leven van miljarden
    jaren.
    Deze jongen weet wel beter. Hij wil ten eerste de Heer Jezus niet teleurstellen, Die ook voor hem gestorven en opgestaan is. Het geloof in Hem, Zijn ontlediging voor de mens, dus Zijn onnaspeurbare onmetelijke liefde, dat overstijgt duizenden malen al dat wetenschappelijk (en onwetenschappelijk) geleuter over evolutie. Het is steeds ingewikkelder aan het worden, dat is werkelijk te veel voor een eenvoudige jongen, en voor elk kind in Christus Jezus. Gij allen wilt toch ook kinderen van Hem zijn?

    Bart

    (18 juni 2017 - 21:19)

    Amai, da’s een moeilijk verhaal zeg. Ik denk dat ik ‘t nog ‘s moet lezen.

    Marian

    (18 juni 2017 - 23:32)

    Kijk eens in de spiegel. Zie je dan een aap? Dat is al een bewijs dat we niet van apen kunnen afstammen. Want dan zagen we er als een aap uit. Was niet ieder dier gemaakt naar zijn soort?

      Marian

      (21 juni 2017 - 23:49)

      En de mens niet geschapen naar Gods beeld en gelijkenis?

    john

    (19 juni 2017 - 10:35)

    ik denk dat het scheppingsverhaal in al zijn belachelijke eenvoud in ieder geval aangeeft dat er ooit een begin moet zijn geweest en dat daar iets moet zijn geweest wat dat mogelijk maakte. laten we op zoek gaan naar ooggetuigen !,

      een jongen

      (19 juni 2017 - 13:20)

      Zo dikwijls heeft deze jongen dat scheppingsverhaal gelezen en doorproefd, en steeds weer nieuwe dingen gevonden. Vooral dat moment, dat Eva naar de vrucht greep, en haar man aanreikte. Voel je de keuze, die Adam nu moest maken? Hij moest kiezen tussen zijn vrouw, die God uit hem genomen had, en van zijn eigen vlees en bloed was, of voor God Zelf. Hij koos voor zijn vrouw.
      Tja, dat scheppingsverhaal, ook vol symboliek. De tweemaal drie dagen, en dan de rustdag. De wateren boven de aarde, en de wateren beneden. Hoe dat voor te stellen? De planeet Venus, vier maanden gaans, net zo groot als de aarde, heeft een soortgelijk iets: een zwavelwolkendek, nogal vast van aard, boven een zware hete atmosfeer, die over de gehele planeet gelijk van temperatuur is. Dus geen hetere en koudere regio’s.
      Zo moet het op aarde ook geweest zijn. Gelijk van temperatuur, geen neerslag. Daardoor werden de mensen ook zo immens oud, bijna duizend jaar. Dat kun je nu nog zien aan het diepzeeleven: geen zonnestraling, dieren die langzamer groeien, veel ouder worden dan gewoonlijk. En reuzengroei. Toen kwamen er ook reuzen voor onder de mensen.
      De zondvloed, die kort daarna beschreven werd, veranderde alles. De wateren boven de aarde stortten omlaag, een waterstijging van misschien wel zo’n negen meter per uur, en dat veertig dagen lang. Toen Noach en de zijnen uit de ark kwamen, die vastzat op de berg Ararat (Oost-Turkije), zagen ze de regenboog in de wolken, die zij nog nooit gezien hadden, welk God dan ook aangreep als een teken voor het verbod met al het levende. Sindsdien werden de mensen ook steeds minder oud: waarschijnlijk vanwege de zonnestraling, die niet meer door die “wateren boven de aarde” heen moesten.
      En de gevolgen van de zondvloed zijn wel degelijk te zien over de gehele aarde. De Grand Canyon blijkt toch in één keer te zijn ontstaan. En de bomen begonnen nu boomringen te vertonen, want er waren seizoenen. En inderdaad, eens is door chinezen de ark van Noach van binnen bezocht. Nog bevroren in het ijs, ontdekten ze talloze dierenkeutels, en opmerkelijke metalen, zoals aluminium, een metaal, dat pas vorige eeuw opnieuw “uitgevonden” werd.
      Maar ja, dit alles is omgeven door een wolk van censuur, waar moeilijk doorheen te prikken is.
      Wanneer werd de eerste mens geschapen? Ga je van de Schrift uit, en neem je de tellingen daarin serieus, dan kom je uit op ruim zesduizend jaar, en de zondvloed ruim zestienhonderd jaar later. Hoewel tegenwoordig steeds meer archeologische tijdschalen worden opgerekt, kan de jongen zeggen: geloof dit alles maar; da’s beter, veel beter, dan al die rommelige wetenschap eromheen. Daarom gelooft deze jongen, omdat dit voor zijn Heer en God het allesbehaaglijkst is, uit liefde voor heel Zijn schepping. Waarom zou hij Hem ongelijk geven, en de geleerde gelijk?

    willy

    (19 juni 2017 - 12:29)

    De evolutietheorie is een geloof dat is uitgevonden om God los te laten en alles aan het lot te onderwerpen . De evolutieleer is reeds uitgevonden door de oude Grieken die in hun filosofie dit reeds bedachten!!

    A. G. Stinus

    (19 juni 2017 - 17:55)

    Wie last heeft met de interpretatie van het scheppingsverhaal en de zondeval (erfzonde), raad ik het boek “Redenen om te geloven” aan van André Léonard. Ook de oerknal en de evolutie krijgen een plaats in het boek. Zeer verhelderend. Ik heb er persoonlijk veel aan gehad.

      een jongen

      (20 juni 2017 - 07:53)

      Ach ja, die oerknal. Daarbij zou het gehele heelal ontstaan zijn uit één puntbron. Bezwaartje: de eerste miljardste van een miljardste seconde zou het heelal zich toch opgeblazen moeten hebben tot pakweg eentiende van de grootte van het huidige heelal. Dat kan niet, want niets gaat sneller dan het licht, en die zou daar pakweg een miljard jaar over doen. Ee “oplossing” voor dat probleem is de inflatietheorie. Een hypothese, want er is niets bewezen, integendeel.
      Het heelal bleek versneld uit te zetten; reden onbekend. Alsof een onzichtbare energie dat aanzet. Sindsdien noemen ze dat donkere energie; weer een nieuwe constante aangevuld in hun berekeningen, en het probleem zou, zou opgelost zijn. Maar niemand heeft er een flauw benul van, wat die donkere energie nou is.
      En sterrenstelsels draaien anders rond als dat verklaard kan worden uit hun zichtbare materie. De “oplossing”: donkere materie eraan toevoegen, noem maar denkbeeldige materie. Hup, weer een constante erbij in hun formules.
      Een nederlandse geleerde kon vorig jaar dat malle gedrag van die sterrenstelsels verklaren uit zijn eigen waanzinnige theorie: er zou geen zwaartekracht bestaan – die kracht die de appel van de boom omlaag doet vallen – maar het gehele heelal is een hologram.
      Dan lopen de theoretische astronomen en de atoomfysici al een eeuw met elkaar te ruziën over hun overkoepelende theorie: de eerste over de relativiteitstheorie, de laatste over de quantummechanica. Werkelijk niet in overeenstemming met elkaar te brengen. Of ja, misschien toch wel, maar dan zou ons heelal elfdimensionaal moeten zijn, die superingewikkelde snaartheorie. Maar dan zouden we wel op zijn minst zes dimensies moeten “oprollen”. Want we zien er maar drie, met tijd erbij vier.
      Pff, volgt u het nog? Nee, deze eenvoudige jongen niet. Die kreeg van zijn vader op zijn tiende een mooie kaart, waarop alle planeten netjes om de zon draaiden. Mars met zijn kanalen. En enkele jaren laten zette die voor zijn zoon een zelfbouw telescoop in elkaar, die hij plaatste op een vooroorlogs houten fotostatief. Adembenemend zeg, al die kraters op de maan; net een gatenkaas. De eerste desillusie kwam, toen de amerikanen voor het eerst langs de planeet Mars vlogen: geen kanalen (dus ook geen marsmannetjes), maar een saaie planeet met enkele kraters. Zijn wij de enigsten in het heelal? Verwoed blijft Amerika zoeken op die planeet naar enig vorm van leven, nee naar water; want als er water zou zijn, dan is er heel misschien ook wel microscopisch leven. Ja, water was er wel, maar in een ver verleden.
      Sinds er planeten bij sterren (andere zonnen) gevonden zijn, wordt er weer druk gespeculeerd over het bestaan van leven op zo’n planeet. Leefbare zones worden uitgekamd. O ja, echt, het zal toch wel eens op een bepaalde dag gebeuren, in het nieuws: leven gevonden op verre planeet! Als men dan een astronoom hierover zou ondervragen, zou blijken, dat het “nog” niet zover is, maar dat hoogstens de bouwstenen ervan zijn gevonden met spectrumfotografie. Maar dat hoeft helemaal niets te zeggen.
      Wat is leven? Is het afhankelijk van water, of mag dat ook een andere vloeistof zijn? Gebaseerd op DNA, of kan dat ook anders? Kortom, men is er nog geheel niet mee uit. Integendeel.
      Dan denkt deze jongen na, over wat voor consequenties intelligent leven op een andere planeet moet hebben voor God, Die dat dan immers ook geschapen heeft. Zou daar dan ook zoiets als een zondeval plaats gevonden hebben? En zou Hij dan ook Zijn Zoon daarnaartoe gezonden moeten hebben om Die prijs te geven, opdat ook zij eeuwig leven zouden hebben? Of heeft Hij dit alleen voorbestemd voor onze trouwe aarde?
      De jongen wordt zo moe van dit alles. Zijn telescoop heeft hij overdags in zijn tuin gezet, en kijkt met een verdonkerd glaasje ervoor naar de zon. En minuscuul stipje schuift ervoor langs, van links naar rechts, gedurende enkele uren. De planeet Venus, die net zo groot is als de aarde. Een gebeurtenis, die nu vele honderden jaren niet meer te aanschouwen is. Wat is die zon toch gigantisch groot!

    A. G. Stinus

    (19 juni 2017 - 20:16)

    Al waren ons aller grootouders slingerapen, we zijn wie we zijn : wezens in staat tot liefde, dankbaarheid, wetenschap bedrijven, enzovoorts, en last but not least : in staat tot het leiden van een religieus leven. De mens was voldoende geëvolueerd om Christus te volgen. Hoe die evolutie gebeurd is, lijkt me bijkomstig. Wel blijkt dat de scheppende God tijdens de evolutie telkens gezorgd heeft voor de goede omstandigheden om finaal tot de menselijke soort te komen. Noem het goddelijke voorzienigheid.

    Marian

    (21 juni 2017 - 23:45)

    Men kan op veel simpeler wijze bewijzen dat een oerknal nergens op is gebaseerd. Dat wil zeggen dat iets uit het niets zou kunnen ontstaan. Iemand zal bijvoorbeeld toch eerst iets op de grond moeten gooien, voordat je een geluid kan horen. Het geluid komt niet zomaar. Een ballon blaas je eerst op, voordat je zover hebt geblazen dat het kapot knalt. Als er een vliegtuig hoog in de lucht door de geluidsbarrière vliegt, moet toch de piloot in een vliegtuig er doorheen vliegen, anders horen we beneden dat geluid niet.

    Gooi maar wat in de lucht. Het evalueert ook niet, maar valt als een baksteen naar beneden. Alleen al vanwege de Zwaartekracht en daar kwamen de geleerden vroeger al achter. Vroeger waren ze dus absoluut niet dom. En trouwens, zelfs in de Bijbel kan men al lezen dat God de aarde rond heeft gemaakt. Men kan de Bijbel lezende al tot die conclusie komen. De Getuigen van Jehova, waren zo slim om dat te ontdekken in de Bijbel. Maar het stond er natuurlijk al eeuwen in diezelfde Bijbel. Dat de Katholieke Kerk dat nooit eerder heeft ontdekt, daar kan ik niet bij. Maar katholieken zijn ook niet van die Bijbellezers. Ik vind het wel een ijzersterke trouwen. 🙂

    Marian

    (21 juni 2017 - 23:47)

    correctie in laatste zin van mijn re. op 21 juni 2017 om 23:45 uur –> “Ik vind het wel een ijzersterke trouwens. 🙂

    A. G. Stinus

    (24 juni 2017 - 17:49)

    Beste Marian,
    Je kunt er van op aan dat er wel degelijk een oerknal geweest is. Daar zijn nu meerdere wetenschappelijke bewijzen voor. En die oerknal was het begin van ruimte én tijd. De oerknal als begin van de materiële wereld die we kennen harmonieert trouwens zeer goed met het katholieke geloof. Paus Pius XII was heel blij toen hij hoorde dat er sterke wetenschappelijke aanwijzingen waren voor een oerknal. Ondertussen zijn er nog meer bewijzen gekomen. Men moet wel niet denken dat het aards paradijs ergens tussen de Neanderthalers lag in de oertijd. Ik refereer graag naar het boek “Redenen om te geloven” van André Léonard. Daar wordt die materie goed behandeld.
    Vriendelijke groeten, AGS

    […] maar hun toevlucht tot het Neo-Darwinisme, maar ook deze branche van ‘wetenschap’ zit in een diepe crisis. Mutatie gevolgd door natuurlijke selectie kunnen niet het ontstaan van nieuwe soorten verklaren. […]

Regels voor reacties: 1. Haatreacties en reacties met vloek- en scheldwoorden zijn niet toegestaan. 2. "Trollen" is verboden. Dit forum is bedoeld als ontmoetingsplaats waar inhoudelijke reacties worden gegeven op een artikel, of waar meningen kunnen worden uitgewisseld, niet om te trollen. Bij herhaaldelijke overtredingen zal de gebruiker worden geblokkeerd. 3. Anonieme gebruikersnaam is toegelaten. 4. Katholiek Forum wil een beleefd, doch ongecensureerd platform aanbieden en is daarom volstrekt niet aansprakelijk voor de inhoud van de reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *